Home

Europa’s handelsman verlaat Beijing: ‘Ik denk niet dat de linkerhand in China weet wat de rechterhand doet’

Na bijna 35 jaar in China, waarvan tien jaar als voorzitter van de Europese KvK, is de Duitse Jörg Wuttke bepaald niet minder uitgesproken geworden. Hij kwam er om bruggen te bouwen, maar zag de kloof alleen maar groeien. ‘De propaganda hier luidt nu: het Westen gaat ten onder, het Oosten komt op.’

In zijn eerste termijn als vertegenwoordiger van het Europese bedrijfsleven in China werd Jörg Wuttke regelmatig op het matje geroepen door het Chinese ministerie van Handel of Buitenlandse Zaken. Dan werd hij bijvoorbeeld tegenover twintig ambtenaren gezet – ‘als een vuurpeloton’ – die hem vroegen om beter op zijn ‘taalgebruik’ te letten.

‘Ze gebruiken mooie woorden’, zegt Wuttke. ‘Maar het herinnert je eraan dat er consequenties zijn. Je moet een dikke huid hebben om dit werk te doen. Maar die heb ik. Ik zei: ‘Doe wat je wil, maar ik blijf praten. Ik heb het recht.’ In mijn tweede termijn werd ik al minder vaak binnengeroepen en in mijn derde termijn helemaal niet meer. Ofwel waren ze relaxter geworden, ofwel hadden ze zich erbij neergelegd dat ze me niet konden veranderen.’

Over de auteur
Leen Vervaeke is correspondent China voor de Volkskrant. Zij woont in Beijing. Eerder was ze correspondent België.

Wuttke kan tegen een stootje. De 65-jarige Duitser woont 34 jaar in China. Hij is er sinds 27 jaar hoofdvertegenwoordiger van de Duitse chemiereus BASF en was tien jaar lang, verdeeld over drie termijnen, voorzitter van de Europese Kamer van Koophandel in China. Hij heeft zijn vertrek aangekondigd: eind mei nam hij afscheid als voorzitter van de Europese KvK, volgend jaar gaat hij bij BASF met pensioen. Hij verhuist met zijn gezin naar de Verenigde Staten.

Met Wuttke vertrekt een spil in de relaties tussen China en Europa. Hij heeft goede connecties in Beijing, Brussel en Washington (zo gaf hij input voor de Chinatoespraak van EU-commissievoorzitter Ursula von der Leyen) en weet als geen ander moeilijke boodschappen af te leveren. ‘Mensen zeggen me: ‘u bent zo negatief’. Nee, ik ben nooit negatief, ik ben kritisch. Ik zou negatief zijn als ik niets zou zeggen. Dan zou ik China opgeven. Maar ik ben optimistisch dat China kan veranderen.’

‘Voor een deel wel, maar ik denk dat we erin geslaagd zijn om de beleidsmakers in Europa enigszins geïnteresseerd te houden in China. We gaan niet de Amerikaanse weg op van ontkoppeling en confrontatie. Zelfs damagecontrol voelt tegenwoordig als succes. Het had veel erger kunnen zijn. De beleidsmakers in Europa zien dat het mogelijk is een balans te vinden tussen de EU en China. Het is niet zwart-wit, het draait niet alleen om rivalen. Er is ook partnerschap en concurrentie.’

‘Ik probeer de discussie over afhankelijkheid van China te ontkrachten. De risico’s verkleinen (derisking) betekent dat we de risico’s identificeren en er vervolgens iets aan doen. En de risico’s liggen duidelijk bij farmaceutische ingrediënten, magnesium, vitamine B, autobatterijen en dergelijke. Daarom hebben we een Europees industriebeleid nodig. Maar dat is iets anders dan ontkoppelen: dan pak je een mes, tsjak, en doe je alles zelf.

‘Als je kijkt naar de verkoopcijfers: vorig jaar gingen er 6,4 miljoen containers van China naar de Europese Unie, en 1,6 miljoen in omgekeerde richting. Voor mij als zakenman lijkt het erop dat China meer afhankelijk is van de Europese consument dan omgekeerd. Zijn de mensen in onze winkelcentra afhankelijk van China? Ik denk het wel. Maar kunnen ze speelgoed, schoenen, textiel, meubels elders kopen? Waarschijnlijk wel. De vraag is of we dat willen.

‘Wat Europese investeringen in China betreft: die zijn minimaal, 8 tot 9 miljard euro per jaar, evenveel als wat we jaarlijks in Texas investeren. Mijn boodschap aan Europa is dat we eigenlijk meer kunnen investeren, als de Chinezen het ons zouden toestaan. We zijn niet echt afhankelijk van China, met uitzondering misschien van tien bedrijven die sterk blootgesteld zijn aan China. Maar die tien bedrijven vormen niet de hele economie van de EU.

‘Die bedrijven halen ook enorm voordeel uit China. De dividenden voor mijn hoofdkwartier zijn groot en dik. En onze fabrieken in China staan in de sportschool van de innovatie. We moeten nederig zijn en erkennen dat we als Europese bedrijven nu deels afhankelijk zijn van inzichten uit China. Waar leer je een autobatterij bouwen? In China. Waar leer je een digitale omgeving voor je auto maken? In China. Waar kun je de laatste CO2-neutrale chemiefabriek bouwen? In China. Want hier is er vraag.

