Hij is decortovenaar, sfeerschepper en bij elke film weer aanvoerder van een imposante kliek sterren – geen filmmaker creëert zo’n eigen werkelijkheid als Wes Anderson. Bij de release van zijn elfde speelfilm, Asteroid City, ontleden de cineast en zijn acteurs zijn uitzonderlijke tactiek.
Ze moeten er zijn. Acteurs, bekende acteurs, die nooit eens gevraagd worden door filmmaker Wes Anderson. En vertwijfeld hun agentschap raadplegen: waarom ik niet? Waarom al die anderen wel? Zoals een succesvolle carrière ooit simpelweg niet compleet was zonder eens bij Woody Allen op de set te hebben gestaan.
Ook Asteroid City, Andersons elfde speelfilm, kent weer zo’n imposant sterrenensemble, met de aantekening dat vaste kracht Bill Murray (negen Anderson-optredens) ditmaal moest afzeggen vanwege een covidbesmetting. Wel te zien in de komedie over een fictief woestijnstadje anno 1955, waar drieduizend jaar na een meteorietinslag nu weer iets buitenaards binnenvalt: Tom Hanks, Tilda Swinton, Steve Carell, Matt Dillon, Margot Robbie, Willem Dafoe, Bryan Cranston, Edward Norton, Adrien Brody, Maya Hawke, Liev Schreiber, Jeffrey Wright, Rupert Friend, Hong Chau, Stephen Park, Jeff Goldblum, Jason Schwartzman en Scarlett Johansson.
Bor Beekman is sinds 2008 filmredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft recensies, interviews en langere verhalen over de filmwereld.
Vaste vraag aan het bataljon Anderson-acteurs van dienst, zo ook bij de doop van Asteroid City, vorige maand in Cannes: hoe het was om met hem te werken? Anderson wordt om zijn vaste stijlkenmerken (symmetrie, pastelkleuren, droogkomische descriptieve dialoog, Bill Murray) op talloze internetfilmpjes nagevolgd en geparodieerd – al dan niet met de hulp van AI. Ook maakt hij er een gewoonte van om zijn uitzinnig gedetailleerde decors in de werkelijke wereld te bouwen in plaats van de studio, zoals gebruikelijk.
‘Hoe het was?’, vraagt Scarlett Johansson, tijdens de persconferentie van Asteroid City gezeten naast de immer onberispelijk geklede Anderson. ‘Het was... intens. En grappig. Het was pas mijn eerste ervaring met hem, als live-acteur. En niet als eh, hond.’
Ze leende eerder al eens haar stem aan een goudharige prijshond in Andersons animatiefilm Isle of Dogs. ‘Maar nu zat ik ín die wereld – de hele omgeving is speciaal gecreëerd. Ze is tastbaar, bruikbaar. In zekere zin lijkt het meer op werken in het theater. Er zijn geen lange wachttijden tussen de opnamen, geen trailers. Wes weet dat op een of andere manier weg te snijden.’
Iedereen die Asteroid City ziet, zou na afloop eigenlijk ook het tweeënhalve minuut lange making-of-filmpje moeten zien, waarin Anderson uitlegt – en toont – hoe hij en zijn vaste production designer Adam Stockhausen (Oscar-winnaar voor The Grand Budapest Hotel) een lap lege woestijngrond nabij het Spaanse plaatsje Chinchón omtoveren tot het Amerika van de jaren vijftig. Inclusief zo’n uit keien gemetseld ranchachtig woestijnmotel, de moeder aller jarenvijftigluncheonettes en een grote krater, plus de nodige stripachtige (en zoals het filmpje leert verrijdbare) westernbergen en cactussen.
Lees ook onze ★★★★☆-recensie
Asteroid City is Wes Anderson in optima forma: de Amerikaanse regisseur zet de symmetrieknop helemaal open en trapt het pastelpedaal diep in.
Weer heel anders dan in Andersons vorige productie The French Dispatch (2021), waarvoor hij en Stockhausen de plaats Angoulême middels ingepaste decorstukken en magnifieke doorkijkjes ombouwden tot een prentenboekachtig droom-Frankrijk. Maar even gedetailleerd en tastbaar; zie die batterij aan fabuleus fraaie verkoopautomaten in jarenvijftigdesign, waar je naast een flesje frisdrank óók een Martini, munitie of een certificaat voor een lapje te bebouwen woestijngrond uit kunt trekken.
Welke kant de camera ook op draait in Asteroid City, overal strekt de vlakte zich uit tot de horizon. De gekostumeerde cast werd dagelijks aan- en afgevoerd met golfkarretjes. ‘Toen alles eenmaal gebouwd was’, zegt de 54-jarige regisseur, ‘konden we werken met een kleine crew, in wat een verlaten stad leek. Het is een beetje als een studentenfilm, maar dan een studentenfilm op een gigantische set in het midden van Spanje.’
Andersons nieuwe komedie is een raamvertelling: deels de widescreenfilm Asteroid City, met hemels pastel en strakblauwe luchten, deels een zwart-wittelevisie-uitzending over de totstandkoming van het toneelstuk Asteroid City. Met een klassieke jarenvijftigpresentator (Bryan Cranston), die in het beeld komt gestapt en de boel à la Walter Cronkite aan elkaar praat. Alle personages zijn zelf ook weer acteur, in het stuk en in de film.
