Een groep mannen in matrozenpakken danst op discoknaller It’s Raining Men. Ze strippen totdat ze alleen hun strakke zwembroekjes nog dragen. Wie de beelden terugkijkt van de openingsceremonie van de Gay Games op 1 augustus 1998, ziet een feestelijke, uitgelaten menigte in de tijd dat Amsterdam zichzelf trots afficheerde als ‘homohoofdstad van de wereld’. Ruim veertienduizend deelnemers uit 68 landen lopen per land of stad de pas geopende Amsterdam Arena binnen: atleten, tennissers, ruiters, zwemmers, volleyballers, voetballers. Er zijn optredens van de Amerikaanse The Weather Girls – van It’s Raining Men – en de Israëlische Songfestival-winnares Dana International.
De burgemeester van Amsterdam, Schelto Patijn, glimt van trots als hij met regenboogketting om zijn hals de massa toespreekt: ‘Welcome! Welcome to Amsterdam!’ Op de tribunes zitten enthousiast klappende politici uit het kabinet Paars I, onder wie premier Wim Kok en staatssecretaris Erica Terpstra van Sport. ‘De Amerikanen waren in de meerderheid en vormden een groot contrast met de enkele sporter van bijvoorbeeld Iran’, aldus het NOS Journaal. ‘De Duitsers en de Nederlanders waren met elk tweeduizend sporters ook goed vertegenwoordigd.’
Dit jaar is het 25 jaar geleden dat in Amsterdam de Gay Games werden georganiseerd. Het was de vijfde editie van deze ‘Gay Olympics’, georganiseerd door en gericht op de lhbti-gemeenschap – ook al mogen ook hetero’s deelnemen. Het was de eerste keer dat het evenement buiten Noord-Amerika was, waar het sinds 1982 vier keer had plaatsgevonden. Acht dagen werd er gesport in Amsterdam en omstreken in 34 disciplines, waaronder zwemmen, roeien, stijldansen, badminton en tafeltennis.
Dat was soms op hoog niveau, soms vooral voor de gezelligheid, maar steeds onder toeziend oog van de officiële sportbonden. De deelnemers waren een mix van amateurs en profs; iedereen mocht meedoen, in elke leeftijdscategorie. Naast sport was er een uitgebreid cultuurprogramma met exposities, voorstellingen en concerten.
De media-aandacht was ongekend. De openingsceremonie werd live uitgezonden en bekeken door een miljoen mensen. Het spektakel werd gepresenteerd door de destijds 32-jarige Humberto Tan. ‘Ik vond het eervol’, zegt hij. ‘Het was feestelijk en positief. Het was een vrolijke bedoening in de stad.’ Ook stadszender AT5 pakte groots uit. Rik van de Westelaken, toen 26, was een van de verslaggevers. ‘Op AT5 was het een enorm ding, alsof er mini-Olympische Spelen in de stad waren’, zegt hij nu. ‘De stad liep vol met gays en lesbiennes uit hele wereld, die Amsterdam als een soort beloofd land zagen. De stad waar alles mag.’
Paul van Yperen was woordvoerder van de organisatie en veel aanwezig in de media. ‘Het was een mijlpaal’, blikt hij terug aan de eettafel van zijn Amsterdamse bovenwoning. Op de eettafel ligt het glossy herinneringsboek, met op de voorkant Gay Games Amsterdam 1998 – 8 Days of Friendship. Van Yperen: ‘Een mijlpaal op allerlei vlakken. De Gay Games hebben veel in gang gezet en veel samengebracht. Het was voor het eerst dat homomannen en lesbiennes samen optrokken en dat ze een gelijkwaardige positie hadden. Wij vonden het belangrijk dat er ongeveer evenveel mannen als vrouwen meededen. Vóór die tijd gebeurde dat bijna nooit. Ook bijzonder was de diversiteit, we hebben nadrukkelijk ingezet op deelname door iedereen. Ook mensen met een handicap en mensen uit landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika, waar homoseksualiteit vaak niet werd geaccepteerd.’
Van Yperen roemt de manier waarop Nederland en de inwoners van Amsterdam zich achter het evenement schaarden: ‘De Amsterdammers waren ontzettend aardig, vriendelijk en enthousiast. Ongekend. Iedereen vond het leuk wat er gebeurde. Belangrijk daarbij was dat de gemeente, met burgemeester Schelto Patijn voorop, zich zo positief opstelde. Patijn stond vóór de Gay Games bekend als een wat statige Haagse heer. Nu werd hij ineens Amsterdammer van alle Amsterdammers. Als je hem ziet met al die regenboogkettingen in de Arena, dan staat hij echt te stralen. Uit de reacties van mensen uit het buitenland merkte ik dat dat superbijzonder werd gevonden. Sommigen dachten zelfs dat hij een nepburgemeester was. En dan zei ik: ‘Nee, dat was écht de burgemeester.’
Toen Van Yperen in 2002 de volgende Gay Games bezocht, in Sydney, werd hem pas echt duidelijk hoe speciaal de Spelen in Amsterdam waren geweest. ‘In het grote Sydney viel het evenement toch een beetje weg. In Amsterdam werd echt de hele stad door de Gay Games overgenomen. De deelnemers en supporters hadden het gevoel dat ze in de meerderheid waren en dat was ongekend. Hoe stoer je als homoseksuele man of lesbische vrouw ook bent, het is een ontroerende ervaring om mee te maken dat je ineens door iedereen gewenst bent.’
