Nederland komt tandartsen en mondhygiënisten tekort. Vooral in Zeeland levert dat nu al problemen op. Het kabinet neemt daarom maatregelen: het aantal opleidingsplekken gaat de komende jaren omhoog.
Zodra patiënt Tonny Lupgens (78) in de tandartsstoel haar onderkaak laat zakken, toont zich het levenswerk van Tineke Broere (62), haar mondhygiëniste. Het gebit van Lupgens stond op instorten, toen ze zich ruim veertig jaar geleden als een van de eerste patiënten meldde bij de praktijk die Broere met haar man begon in het Zeeuwse kuststadje Brouwershaven. ‘Het tandvlees was zodanig ontstoken dat ik niet kon beloven dat haar gebit het zou redden’, zegt Broere van achter haar mondkap.
Er zat maar één ding op: reinigen, reinigen, reinigen. Dus nam Lupgens een jaar lang wekelijks de bus vanaf Zierikzee om zich door Broere onder handen te laten nemen. Het resultaat mag er, zelfs nu nog, wezen: twee rijen piekfijne tanden, met tandvlees dat nauwelijks bloedt als Broere er vanochtend met de punt van haar scaler in prikt.
Maar aan al die vakkundige zorg dreigt een eind te komen. Broere nadert de pensioengerechtigde leeftijd en een opvolger, die de mondhygiëne- en tandartspraktijk samen met haar zoon wil voortzetten, kan ze niet vinden. En daarin is Broere niet alleen. Door het tekort aan tandartsen en mondhygiënisten zitten steeds meer mondzorgpraktijken zonder opvolger of zijn ze genoodzaakt om een patiëntenstop af te kondigen, zegt beroepsorganisatie Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT).
‘Een paar jaar geleden zagen we vooral dat het in Zeeland, Friesland en Limburg moeilijk was om tandartsen te vinden’, zegt KNMT-voorzitter Hans de Vries. ‘Inmiddels krijgen we signalen uit het hele land en is er ook een tekort aan mondhygiënisten.’ Daarbovenop komt het dreigende vooruitzicht dat binnen tien jaar ruim 42 procent van de tandartsen met pensioen gaat.
Het kabinet neemt de problematiek serieus. Om het tekort aan tandartsen in te lopen, wil het kabinet het aantal opleidingsplekken voor tandartsen verhogen van 259 naar 345 per jaar, iets waar het KNMT al jaren voor ijvert. De nieuwe opleidingsplekken moeten mede worden bekostigd door de tandartsopleiding terug te brengen van zes naar vijf jaar. Het aantal plekken voor de opleiding mondzorgkunde wordt met 41 plekken uitgebreid.
Daarnaast wil het kabinet ‘goed kijken naar wat er nodig is om te komen tot een evenwichtige spreiding van tandartsen over het land’, schreven de betrokken ministers Ernst Kuipers, Conny Helder en Robbert Dijkgraaf dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer. ‘De regio’s waar de tandartsendichtheid het laagst is - zoals Zeeland - hebben hierbij de hoogste prioriteit.’
Het is een opsteker voor de kustprovincie. Want dat er een probleem is met voldoende mondzorg in Zeeland, is evident. Neem Schouwen-Duiveland, het Zeeuwse eiland waar Broeres praktijk is gevestigd. Tijdens de pauze in de tl-verlichte, wit betegelde kantine schetst het voltallige team - Tineke, man Bert (66), zoon Michiel (35) en assistenten Geertje (49) en Anna (27) - het probleem dat er speelt. ‘Toen wij in 1981 afstudeerden, waren er te veel tandartsen’, zegt Tineke Broere. ‘Zeeland was een van de weinige plekken waar nog vraag was. Daarom kwamen we hiernaartoe.’ Meer studiegenoten volgden en in de hoogtijdagen had Schouwen-Duiveland, volgens haar, elf tandartsen.
In de jaren erna werd het aantal plekken op tandartsopleidingen teruggeschroefd, waardoor tandartsen en mondhygiënisten weer de luxe kregen om zich te kunnen vestigen rondom de steden waar ze zijn opgeleid: Amsterdam, Nijmegen, Groningen en Utrecht.
Dus toen de ‘pensioengolf’ Schouwen-Duiveland bereikte, stonden er amper opvolgers klaar, zegt zoon Michiel. ‘Er zijn slechts zes fulltime tandartsen over en die hebben allemaal een patiëntenstop.’ Geertje en Anna merken daar dagelijks de gevolgen van, zeggen ze. ‘Er belt iedere dag wel een nieuwe eilandbewoner die we moeten teleurstellen.’ Toeristen die ’s zomers op het eiland verblijven of statushouders en Oekraïners die er worden opgevangen, kunnen ze zelfs bij spoed niet helpen. Een second opinion zit er al jaren niet meer in.
Of de kabinetsplannen voldoende zijn om taferelen zoals in Schouwen-Duiveland in de rest van Nederland te voorkomen, moet blijken. ‘Helaas kunnen we jongeren niet verplichten om naar de periferie te verhuizen’, zegt KNMT-voorzitter De Vries.
De beroepsorganisatie is kritisch op het voornemen van het kabinet om de opleiding tandheelkunde in te korten. De tandartszorg wordt de komende jaren complexer vanwege de vergrijzing, zegt KNMT-voorzitter De Vries. Dat was een van de redenen dat de opleiding in 2007 met een jaar werd verlengd.
‘Naarmate mensen ouder worden, hebben ze meer mondzorg nodig’, zegt De Vries. ‘Ouderen houden nu vaker hun eigen tanden en kiezen. Begrijp me niet verkeerd, dat is ze gegund: het is een stukje kwaliteit van leven. Maar in de praktijk betekent het dat de waaier aan tandzorg daaromheen toeneemt. Juist daarom is het belangrijk om meer tandartsen en mondhygiënisten op te leiden en om dat goed te doen.’
In Brouwershaven is zoon Michiel, die begin dit jaar de rol van praktijktandarts van zijn vader overnam, blij met de keuze om naar zijn geboortegrond terug te keren. ‘Je hoeft je nooit zorgen te maken over een tekort aan patiënten en de vastgoedprijzen liggen lager.’ Hij ziet alleen maar voordelen. Nu alleen die toekomstige praktijkpartner nog.
Vooralsnog doet de moeder-zoon-constructie haar werk. ‘Al hebben we beiden even moeten wennen’, geeft moeder Tineke toe. Zolang er geen opvolger is, piekert ze er niet over om te stoppen. ‘Ik kan mijn patiënten toch niet achterlaten? Dat zouden ze hier in Brouwershaven niet leuk vinden. Dus als het moet, ga ik gewoon nog even door.’
Source: Volkskrant