‘Ik beschouw Wes Anderson als de dirigent van een orkest’, zegt Cranston. ‘En ons acteurs als bespelers van een specifiek instrument. We hyperfocussen op dat instrument zonder exact te weten hoe het stuk straks in elkaar wordt gezet. En Wes dirigeert: ietsje minder Bryan, een klein beetje meer Scarlett.’
Andersons dialoog is niet bedoeld voor improvisatie. Elke zin, ieder woord, wordt vooraf exact gewogen en qua ritme en duur afgestemd op de camerabeweging en esthetiek. Het vereist acteurs met een uitstekende voordracht, die leven blazen (maar ook weer niet te veel) in de lange, soms doelbewust droge lappen tekst. Humor ligt eronder, nooit bovenop. Ook de allerkleinste rolletjes tellen: die mogen hooguit half-cartoonesk zijn.
Anderson heeft zijn acteurs voorafgaand aan de opnamen een complete storyboard-animatiefilmversie getoond van de uiteindelijke film, waarin de regisseur zelf alle stemmen verzorgt. Stephen Park, die een rol in de film speelt: ‘Als je die storyboardversie in de bioscoop had vertoond, was het net zo leuk geweest. Alles wat we draaien is exact zo als hij het zich vooraf voorstelt.’
Anderson schudt het hoofd. ‘Dat ding is niks vergeleken bij de film. Het is een soort landkaart. Wat jullie acteurs doen, dát maakt de film. De emoties en gevoelens, die komen allemaal van de cast.’
‘En toch zou ik die storyboardversie graag in de bioscoop zien’, zegt Park.
‘O nee, dat gaan we nooit doen’, beslist de regisseur.
Andersons werk valt te vergelijken met dat van een meester-patissier: exquise, met uiterste zorg en precisie bereide filmtaartjes die de kijker zelden helemáál lijken te (willen) vullen. Dat zijn acteurs vooral uitvoerders zijn, wordt weleens gezegd. Heel diep hoeven ze niet te tasten voor de rollen en rolletjes; Andersons personages kenmerken zich door geremde, soms nauwelijks zichtbare of zelfs afwezige emoties. Uitzonderingen zijn er ook, zoals Ralph Fiennes hotelconciërge in The Grand Budapest Hotel, Andersons met negen Oscarnominaties gewaardeerde meesterwerk uit 2014.
En ook Scarlett Johansson onttrekt zich aan die wet. De actrice, die ooit opmerkte dat ze voor elke Marilyn Monroe-verfilming ooit is benaderd (ze zei nooit ja), lijkt gemaakt voor haar rol als jarenvijftig-Hollywood-diva in Asteroid City. Ze ademt tragiek als Midge Campbell, een steractrice die zich erbij heeft neergelegd dat de studio’s haar enkel willen zien in de rol van ‘tragische, alcoholische of misbruikte’ tegenspeler. En van zichzelf beweert dat ze geen gevoelens ervaart. ‘Ik heb ze wel gespeeld, natuurlijk.’
De andere grotere rol in Asteroid City is die van Jason Schwartzman, als oorlogsfotograaf en prille weduwnaar Augie Steenbeck. Ook een man die zijn gevoelens binnenshuis houdt.
De geboren en getogen Texaan Anderson (Houston), middelste zoon van een archeoloog (moeder) en reclameman (vader), woont al twintig jaar in Parijs. Hij verschijnt nooit casual gekleed. Altijd in pak, bij voorkeur wit-pastel gestreept óf corduroy, ook op de set. Anderson is een groot liefhebben van de nouvelle vague-filmstroming en grijpt graag terug op oude, niet-digitale filmtechnieken. ‘Er zitten zo veel dingen in Asteroid City die we ook achteraf hadden kunnen toevoegen met computereffecten. Maar ik geloof dat de atmosfeer op de set bepaalt welke richting de acteurs en de film op gaan. Dat we met z’n allen op een echte set staan, in Spanje, verandert hun ervaring. Als Scarlett zegt: het was alsof ik in een toneelstuk speelde – dát is wat ik hoop. Want dat levert me iets op.
‘Ik denk nooit: konden we dit maar op een groen scherm doen, dat komt niet in me op. De manier waarop we werken komt meer overeen met hoe films werden gemaakt in de jaren dertig dan met hoe de meeste films vandaag de dag tot stand komen.’
Een écht toneelstuk heeft hij nog nooit gemaakt. ‘Het trekt me wel: dat backstage zijn, terwijl er een publiek zit te wachten. Wat me tegenhoudt is angst: dat je de theaters al moet boeken voor je zelfs maar bent begonnen met repeteren. Die openingsavond staat meteen al gepland. Ik vind het fijn om nog even terug naar de montagekamer te kunnen, er nog een beetje mee stoeien, om zeker te zijn dat alles klopt.’
Anderson de filosoof
Ouderschap (disfunctionele families met vroegwijze kinderen) en onze omgang met de dood vormen de vaste thema’s van de films van Anderson, die filosofie studeerde in Austin. Z Source: Volkskrant