De zon scheen warm op de giraffen in Artis, die met lange tongen landerig aan het hek van hun behuizing stonden te likken. Aan de andere kant van het hek stonden drie jongens van een jaar of 20. Studenten, ongetwijfeld, met de onbezorgde, zelfgenoegzame oogopslag en – ongetwijfeld door frequent sociëteitsbezoek veroorzaakte – schorre, nonchalante tongval van welgestelde jongelui.
Het gesprek ging over schaamhaar. Punt van discussie: alles eraf of niet? De langste van de drie, een grote, blonde os met een krullebol vond ‘een beetje trimmen’ voldoende. ‘Voor mezelf dan. Een meisje moet gewoon kaal.’ Zijn makker, een tenger joch met scherpzinnige Indo-trekken, bekende dat hij ‘het meestal maar liet zitten’. ‘Ik heb ook niet zoveel’, voegde hij er vergoelijkend aan toe.
Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
De derde, een bonestaak met een verwend kindergezicht, waarschuwde: ‘Als je alles eraf scheert, word je na twee dagen gek van de jeuk.’ De anderen knikten. De blonde os stak een sigaret op.
Er passeerde een zeer dikke, bejaarde vrouw in een rolstoel, met enige inspanning geduwd door een mooi, rossig tienermeisje in een wit wapperjurkje. ‘Hállo!’, joelde de os, en stootte zijn vrienden aan. De vrouw in de rolstoel zei ‘Gaat het, kind?’ tegen het meisje. Ze antwoordde lachend: ‘Ja hoor! De berg op naar de Hema in Almere is zwaarder!’
Ik dacht na. Lag er in Almere werkelijk een Hema op een berg? Terzijde verscheen een man in een Artis-shirt. ‘Jongens, in Artis wordt niet gerookt’, zei hij vriendelijk tegen de blonde os. Schuldbewust trapte die zijn sigaret uit, raapte hem vervolgens braaf op en keek zoekend om zich heen.
De Indo haalde een leeg papieren zakje tevoorschijn met het logo van Simon M, een bakker die woekerprijzen durft te vragen voor zijn matige baksels. Hij schudde de kruimels eruit. ‘Hier’, zei hij tegen de os. Die stopte de peuk erin en stak het geheel in zijn broekzak. Er trok een wolk voor de zon. De bonenstaak schoof zijn zonnebril op zijn voorhoofd en keek naar de giraffen. ‘Vage beesten’, verklaarde hij.
Ik dacht aan mijn bejaarde schoonmoeder. Zij is volkomen dement en woont in een tehuis vlak bij Artis. We kochten een jaarkaart voor haar. We komen er vaak. Elke keer weer ziet ze de dieren voor het eerst van haar leven. Elke keer weer is ze blij verrast over de lange nekken van de giraffen. Ze is het woord ‘giraf’ vergeten, (en sinds kort ook het woord ‘nek’) maar ze bekijkt ze telkens weer verrukt, met stralend blauwe ogen.
Vage beesten.
Source: Volkskrant