‘De auto-industrie is inderdaad afhankelijk van China. De reactie in Europa is dan: misschien moeten we ons uit China terugtrekken. Alsof je overgewicht hebt, en weggaat uit de sportschool. Als je je terugtrekt, kun je zeker zijn dat over vijf jaar de helft van alle Duitse auto’s uit China komt. Willen we dat? Of willen we dat onze bedrijven in de race blijven, hier blijven produceren en concurreren, en innovatie terugbrengen naar Europa?’

Wuttke begon in 1988 in China te werken, toen het land zich economisch volop opende. In 2000 was hij een van de oprichters van de Europese KvK, toen met vijftig bedrijven, ondertussen met 1.800. Een jaar later trad China toe tot de Wereldhandelsorganisatie. In het decennium daarna groeide de Chinese economie met gemiddeld 10,6 procent per jaar. Vorig jaar was dat – door natuurlijke groeivertraging maar ook door staatsinmenging, covid lockdowns en internationale sancties – nog 3 procent.

‘De late jaren negentig en begin jaren 2000 waren het gouden tijdperk van de economische opening’, zegt Wuttke. ‘China was boom town, puur optimisme. Maar toen besliste China in veel opzichten zelf om te derisken, meer zelfvoorzienend te worden. Vooral Xi Jinping staat voor zelf­voor­zie­ning. Sindsdien leven we in een soort alternatieve realiteit. We horen mooie woorden op bijeenkomsten in Bo’ao en Davos, maar in de praktijk zien we weinig om tevreden mee te zijn.’

‘Dat begon in 2006-2007, na het vertrek van premier Zhu Rongji, en daarna vicepremier Wu Yi. Dat waren voorstanders van globalisering en openheid. Maar we hebben het deels ook aan onszelf te danken. Chinese beleidsmakers keken altijd naar het Westen als model op het gebied van financiën, maar met de crisis van 2008-2009 stortte dat in. En met Trump en Brexit verloren we alle geloofwaardigheid. De propaganda hier luidt nu: het Westen gaat ten onder, het Oosten komt op.’

‘Dat is de beroemde negatieve lijst (een lijst met sectoren waarin buitenlandse bedrijven niet of beperkt kunnen investeren, red.). Telkens als ze de negatieve lijst openden, met veel gejuich en gejubel, wisten we: we maken geen kans. Ze openden bijvoorbeeld de raffinaderijsector nadat Sinopec en PetroChina zowat alles controleerden. En ze stelden de benzinepompen niet open. Dus Total, Shell en BP mochten benzine produceren, maar moesten die aan hun Chinese concurrenten verkopen.

‘Na heel veel lobbyen gaven ze ons weer een klein beetje: we mochten honderd benzinepompen openen. Honderd, in heel China. Ik denk dat Sinopec er 30 duizend heeft. Toen de benzinepompen later helemaal van de negatieve lijst gingen, was de markt weg. Ik had altijd het gevoel: ze openen het treinstation net als de trein het perron heeft verlaten. Je kunt hem nog in de verte zien wegrijden.’

‘Het is hoogst irritant. Ik ben de afgelopen weken zigzaggend door China gereisd, en overal was het: rode lopers, partijsecretarissen, gouverneurs, burgemeesters. Met slechts één boodschap: kom, blijf, investeer meer. En dan ineens die nieuwe anti-spionagewet, en we weten niet waarom. Het voelt alsof ze willen voorkomen dat we in de machinekamer van de Chinese economie kunnen kijken, maar dat is net essentieel als je overnames wil doen.

‘Het lijkt een waarschuwing voor buitenlandse consultancybureaus om voorzichtiger te zijn met data-onderzoek. Maar we hebben geen idee welke data die bureaus in de problemen hebben gebracht. En aangezien we geen idee hebben, drukken veel bedrijven op de pauzeknop. De vraag is: staat China, terwijl het zijn economie opnieuw probeert op te starten na covid, in een betere positie door een deel van het bedrijfsleven op pauze te zetten? Ik denk het niet.’

‘Ik denk niet dat de linkerhand weet wat de rechterhand doet. Je ziet in dit autocratische systeem dat informatie steeds meer verkokerd wordt. Je hebt een koker die over economische besluitvorming gaat, en die probeert buitenlandse bedrijven terug te lokken naar China. Maar je hebt ook de koker veiligheid. Die krijgt te horen: we willen dat buitenlandse entiteiten minder over ons weten.

‘In zo’n koker leef je in je eigen wereld. Je kijkt omhoog, je ziet je grote baas en je denkt: laat ik er een schepje bovenop doen, zodat ik geen kritiek krijg dat ik te laks ben. Dus draaien ze de duimschroeven aan. Ik maak me zorgen of deze mensen nog in staat zijn om een ​​discussie te voeren over problemen en met een passende oplossing te komen. Praten de kokers nog met elkaar? Houden de bazen de beide kokers in gedachten wanneer ze een beslissing nemen?

‘Binnenkort publiceren we de resultaten van een grote enquête onder onze leden. Ik denk dat we voor het eerst een double digit percentage hebben van bedrijven die overwegen om te desinvesteren. Ze verlaten China niet noodzakelijk, maar kijken naar nieuwe projecten buiten China. Voornamelijk in Zuidoost-Azië, ma Source: Volkskrant

Previous

Next