Tijdens de coronapandemie was er wereldwijd een groot tekort aan chips. Ook waren er logistieke problemen. Toen bleek hoe afhankelijk Europa is van Aziatische landen zoals Taiwan en Zuid-Korea.
Chips worden tegenwoordig in tal van producten gebruikt, onder meer in auto's. Veel grote fabrikanten moesten hun productie tijdelijk stilzetten door het grote tekort. Dat zorgde voor grote verliezen, onder meer bij Duitse autoproducenten. Ook in andere Europese landen en bedrijfstakken deed het tekort pijn.
Sindsdien willen de EU en ook Duitsland chipproducenten ertoe aanzetten om hun nieuwe fabrieken in dit deel van de wereld te bouwen. Ze hebben daar grof geld voor over. Zo heeft Duitsland naar verluidt 10 miljard euro toegezegd aan Intel voor de komst van de twee fabrieken, die in de stad Maagdenburg worden gebouwd.
Intel kondigde de afgelopen dagen ook twee andere projecten aan. Het bedrijf bouwt in Israël voor 25 miljard dollar (23 miljard euro) een chipfabriek en wil er ook eentje bouwen in Polen, waarvoor 4,6 miljard dollar wordt uitgetrokken.
Source: Nu.nl economisch