Home

Hoe Laurens Buijs het gezicht van de strijd tegen ‘wokecultuur’ aan de UvA werd – en de conflicten die eraan voorafgingen

Zijn entree als klokkenluider is meteen stormachtig. Als Laurens Buijs in januari via een opiniestuk in universiteitsblad Folia de geradicaliseerde ‘wokecultuur’ aankaart bij de sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, is hij het meest besproken onderwerp op Twitter. Niet veel later, zoals dat vaak gaat, verschijnt de docent ook in veel landelijke media met zijn klacht dat de academische vrijheid bedreigd wordt door links-moralistisch activisme.

‘UvA-socioloog liet met woke-kritiek bom ontploffen: ‘Ik word zwartgemaakt’’, is de kop in De Telegraaf. Elsevier noemt hem een ‘topwetenschapper’ en de UvA een ‘bolwerk van intolerantie’. Volgens de kop in AD is zijn leven ‘verwoest door woke-ideologie’. In NRC beweert Buijs dat de academische vrijheid ‘in een grote crisis’ zit. De steun is nog groter in uiterst-rechtse hoek: hij schuift aan bij Ongehoord Nieuws en Forum Inside.

Zijn linkse signatuur maakt Buijs een ideale spreker op dit gepolariseerde onderwerp: hij omschrijft zichzelf als ‘zachte, vrouwelijke homoman’ die op Bij1 stemt en diversiteit belangrijk vindt. En zelfs híj heeft last van ‘woke’.

Het blijft niet bij schokgolven in de media. Studenten starten een petitie, PVV en FvD stellen Kamervragen en de UvA vraagt Carel Stolker, de Leidse oud-rector magnificus, te onderzoeken of de academische vrijheid door ‘wokeness’ wordt bedreigd. Nog voordat de resultaten daarvan bekend zijn, besluit de UvA in april om Buijs op non-actief te zetten.

De collega’s van Buijs verbazen zich intussen over hoe breed zijn verhaal wordt overgenomen. Vele betrokkenen willen niet met de Volkskrant praten wegens lopende procedures. Anderen alleen op voorwaarde van anonimiteit. Zij weten dat er een voorgeschiedenis aan zijn Folia-stuk voorafgaat, die zijn klokkenluidersmelding in een ander licht zet.

Buijs vecht de beslissing om hem op non-actief te zetten aan. Tijdens de behandeling van de zaak blijkt wat er zich heeft afgespeeld vóór zijn entree als klokkenluider. Al maanden is Buijs verwikkeld in conflicten met collega’s en leidinggevenden. In berichten noemt hij hen ‘corrupt’, ‘monsters’, ‘opportunist’, ‘giftig’, ‘hielenlikker’ en ‘valse dief’.

De nieuwe feiten roepen vragen op. Hoe kon het intern zo misgaan? En waarom kon hij zo makkelijk zijn verhaal kwijt in de media?

Zijn eerste succes in de media heeft Buijs in 2008, als masterstudent van 26. Samen met UvA-hoogleraren Jan Willem Duyvendak en Gert Hekma onderzoekt hij geweld tegen homo’s. De explosieve conclusie haalt overal het nieuws: Marokkanen zijn oververtegenwoordigd onder de geweldplegers tegen homo’s. Als ze maar van me afblijven, heet het boek dat eruit voortkomt.

Vanaf dat moment is Buijs een vaak aangehaald spreker als het gaat om de lhbti-gemeenschap. En ook over seksualiteit, tolerantie of de multiculturele samenleving wordt hij geregeld geraadpleegd. Hij schrijft opiniestukken voor NRC, de Volkskrant, Het Parool en De Correspondent. Tussen 2008 en 2022 staat hij 241 keer in kranten en tijdschriften, volgens LexisNexis, het meest in Het Parool.

Sommige collega’s zien dan al met verbazing hoe hij zich profileert als wetenschapper. Buijs is nooit gepromoveerd. Hij heeft maar één internationale publicatie op zijn naam staan, uit 2011. Sterker, onderzoek doet hij alleen in zijn vrije tijd. Hij heeft een parttime-aanstelling, als docent.

‘Het klinkt hard’, zegt Saskia Bonjour, politicoloog van de UvA. ‘Maar als je niet promoveert of wetenschappelijk publiceert, tel je niet mee in de wetenschap.’

In de ruim tien jaar dat Buijs doceert aan de UvA vallen zijn ietwat opmerkelijke ideeën soms op. Zelf zegt hij weleens last te hebben van politieke correctheid door zijn onderzoek naar homohaat in de Marokkaanse gemeenschap, vertelt Buijs in een telefonisch interview. ‘Maar dat ging allemaal wel.’

Pas tijdens de coronacrisis ontstaan er schisma’s. Buijs, sterk beïnvloed door de Franse filosoof Bruno Latour, ziet hoe het beleid van lockdowns, QR-codes en vaccinaties ‘zeer ondemocratisch en top-down’ wordt opgelegd. ‘Aan studenten leerde ik dat je kritiek kunt hebben op de maatregelen zonder meteen een wappie te zijn.’

