Home

Het Amsterdamse Patta is meer dan een hip kledingmerk: in de hoop de wielersport diverser te maken lanceert het een wielerploeg

Na een hardloopteam en een opleiding komt het Amsterdamse kledingmerk nu met een wielerploeg. De wielersport moet diverser worden, maar dat doe je niet alleen met een mooie reclamecampagne: ‘Je wil meer zijn dan een hipstergroepje met vette kleding en dure fiets.’

Wie door het centrum van Amsterdam of Rotterdam loopt, moet haast wel iemand tegenkomen met een shirtje van een Nederlands merk als Patta, Daily Paper, The New Originals, Filling Pieces of Banlieue. Deze ‘streetwearmerken’ zijn niet meer uit het straatbeeld weg te denken.

De geschiedenis van streetwear in Nederland begon bijna twintig jaar geleden toen Edson Sabajo en Guillaume ​‘Gee’ Schmidt een sneakerwinkel openden op de eerste verdieping van een pand aan de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam. Ze noemden de winkel ‘Patta’, fonetisch voor ‘pata’, wat ‘schoen’ betekent in het Surinaams.

Het duo begon met het verkopen van zeldzame sneakers en breidde de collectie na een paar jaar uit met een paar kledingstukken. Zo groeide de schoenenwinkel langzaam, shirtje voor shirtje, uit tot het eerste streetwearmerk van Nederland. Maar het woord ‘streetwear’ dekt de lading van Patta eigenlijk allang niet meer.

Zo kondigde het kledingmerk onlangs het Patta Cycling Team aan. Deze amateur wielerploeg bestaat uit ‘vrienden van het merk’ – medewerkers en bevriende bekende Nederlanders als rapper Sef (Yousef Gnaoui) en Willem de Bruin (van The Opposites). ‘Maar we willen niet alleen een reclamecampagne brengen met een hipstergroepje in vette kleding op een dure fiets’, zegt Patta-oprichter Gee Schmidt, vanuit het kantoor in Amsterdam-West. ‘Je moet met je project ook iets bewerkstelligen.’

Omdat de wielersport zo duur is – een goedkopere fiets kost bij Decathlon zo’n 400 euro – zie je eigenlijk dat alleen een bepaalde groep de sport beoefent, zegt Schmidt. ‘Dat zijn vooral... Ja, laten we het beestje maar bij de naam noemen: witte mannen van middelbare leeftijd.’ Het idee om verschil te maken in de wielersport leefde binnen Patta al langer, maar kreeg pas echt vorm toen het in gesprek raakte met het Britse, uiterst succesvolle fietskledingmerk Rapha. Om verandering in gang te zetten, moest er alleen meer gebeuren dan samen een paar sportoutfits uitbrengen.

Patta en Rapha zijn verschillend, maar hebben gemeen dat het naast de kleding óók draait om een lifestyle. Al snel ontstond het idee voor een wielerploeg. Vervolgens stelden ze een team samen, waarbij een balans tussen gender, leeftijd en huidskleur belangrijk was. Ze selecteerden uit hun eigen netwerk, uit vrienden en familie, maar in principe mag iedereen die wil een keer meefietsen. Daarna zochten ze sponsors voor de fietsen, organiseerden ze workshops en toen zaten ze ineens op de fiets in de Franse champagnestreek, voor hun eerste rit van zestig kilometer.

Patta-projectleider Rogier Jansen, die aanschuift bij het interview, is een van de teamleden. ‘Ik houd ontzettend veel van dit project’, zegt hij. Aan een gouden ketting om zijn nek hangt een bedeltje van een halter. Het is een herinnering aan de periode dat hij professioneel basketbalspeler was. Zijn 70-jarige vader zit ook in de ploeg; de teamleden zijn van alle leeftijden en niveaus ‘Op Instagram tonen we hun sportreis, die voor sommigen begon met een val bij het inklikken van de schoen op de fiets. Met zo’n video willen we zeggen: begin gewoon, daarna word je steeds beter.’

Met Keti Koti, op 1 juli, staat de volgende rit op de planning, The Patta 150 Challenge. Het is dan 150 jaar geleden dat de slavernij werd afgeschaft en om dat te vieren en te herdenken fietst het team 150 km: van Amsterdam naar het Rotterdamse slavernijmonument en weer terug, eindigend bij de herdenkingsdienst op het Museumplein.

Het is niet de eerste keer dat Patta een stap naar sport maakt. In 2010 richtte het al het Patta Running Team op om mensen doelen te leren stellen. Ze begonnen met afstanden van 3 kilometer met als uiteindelijk doel een halve marathon te lopen. Daaruit volgde de Patta Academy, met workshops over ondernemerschap voor een groep van 25 jongeren van tussen de 16 en 25 jaar, die gedurende de zomer of winter begeleiding krijgen. Patta geeft hun toegang tot het netwerk van het merk.

Helemaal af is Patta nooit, zegt Schmidt. ‘Dan zou ik zeggen dat we perfect zijn en dat zijn we niet’. Door nieuwe projecten aan te gaan, wil hij zijn merk blijven ontwikkelen. Dat gaat soms met vallen en opstaan, maar dat is niet erg, zegt hij. Van zijn Surinaamse ouders kreeg hij mee dat goed voorbeeld doet volgen. Zelf voegt hij daar nog iets aan toe: ‘Als je geen oogkleppen op hebt, openstaat voor de wereld, dan valt er altijd wel iets te leren.’

