Home

Twee vermoedelijke Rembrandts na 200 jaar opnieuw te koop aangeboden bij Christie’s

Er zijn twee nieuwe potentiële Rembrandts in het land. Het Amsterdamse filiaal van veilinghuis Christie’s toont vanaf woensdagochtend een dubbelportret uit 1635 dat van de hand zou zijn van de veelgeroemde Hollandse meester. De ovaaltjes met een welgesteld Leids echtpaar worden getoond ter voorbereiding op de Oude Meesters-veiling van Christie’s begin juli in Londen. De gezamenlijke waarde van de portretten wordt geschat op 5,7 tot 9 miljoen euro.

Ze werden zo’n tweehonderd jaar voor het laatst zo prominent getoond. Ook toen, in 1824, werden ze te koop aangeboden, eveneens bij Christie’s in London. Van de toenmalige koper loopt een directe lijn naar de huidige eigenaar, die de werken kort geleden bij Christie’s aanbood ter taxatie. Het Rijksmuseum concludeerde na een grondig archief- en materiaaltechnisch onderzoek (onder leiding van Jonathan Bikker en Petria Noble) dat het gaat om authentieke Rembrandts. Christie’s rept van ‘een historische herontdekking’.

Het afgebeelde echtpaar, de vermogende Leidse stadsloodgieter Jan Willemsz. van der Pluym en zijn echtgenote Jaapgen Carels, hadden een directe band met Rembrandt en zijn familie, vertelt conservator 17de-eeuwse schilderijen Bikker. Een van hun zonen, Domenicus van der Pluym, trouwde met Rembrandts nichtje. De zoon uit dat huwelijk, Karel van der Pluym ging bij de schilder in de leer en maakte Rembrandteske schilderijen. Domenicus zelf werd na het overlijden van Rembrandts moeder voogd van de kunstenaars jongste zus. Zijn ouders Jan Willemsz. en Jaapgen kochten eerder al een tuin naast die van Rembrandts moeder.

Bikker heeft hard kunnen maken dat de man en de vrouw op de portretten daadwerkelijk het Leidse echtpaar zijn. De sleutel was een veilingcatalogus uit 1760. Daarin las hij dat een achterkleinkind van Van der Pluym de twee ovaaltjes ter veiling bracht tegelijk met twee andere portretten van de senioren. Bikker: ‘Geen enkele gewone verzamelaar koopt twee pendanten van één echtpaar; alleen familie bezit zoiets.’ Aanvullende vondsten in het Leids archief leerden dat Jaapgen in 1635 zeventig was. Dat strookt met de leeftijd van de vrouw op het portret.

Stilistisch vertonen de portretten overeenkomsten met andere Rembrandts uit deze periode, zoals het portret van Aechje Claesdr. uit de National Gallery in Londen, meent Bikker: ‘De weergave van rimpels en de hooglichten lijken sterk op die op dat werk.’ Wel zijn de portretjes grover geschilderd, hetgeen Bikker verklaart door hun schaal (de ovalen zijn half zo klein als bijvoorbeeld dat van Aechje Claesdr.) en het officieuze karakter van de opdracht: ‘Dit was familie. Rembrandt kon doen wat hij wilde.’

Toch zijn vier andere Rembrandt-kenners, onder wie voormalig conservator bij Museum Boijmans Van Beuningen Jeroen Giltaij, sceptisch over de toeschrijving. Giltaij, auteur van het Grote Rembrandt Boek, ontwaarde verscheidene stilistische ongerijmdheden, waaronder ‘vreemde, gele veegjes’ onder het oog van Jaapgen en een ‘frommelig oor’ en ‘Rembrandt-onwaardige’ kraag bij Jan Willemsz..

De kunsthistoricus wijst bovendien op de problematische wijze waarop de ovaaltjes, die toen ze in 1955 door de National Gallery of Schotland werden gefotografeerd nog werden gezien als kopieën, zich zouden verhouden tot twee andere portretten van het echtpaar. Deze portretten – nu in bezit van het American University Museum in Washington en het Metropolitan Museum in New York, en toegeschreven aan Rembrandts tijdgenoot Jacob Backer – tonen de hoofden van Jan Willemsz. en Jaapgen op nagenoeg identieke wijze, zij het op groter formaat en voorzien van een lichaam (en stoel). Deze bijna-ten-voeten-uit-portretten zouden volgens het Rijksmuseum kopieën zijn naar Rembrandts veel kleinere versies. Giltaij vindt dat ‘moeilijk te geloven’.

Toch is het waar, meent Bikker. Het bewijs schuilt volgens hem in de pentimenti in de kleine portretten (in de grote versies ontbreken zulke correcties), en ook in de vele misinterpretaties waarvan de grote getuigen: ‘De kopiist heeft niet alles begrepen. De glimlichten in het gezicht van Jaapgen ziet hij bijvoorbeeld aan voor rimpels.’

Dat deze schilder naar eigen inzicht handen en bovenlijven toevoegde aan Rembrandts portretten, is volgens Bikker niet vergezocht. Het weergeven van lichaamsdelen op basis van andere modellen dan de geportretteerden zelf was in de 17de-eeuw immers een goed gebruik. ‘Op Rembrandts portret van Johannes Uyttenbogaert werden de handen bijvoorbeeld later toegevoegd door een assistent naar voorbeeld van een handmodel.’

Dat het Rijksmuseum zich uitspreekt over een authenticiteitskwestie als deze, en daarmee de waarde van de aangeboden schilderijen beïnvloedt, vindt Jonathan Bikker niet problematisch. Hij beschouwt het als een bijeffect van de wetenschappelijke missie van het museum: ‘Wij zijn een Rembrandt-kenniscentrum. Ons doel is om het inzicht in Rembrandts werk te vergroten. Wanneer er twee onbekende Rembrandts opduiken, is dat voor ons automatisch interessant. En als we constateren dat ze echt zijn, is het logisch dat we die informatie delen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next