Hoewel veel betrokkenen terugkijken op een onvergetelijke week, gingen de Nederlandse Gay Games ook gepaard met bakken kritiek, debat en onbegrip. Mensen begrepen niet dat homo’s en lesbo’s apart moesten sporten. Dat zou toch juist niet goed zijn voor de integratie?
Van Yperen moest als woordvoerder veel onbegrip wegnemen: ‘Er waren misverstanden over homo’s en lesbiennes die gaan sporten. Er werden veel grappen over gemaakt in de media. Mensen vroegen zich af: waarom moeten zij hun eigen Spelen krijgen? Mijn vaste antwoord: ‘Nou, het is gewoon leuk om te organiseren. Het moet niet, het mag wel!’
De kritiek kwam ook uit de homogemeenschap zelf. In de Gay Krant schreef toenmalig hoofdredacteur Henk Krol op 31 juli 1998 in zijn column: ‘De dag van de opening van de Gay Games nadert met rasse schreden. En eigenlijk word ik met het uur angstiger. Waar zijn we eigenlijk mee bezig? Nog te veel lijken deze Gay Games op Apartheidsspelen. Wie afwijkt, wordt nog net getolereerd. Dat is precies die houding van heteroseksuelen uit het recente verleden die wij de afgelopen jaren zo krachtig hebben bestreden.’
In een reportage van AT5 liep verslaggever Ton van Royen met schrijver Willem Oltmans tijdens de Gay Games door de Reguliersdwarsstraat. Daar legde de homoseksuele Oltmans uit waarom hij tegen de Gay Games was: ‘Dat hebben ze gedaan om homoseksualiteit meer aanvaardbaar te maken, maar ze bereiken precies het tegenovergestelde. Wat we allemaal nastreven is dat we homoseksualiteit gewoon vinden, en dat wordt alleen bereikt wanneer homo’s zich ook gewoon gedragen. En niet apart, alsof ze iets bijzonders zijn.’
In het Vondelpark werden ‘alternatieve’ Gay Games gehouden, bij wijze van dikke vette knipoog en ook wel een vorm van kritiek op de commerciële en prijzige Gay Games. In het park kon je meedoen aan disciplines als handtas werpen, de 100 meter hoge hak en cockring werpen. Op televisie bij de NOS verklaarde een van de deelnemers het waarom van deze alternatieve games: ‘Om de draak te steken met de iets te overgeorganiseerde, erg strakke, erg truttige Gay Games.’
Daarnaast werden de Gay Games geplaagd door financiële problemen en onrust binnen de organisatie. Enkele dagen voor de openingsceremonie werd directeur Marc Janssens uit zijn functie gezet, omdat er onder zijn leiding een miljoenentekort was ontstaan. Amsterdam sprong bij met een overbruggingskrediet van vijf miljoen gulden, waardoor de Spelen volgens plan konden doorgaan.
Over het niveau van de sporten was veel onduidelijkheid. Wel had de komst van de Gay Games naar Amsterdam geleid tot een enorme opleving van het aantal lhbti-gerelateerde sportclubs. Agnes Elling is voormalig professioneel atleet en nu onderzoeker bij het Mulier Instituut, waar sportonderzoek wordt verricht. Zij heeft er samen met drie collega’s over geschreven in het boek Homosportclubs in Nederland 1980 tot 2020.
Elling: ‘In de aanloop naar 1998 en de jaren daarna zag je een duidelijke groei van nieuwe clubs, maar vanaf ongeveer 2005 nam bij veel clubs het aantal leden af en ontstonden minder nieuwe. Beleidsmatig is het sporten in eigen kring nooit echt omarmd. Dat werd en wordt door beleidsmakers, bonden en het grote publiek toch altijd als raar en onwenselijk gezien. Veel homosportclubs, inmiddels vaak omgedoopt tot lhbti-sportclubs, hadden ook moeite om jongere leden te trekken.
‘Toch is het geen aflopende zaak, maar eerder een golfbeweging. Dat laatste jaren zie je in de grote steden een toename van nieuwe leden bij bestaande clubs én er ontstaan nieuwe lhbti-sportinitiatieven. Sport en het verenigingsleven blijven voor mensen uit de regenbooggemeenschap, vooral voor jongvolwassenenen en expats, een belangrijke manier om elkaar te ontmoeten.’
Ook Elling was vooraf sceptisch. ‘Ik heb nog een opiniestuk in Het Parool geschreven omdat de Gay Games naar mijn idee stereotypen bevestigden en vooral rijke homo’s en lesbo’s zich deze sportfeestjes kunnen veroorloven. Over het nut voor de emancipatie in de samenleving heb ik nog steeds een dubbel gevoel. De Games hebben zeker niet het idee weggenomen dat het best raar is dat lhbti’ers apart dingen doen van hetero’s.’
Anderzijds ervoer Elling tijdens het evenement hoe belangrijk het voor de deelnemers persoonlijk was. ‘Het is enorm belangrijk geweest voor de zelfwaardering, de positieve energie die dat oplevert. Zeker voor deelnemers uit minder progressieve landen. De week in het tolerante Amsterdam was onbeschrijflijk voor hen.’
Persoonlijk kijkt Agnes Elling terug op een enerverende week. ‘Het was de meest lesbische week uit mijn leven. Ik stond achter de bar bij het COC op de stampvolle vrouwenavonden. Ik had Source: Volkskrant