Dat de ster van de Surinaamse verzetsstrijder Anton de Kom nog altijd rijst, toont de groeiende bereidheid van steeds meer Nederlanders het slavernijverleden onder ogen te zien.
In één mensenleven kan veel samenkomen. Anton de Kom (1898-1945) is het sprekende bewijs. Voor een deel van zijn biografie, zijn rol in het Nederlandse verzet tegen de overheersing van nazi-Duitsland, heeft het niet ontbroken aan waardering. Na de Duitse inval in 1940 sloot De Kom zich al snel aan bij het verzet in Den Haag. Hij schreef onder meer voor het illegale Haagse tijdschrift De Vonk, totdat hij in augustus 1944 werd verraden en na gevangenschap in een reeks concentratiekampen het einde van de oorlog net niet haalde: eind april 1945 bezweek De Kom in kamp Sandbostel aan tuberculose. Al veertig jaar geleden ontving hij postuum, vanwege zijn heldenmoed, het Verzetsherdenkingskruis.
Het wrange is dat De Kom niet vanuit het niets in het verzet belandde. Hij herkende in het nazisme de onderdrukking waartegen hij al zijn hele leven had gestreden, maar dan niet met Duitsland maar met Nederland in de rol van onderdrukker. De waardering voor dat deel van zijn biografie kwam in Nederland, zacht gezegd, heel wat moeizamer tot stand.
Niet eens zo lang voor de Tweede Wereldoorlog werd De Kom door het Nederlandse gezag gevangen genomen en verbannen uit Suriname omdat hij zich daar had ontwikkeld tot de spreekbuis van de contractarbeiders die onder toeziend oog van de Nederlandse regering werden uitgebuit op de plantages. Zijn arrestatie in 1933 leidde tot een volksoproer dat met harde hand werd neergeslagen. Er vielen twee doden en 22 zwaargewonden. Dat dit destijds niet ook op het Binnenhof tot groot politiek rumoer leidde, is alleen te verklaren in het licht van de tijd. Nederland dacht het gelijk nog aan z’n zijde te hebben: De Kom stond te boek als onruststoker die een toontje lager moest zingen.
De strijd van zijn nazaten om eerherstel begon al decennia geleden en verliep in kleine, behoedzame stapjes. Er kwamen pleinen en straatnamen, een monument, een gedenksteen in de Nieuwe Kerk, en uiteindelijk, in 2020, de opname van De Kom in de officiële Canon van Nederland. Daar is hij nu het haakje waaraan het verzet tegen de koloniale machtsstructuren in Suriname is opgehangen. Willem ‘vadertje’ Drees moest ervoor wijken.
Deze week volgde een volgende stap: excuses aan De Koms nazaten voor de jarenlange actieve tegenwerking door de Nederlandse overheid van deze ‘strijder voor rechtvaardigheid, gelijkheid en menswaardigheid’. Minister Hoekstra erkende dat hij aan de late kant was. ‘We hadden dit decennia geleden moeten doen.’
Zo is dat, want die lange weg naar erkenning heeft niets te maken met nieuwe onthullingen over De Koms doen en laten – daar is alles al heel lang over bekend. Dat zijn ster niettemin nog altijd rijst is dan ook louter en alleen een gevolg van de langzaam groeiende bereidheid onder steeds meer Nederlanders om kennis te nemen van het slavernijverleden. Zo wordt een land volwassen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Source: Volkskrant