Buijs begint zich steeds actiever te verzetten tegen het coronabeleid. In december 2021 schrijft hij op Facebook zich zorgen te maken over ‘een vaccinatieplicht’ en ‘de neoliberale QR-staat’. ‘Mensen experimentele medische behandelingen door de strot duwen die zij niet willen. Het doet mij ook wel aan Mengele denken.’

De vergelijking met de dokter die in Auschwitz wrede experimenten uitvoerde, valt bij bepaalde collega’s verkeerd. ‘Hier scheiden onze wegen’, reageert het hoofd van de UvA Summer School, waar Buijs ook les geeft. Buijs ontvriendt de collega en mailt haar dat hij zich terugtrekt als docent op de Summer School. Later zegt hij dat hij zich gedwongen voelde zich terug te trekken.

‘Dat was het begin van veel moeizame gesprekken met leidinggevenden’, zegt hij. ‘Ik hoefde maar iets op Facebook te zetten, of ik werd ter verantwoording geroepen.’ Het is een patroon dat zich zal herhalen: Buijs krijgt kritiek, wordt daarop boos omdat hem verweten wordt een slecht mens te zijn, en zegt dat hij gecensureerd of buitengesloten wordt.

Zo gaat het in die tijd ook bij de Taskforce Diversiteit, een clubje sociale wetenschappers dat zich hard maakt voor minder discriminatie. Er is een plan om micro-agressies te registreren, subtiele vormen van discriminatie. Buijs: ‘Ik had daar vragen over. Hoe voorkom je valse beschuldigingen? Wat als de enige klimaatscepticus in de klas last heeft van uitsluiting? Is dat ook een micro-agressie?’

Ze kijken hem aan alsof hij de vijand is, zegt Buijs. Het komt meermaals tot nare botsingen. Door het coronabeleid met het nazisme te vergelijken, brengt hij een lid van de groep tot huilen.

Vanaf 2019 verschuift ook zijn denken over gender. Het idee van gender als sociaal construct, waarover hij sceptisch is, is dominant op de UvA, volgens Buijs. Zo dominant zelfs dat inzichten uit de biologie, neurologie en genetica, waarbij gender ook aangeboren aspecten heeft, uit den boze zouden zijn.

Medewerkers van de UvA ontkennen dit. ‘Buijs doet alsof hij een wetenschappelijk meningsverschil heeft, maar dat heeft hij niet’, zegt Bonjour, die vakken geeft over politiek en gender. ‘Mannelijkheid en vrouwelijkheid bestaan wél – zoiets zegt hij dan. Maar niemand beweert ook dat dat niet zo is.’

De kritiek van Buijs spitst zich toe op zelfidentificatie: het idee dat ieder persoon geheel naar eigen inzicht kan bepalen of die man of vrouw is of iets ertussenin. De categorie non-binair – mensen die zich geen man of vrouw voelen – noemt hij ‘monsterlijk’. In Folia heeft hij het over een ‘lege hype’ en een ‘pseudowetenschappelijk dwaalspoor’.

Tijdens een overleg van de taskforce zegt hij, in het bijzijn van een collega die zich als non-binair identificeert, dat non-binariteit ‘bullshit’ is. Hij wordt gevraagd zijn woorden te nuanceren, maar dat doet hij niet. Een dag later maakt Buijs naar eigen zeggen excuses voor het woordgebruik, maar hij blijft bij zijn mening.

In maart 2022 ontstaat een conflict dat een keerpunt is. Er moet vervanging komen voor een vak van Gender & Sexuality. Buijs is een van de docenten die een voorstel doet. Als zijn voorstel wordt afgewezen, geeft hij Sarah Bracke, hoogleraar sociologie van gender en seksualiteit, de schuld.

Ten onrechte; niet Bracke, maar Saskia Bonjour neemt de beslissing. ‘Het was een onsamenhangend voorstel’, zegt zij. ‘Het kwam niet eens in de buurt van wat we zochten.’

Als Bracke hem via mail uitlegt dat zij er niets mee te maken heeft, antwoordt Buijs dat zij moet ‘nadenken hoe jij bijdraagt aan het gif op de UvA’. Hij noemt haar ‘een splijtzwam’ op de afdeling.

Een ‘waanidee’, mailt zij terug. Buijs antwoordt: ‘Wil je svp ophouden met je pogingen mij te intimideren en mijn legitieme kritiek af te doen als de hersenspinsels van een geesteszieke?’ Bracke vraagt hem meermaals op te houden met zijn ‘paranoïde berichten’.

‘We hadden elkaar toen één keer gesproken, in mei 2019’, zegt Bracke. ‘Ik zou niet weten hoe hij aan het idee komt dat ik een coup zou plegen. Er is niet eens één afdeling Gender & Sexuality. Het is een netwerk van tientallen collega’s van verschillende disciplines, met een variatie aan opvattingen en benaderingen. Dat er maar één denkwijze is, is aantoonbaar onjuist.’

In een recent essay voor De Groene, over non-binariteit en academische vrijheid, haalt Bracke inzichten uit de biologie en de sociologie aan, ze schrijft over chromosomen, dna, hormonen én over genderidentiteiten die ‘als sociale we Source: Volkskrant

Previous

Next