Gezellige taferelen in en om de Tweede Kamer op een warme dinsdagmiddag – de Kamer is overigens airco-koud. In de gang naast de Kamer ondervraagt een rondleider een middelbare-schoolklas over politiek.
‘Er zijn heel veel politieke partijen bijgekomen, weet iemand er een?’
‘BBB!’, roept een leerling.
‘Heel goed. En weet iemand wie de partijleider is van BBB?’
Even stilte.
‘Carla ofzo?’, roept een andere leerling.
Aaf Brandt Corstius doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.
Farid Azarkan (DENK) zit op de publieke tribune met zijn dochtertjes, of misschien nichtjes. Ze maken braaf foto’s van het schouwspel onder hen. Rob Jetten schrijft in de pauze met een balpen op zijn hand. Dat is ook een gezellig tafereel, dat mensen ver na de introductie van de iPhone nog dingen op hun hand schrijven.
De veel te ver doorgevoerde en meteen al uit zijn verband rakende metafoor van dit Vragenuur is ‘oude schoenen’ versus ‘nieuwe schoenen’, in een debat over oude mensen.
Minister Conny Helder van Langdurige Zorg en Sport (VVD) wordt langdurig bevraagd over het nieuws dat zorgkantoren de toegang tot verpleeghuizen beperken. De vragen van Mohammed Mohandis (PvdA) gaan ook over wachtlijsten en het ontbreken van beleid van de minister.
Althans, dat lijkt Mohandis te bedoelen als hij zijn schoenenmetafoor meteen aan het begin van de vragen aan de minister lanceert: ‘Het is het weggooien van je oude schoenen terwijl de nieuwe ooit worden aangeschaft of gerealiseerd.’
Schoenen realiseren: dit wordt meteen al rommelig. Gaat dit over beleid realiseren? Of, concreter, over meer plekken in verzorgingstehuizen realiseren?
Maar Conny Helder pakt de schoenen meteen op, en antwoordt: ‘De oude schoenen blijven dragen helpt ons van de regen in de drup.’ Ze probeert vervolgens een toekomstvisie uit te stralen, ook weer met behulp van schoenen, door daadkrachtig te zeggen: ‘We moeten naar de nieuwe schoenen.’
Ja, maar wat voor schoenen dan? Mohandis is niet tevreden. ‘Als de minister zegt: we moeten toe naar nieuwe schoenen, dan zie ik nog niet het begín van nieuwe schoenen.’ Waar ze het inmiddels over hebben, weet niemand meer.
Conny Helder blijft zich verweren: ‘We zijn wel degelijk bezig om de oude schoenen op te bouwen, en moeten overschakelen naar de nieuwe schoenen.’
Het voltallige publiek is inmiddels de draad kwijt, en het lijkt alsof Mohandis en Helder het zelf ook zijn. Zijn de schoenen nou Conny Helders beleid? Of verpleeghuizen? Of de bejaarden zelf? Wachtlijsten? Zorgkantoren? En wat zijn oude schoenen? Oude verpleeghuizen?
Hierna moment besluit niemand meer iets over schoenen te zeggen, maar mag Fleur Agema (PVV) een vraag stellen, die gewoon op de man speelt.
‘De minister maakt nogal een uitgebluste indruk’, zegt Agema.
Helder: ‘Als ik een brildagje heb kan het zijn dat ik een uitgebluste indruk maak, maar dat is niet zo.’
Goed. Dit is nu voor eeuwig vastgelegd in de Handelingen van de Tweede Kamer. Als Conny Helder een brildagje heeft, kan ze een uitgebluste indruk maken. Maar dat is niet zo.
Vervolgens volgt er een lange discussie tussen Hugo de Jonge en verscheidene Kamerleden over zonnepanelen die het moeilijk maken om huisbranden te blussen. Hugo de Jonge, daarom is hij Hugo de Jonge, komt met een vondst: de risicoregelreflex. ‘Als we iedere keer dat er iets verschrikkelijks gebeurt, regels maken om te voorkomen dat er nog iets verschrikkelijks gebeurt, zitten we straks met een enorme hoeveelheid regels. We moeten waken voor een risicoregelreflex.’
Daar heeft iemand als Pepijn van Houwelingen (FvD) geen boodschap aan. Die springt op een ander, fascinerend pad. Hij vergelijkt het coronabeleid (weet u nog?) van Hugo de Jonge met zijn zonnepanelenbeleid nu.
Je moet er maar opkomen.
‘De minister heeft toen voor mensen zonder comorbiditeiten, die weinig risico liepen, geen enkel risico genomen. En nu hebben we gifpanelen en we doen helemaal niets’, aldus Van Houwelingen.
Comorbiditeit, dat woord hebben we al jaren niet gehoord, terwijl we het een tijdje geleden zo ongeveer dagelijks in de mond namen. Dat is toch een opluchting, te midden van alle narigheid.
Source: Volkskrant