Op donderdag 22 juni viert Patta de samenwerking met Rapha, iedereen is welkom om langs te komen in de winkel op Zeedijk 68-70 van 18-20.30 uur.

V sprak ook met drie leden van het Patta Cycling Team en met een 20-jarige sporter die over het initiatief las op Instagram.

‘Toen ik net in het Cycling Team zat, fietste ik een keer door mijn straat. Ik woon in een vrij witte buurt in Diemen. Stonden ineens mijn buren op de stoep: ‘Fiets jij?’, vroegen ze. Ze vonden het bijzonder: de buurvrouw, die normaal alles doet met de auto, zat plots op een racefiets. Zij bleken ook aan wielrennen te doen, dus ik bracht ons samen in een app-groep en nu fietsen we regelmatig. Door het wielrennen kwam ik erachter: mijn buren zijn leuke mensen, met bijzondere verhalen. Ik vertrouw ze compleet.

Mijn zoontje van 12 jaar was zo trots dat ik ging fietsen. Hij is topsporter en speelt voor Ajax. Binnen de voetbalwereld zie ik veel racisme op tv en social media voorbijkomen, vooral vanuit toeschouwers. Ik houd mijn hart vast: hoe moet mijn zoontje daar mee omgaan? Soms loop ik bij een wedstrijd langs het veld, dan hoor ik weleens het een en ander. ‘Damn’, denk ik dan. ‘Moet hij dit nu al meemaken?’

Het maakt mij verdrietig. Wereldwijd moet er in zoveel sectoren nog meer kleur komen. Er zijn nog zoveel stappen die we moeten maken. En we moeten dat samen doen. Tegen jongeren zou ik willen zeggen: durf het aan om nieuwe sporten te verkennen, ook al denk je dat die niet voor jou zijn. Want dat zijn ze wél.’

‘Als ik aan wielrenners denk, zie ik vooral witte mannen van een jaar of zestig voor me, die na het fietsen een biertje drinken. Ik veroordeel die mannen niet, maar waarom zouden we die associatie met de sport niet kunnen uitbreiden? Voor mij is het doel van dit project niet om heel Antilliaans Nederland op de fiets te krijgen, maar ik hoop wel dat er mensen zijn die er door denken: ‘misschien is deze sport ook iets voor mij’.

Want het gevoel van uitsluiting ken ik. Mijn moeder is Nederlands en mijn vader komt uit Curaçao. Soms heb ik ook het gevoel dat iets niet voor mij is. Dat is door bepaalde ervaringen zo in mijn hoofd ontstaan. Door nu gewoon op de fiets te stappen, doorbreek ik mijn denkpatroon. Zo zet je verandering in gang.

Als we met het Cycling Team gaan fietsen, spreken we altijd op een bepaald punt in Amsterdam af. Vaak komen er dan mensen naar ons toe: ‘Wie zijn jullie? Wat gaan jullie doen?’ Misschien vallen we op omdat we er in onze shirtjes keihard uitzien, maar ik hoop ook omdat we het stereotype van de wielrenner doorbreken.’

‘Als iemand een jaar geleden tegen mij had gezegd dat ik nu in een wielerploeg zou zitten, had ik die persoon hard uitgelachen. Het gekke is dat ik wel sportief ben, maar mezelf op een fiets nooit had voorgesteld. In mijn omgeving doet niemand aan wielrennen, misschien komt het daardoor.

In ons Patta-team is de jongste in de twintig, de oudste in de zeventig, de een sportte voorheen elke dag, de ander nauwelijks. Op het eerste gezicht zien we er dus misschien niet uit als een team, maar we zijn het wel. We zijn verbonden door onze liefde voor sport, mode en ons gevoel iets te willen veranderen.

Ik zou het leuk vinden als er door ons project meer jonge mensen op de fiets springen, meer mensen die op mij lijken. Misschien droom ik nu, maar ik hoop dat we de start zijn van een movement. Dat anderen denken: ‘Als Veronica het kan, kan ik het ook.’

‘In de winter schaats ik en in de zomer, als de ijsbaan dicht is, fiets ik zo’n 350 km per week. Sporten betekent voor mij vrijheid, ik doe niets liever.

Schaatsen en wielrennen zijn allebei vrij witte sporten. Waar je in de voetbalwereld veel atleten van kleur hebt, heb je dat bij wielrennen en schaatsen een stuk minder. Jonge mensen van kleur hebben in die sporten bijna niemand om tegenop te kijken. Op de schaatsbaan zie ik niet veel racisme. Of nou ja, soms krijg ik wel iets naar mijn hoofd geslingerd. Maar dat ben ik gewend en vergeet ik snel weer.

Als ik aan nieuwe vrienden vertel dat ik schaats, reageren ze soms verbaasd: ‘Dat is toch een sport voor witte mensen’, zeggen ze dan. Maar wanneer ze op de ijsbaan langskomen, vinden ze het al gauw cool. Dat komt door de snelheid: op tv zie je die niet, pas van dichtbij merk je wat er in een sport echt gebeurt.

Patta vormt een brug tussen gemeenschappen: het brengt mensen van verschillende achtergronden samen. Bij andere merken zie ik dat zij diversiteit inzetten vanuit een marketingoogpunt. Patta doet dat niet; dit project komt recht uit hun hart.’

Net als bij Patta gaat het bij Rapha niet alleen om kleding. Het merk ziet fietsen als een filosofie om het leven volgens te leven. ‘Het is het vertrouwen dat Source: Volkskrant

Previous

Next