De militair die uit Indië terugkeerde na de politionele acties en Niels Roelen die zijn dochter moest antwoorden op haar vraag of hij een moordenaar was geweest in Afghanistan, zijn allebei slachtoffer van oorlogsgeweld.
De eerste ging na terugkeer langzaam kapot aan zijn misdaden in opdracht van zijn meerderen, Niels Roelen heeft het over overleven. Het recht om niet dood te willen gaan en daarna in de ogen van gewone mensen, zoals ik zelf, ‘slecht’ te worden.
Zo worden wij allemaal slachtoffers van oorlogsgeweld, in naam van het vaderland. Met dank aan Niels Roelen voor zijn volledig respectabele keuzes.
Carla van der Poll, Voorburg
Met een mengeling van mededogen en ontdaanheid las ik het verhaal van ex-majoor Niels Roelen. Ontdaan door zijn opmerking dat over de dood in Nederland aanstellerig wordt gedaan. Een harteloze ontkenning van menselijk verdriet. Verder ben ik ontdaan door zijn rationalisaties over het doden van menselijk leven. Ja, elke oorlog brengt het slechtste in mensen naar boven. Dat klopt. Er zijn geen schone oorlogen, ook niet als een volk zich verdedigt tegen een agressor. Maar Roelen wil niet te gewichtig doen over de dood: ‘daar wordt het leven maar ondraaglijk van’.
Ik gun Roelen evenwel liefdevolle steun bij een herbezinning op zijn (ondraaglijke) verhaal over dood en verderf zaaien in Afghanistan (‘het was waar je jarenlang voor bent getraind’). Roelen blijft nu teveel hangen in zelfrechtvaardiging, waar een pijnlijke zelfreflectie meer op zijn plaats zou zijn.
Wouter ter Braake, Barendrecht
In de rubriek Sterveling vertelt Niels Roelen over zijn ervaringen in Uruzgan en over de pijn die hij voelde bij de vraag van zijn dochter: ‘Papa, ben jij een moordenaar?’
De pijn die door de vraag wordt opgeroepen, hangt samen met een waaier aan aspecten. Ja, er zijn mensen gedood door hem. Ja, hij voelt zich bezwaard doordat het gebeurd is. Nee, hij heeft geen moord gepleegd; hij deed dingen, die volgens het oorlogsrecht niet verboden waren. Nee, hij is er niet voor veroordeeld, want het was oorlog. Nee, hij is geen moordenaar.
Dat deze overwegingen worden genegeerd, is het aspect wat de vraag gemeen maakt - onbedoeld door de dochter die het op het schoolplein hoorde roepen.
Maar het meest pijnlijke is het gegeven dat hij als mens een identificatie toegeschoven krijgt door de omschrijving ‘moordenaar’. Ook al eet ik vaak aardappelen, ik vind het vreemd als ik ‘aardappeleter’ genoemd zou worden.
Door iemand die gestolen heeft ‘dief’ of ‘crimineel’ te noemen, wordt hij als mens omschreven op basis van een verrichting. Dat met name officieren van justitie op dit punt stelselmatig in de fout gaan, is te betreuren. Want het is feitelijk onwaar, mensonterend, onpedagogisch en contraproductief.
In de 25 jaar dat ik bij de reclassering werkte, heb ik juist geprobeerd de cliënten van zo’n zelfbeeld af te helpen. En ze juist voor te houden dat ze zichzelf kunnen zien als iemand die een waardevolle medeburger kan zijn, als hij de misse daden achterwege laat.
Een roos blijft een roos, ook als zij distel wordt genoemd.
Winfried Wüstefeld, Leusden
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden