Home

Na het overlijden van Gino Mäder is het wachten op de volgende doodsmak in de wielersport

De wielersport heeft het moeilijk met de dood van de Zwitserse renner Gino Mäder. Na alle min of meer larmoyante dan wel oprecht beleefde ceremonieën was er toch weer gewoon koers.

Zondag keek ik met samengeknepen billen naar de finale van de Ronde van België. Een massaspurt met een compleet veld, zo mooi van boven in beeld gebracht. Schouder aan schouder, wiel aan wiel op centimeters afstand. Allemaal aan zeker 60 kilometer per uur op de vlakke weg, wachtend op de volgende (letterlijke) doodsmak.

Ene Fabio Jakobsen won. Dezelfde Fabio die bij wijze van spreken een paar jaar geleden in Polen nog met stoffer en blik werd opgeveegd. Hij refereerde nog aan Gino Mäder en vond ook dat een bocht op 300 meter van de streep niet kan. Echte blijheid straalde hij in mijn beleving niet uit. Maar de show must go on. Of zoals de zelfverklaarde wielerkenner Dries van Agt al ooit ergens poneerde: ‘De honden blaffen maar de karavaan trekt verder’. Op naar de volgende statie.
Theo Buiting, Baarlo

Wat een troostrijke foto van die rij stoere zwemsters in Magazine, gemaakt door Rob Hornstra. Al die verschillende lijven, onbeschaamd op de foto, niet dik, hoogstens wat uitgezakt (net als ik). Ik heb hem uitgeknipt en boven het bed gehangen.
Annette Westerhoff, Leiden

Dirk Westerduin reageerde verontwaardigd met zijn ingezonden reactie op het Commentaar van Raoul du Pré een dag eerder. Westerduin is van mening dat ‘we het nog steeds niet helemaal hebben begrepen’. Maar hij maakt precies de fout waarvoor Du Pré waarschuwt: de situatie van de dienstplichtige Nederlandse soldaten die moesten dienen in Nederlands-Indië gelijkschakelen met het regeringsbeleid en de daar gepleegde oorlogsmisdaden.

Dat zijn oom zich een oorlogsmisdadiger voelde, betekent niet dat de tienduizenden Nederlandse militairen die moesten dienen allemaal oorlogsmisdadigers waren. Die excessen waren verschrikkelijk en daar bestaat geen twijfel over. Maar de overgrote meerderheid van de Nederlandse militairen was geen oorlogsmisdadiger.

Mijn vader werd drie jaar naar Indië gestuurd, terwijl hij - zoals bijna alle Nederlanders - net vijf jaar oorlogsellende had meegemaakt. In de kracht van zijn leven moest hij wéér een oorlogssituatie in. Dat is ook een onrecht, waarvoor decennialang geen aandacht was bij regering en samenleving. Dat is in elk geval wel een feit dat ‘we’ niet hebben begrepen.
Nicolai Duin, Nijmegen

Interessant stuk van Bert Mennings, directeur van het Limburgs Museum, over het bouwen van een online museum waaraan elke Nederlander kan bijdragen. Ik ben het er grondig mee oneens.

In het stuk verhaalt Mennings over zijn eigen museum en vooruitstrevende praktijk van de interactie met de bezoekers: ze kunnen bijdragen aan een online collectief geheugen. Ik ben bang dat de directeur denkt dat de ‘nationale identiteit’ gevormd wordt door alle mensen en dat iedereen een even waardevolle bijdrage kan leveren aan deze identiteit.

Hij heeft het mis. Kaders worden gesteld in een museum door een conservator en andere professionals. Zonder elitair te willen overkomen, heb je mensen met overzicht en opleiding nodig om een begrijpelijk geheel te maken. Zonder die deskundigen slaat alles plat, heb je geen duiding, rode lijnen of geheel. Juist de nationale identiteit is gebaat bij zo’n geheel.

De opmerking van Máxima dat ‘de Nederlander niet bestaat’, daarmee implicerend dat ook de nationale, Nederlandse identiteit compleet diffuus is zonder kern, past in deze gedachtegang. Natuurlijk heeft Nederland een identiteit en een gedeeld verleden. Het slavernijverleden is een waardevol voorbeeld waarmee pijnlijk duidelijk wordt waar de redenatie van Mennings tekort schiet: wie zal vrijwillig en openbaar de eigen slavenhoudende familie aan de paal nagelen?

Historici hebben nog nooit de nationale identiteit bepaald. Historici hebben beschreven en geduid, hebben onderzocht en een beeld van het verleden gemaakt op basis van persoonlijke interesses en maatschappelijke issues. Het nationale verleden is altijd een mix geweest van verschillende stromingen en bijgestuurd door publiek debat.
Philip Nuijten, Tilburg

Ik heb naar aanleiding van zijn column een leestip voor Martin Sommer: de boeken van Behrouz Boochani, die zes jaar lang gevangen zat in het Australische asielsysteem. Dit werpt licht op de schaduwkant van het uitbesteden van de asielprocedure zoals in het ‘succesvolle’ Australische asielbeleid.

Goed om dit mee te nemen alvorens dit tot voorbeeld te nemen.
Lian Blijlevens, Nijmegen

Ook mijn vader werd als 20-jarige dienstplichtige gedwongen deel te nemen aan de ‘politionele acties’. En hoe ik hem ook naar zijn ervaringen vroeg: hij wilde er geen woord over kwijt. Ik heb vele boeken over dit onderwerp verslonden, zoals natuurlijk Revolusie van Van Reybrouck. De brandende kampongs van Generaal Spoor van Rémy Limpach heeft het meeste indruk op mij gemaakt. Als jurist vond ik het boek van de Zwitser Limpach vooral zo goed omdat hij focust op archiefstukken, op feiten. En hoewel vele stukken op onverklaarbare wijze niet gearchiveerd bleken te zijn, schetst hij een ontluisterend beeld van wat voor misdaden er door Nederlanders daar begaan zijn.

Ik zeg bewust ‘misdaden’, want hij baseert zich op archiefstukken van de militaire openbare aanklagers en rechters. Of deze misdaden anno nu als oorlogsmisdaden gekwalificeerd dienen te worden vind ik minder interessant. Van belang is volgens mij dat feitelijk vaststaat dat er de nodige misdaden gepleegd zijn.

Of mijn vader daar aan deelgenomen heeft zal ik nooit te weten komen. Ik kan het mij niet voorstellen, daar was het de man niet naar. Maar breng mensen in onmogelijke posities en zij doen dingen waartoe zij normaal niet in staat zijn. En als ik dan het artikel ‘Ze kregen opdracht alles en iedereen neer te schieten’ lees en de discussie over hoe je de destijds gepleegde daden zou moeten ­kwalificeren, denk ik: accepteer nou de feiten. De door Nederlandse militairen gepleegde feiten die Limpach beschrijft zijn op z’n zachtst gezegd niet fraai, maar ze zijn wel degelijk gebeurd, dat kan niet worden ontkend. Maar let op: die misdaden zijn zeker niet alle 200.000 uitgezonden militairen aan te rekenen, ook dát zeker niet.
Peter Lommerse, Almere

Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.

Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next