De dag na de grootste beslissing uit zijn carrière ontvangt wethouder Jan-Herman Scholten (CDA) in het gemeentehuis van Haaksbergen. In het bijzijn van een jurist, projectleider en woordvoerder wil de bestuurder persoonlijk toelichten waarom hij de zoutwinning in zijn gemeente wil gaan blokkeren.
‘Geen klein bier’, weet Scholten. De belangen zijn enorm, hij voelt de druk.
Een kwart van het zuivere zout in West-Europa komt uit Twente. Deze productie valt over twee jaar weg als zoutvelden rond Haaksbergen niet worden aangeboord door zoutproducent Nobian. ‘Ik weet het’, zegt Scholten. ‘Het is voor hen een voor twaalf.’
Al ruim honderd jaar is Twente hét wingewest voor zout. De Zechsteinzee droogde 260 miljoen jaar geleden op en liet een ondergrondse zoutlaag achter die strekt van Nederland, via Duitsland tot Polen. Nergens ligt het zout zo dicht aan het oppervlak (400 meter diepte) als hier, wat het spul relatief gemakkelijk winbaar maakt. Het is van hoge kwaliteit, wat het – in tegenstelling tot de inferieure soorten die in keuken- en strooizout eindigen – geschikt maakt voor chemische toepassing.
De Twentse voorraden maakten Nobian, voormalig AkzoNobel, tot de grootste producent van dit hoogwaardige zout in West-Europa. Ooit begonnen in Boekelo in 1918 wint het bedrijf nog vooral in een driehoek tussen de zoutfabriek in Hengelo, Beckum en Enschede. Maar die voorraden zijn eindig. De zoutvelden bij Haaksbergen zijn volgens Nobian de enige die de productie de komende decennia op peil kunnen houden. Een plan B is er niet.
Een probleem is er wel: bewoners hebben de gemeentepolitiek ervan overtuigd dat zoutwinning rond Haaksbergen een onzalig plan is. Nergens in de gemeente was het verzet zo hevig als in Sint Isidorushoeve.
Wie in het kerkdorp een opstand wil ontketenen onder de 1.250 inwoners, moet onaangekondigd op een landkaart rond het Twentse Sint Isidorushoeve 36 spelden zetten. Een voor ieder zoutveld dat er de komende vijftig jaar aangeboord kan worden. Nobian deed het in zijn vergunningaanvraag. Nu wankelt de Twentse zoutproductie.
‘Bewoners schrokken zich kapot’, zegt Epi Winkelhuis (48) van actiegroep Laat de Hoeve Niet Zakken als hij samen met zijn compagnon Esther Rodijk (37) rondleidt door het gebied waar Nobian zout wil gaan winnen. ‘Mensen zagen in hun achtertuin ineens een speldenknop staan. Waarom moet dat hier in het mooie buitengebied, en zo dicht bij de huizen?’
Als de Twentse zoutsaga iets laat zien, dan is het dat alles wat in Nederland van onder de grond moet komen inmiddels verdacht is. Met dank aan de gevolgen van de Groningse gaswinning.
Problematisch voor een bedrijf zoals Nobian, inmiddels eigendom van Amerikaanse en Singaporese investeerders. Wat in Sint Isidorushoeve gebeurt, staat volgens Nobians mijnbouwdirecteur Yvar van den Winkel voor veel meer dan alleen het verzet tegen de zoutwinning nabij het dorp. Waarbij volgens hem ‘een uiterst klein groepje individuen de zoutwinning in Twente onmogelijk dreigt te maken’.
‘Het gaat over de vraag wat nog redelijk is en hoe je belangen tegen elkaar afweegt’, zegt hij. ‘Er moet bij participatietrajecten, zoals ook in de energietransitie, een punt zijn waarop je kunt zeggen: dit is een onredelijke discussie geworden.’
Dat punt is volgens Nobian in Twente bereikt. ‘Zeker als je in ogenschouw neemt wat het belang is van zoutwinning voor Nederland en wat de werkelijke risico’s zijn ten opzichte van de door bewoners geclaimde gevaren.’
Onbevlekt is de reputatie van Nobian niet. Vanwege diesel- en pekellekkages, en door gebrek aan urgentie bij het opruimen van lege velden, staat het bedrijf sinds 2016 onder verscherpt toezicht van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Nobian benadrukt dat veel is veranderd en 95 procent is opgelost sinds het bedrijf daarna is losgeweekt van AkzoNobel. Toch handhaaft het Staatstoezicht vanwege ‘te weinig voortgang’ op twee oude dossiers het verscherpt toezicht.
En dan zijn er ook nog Nobians 61 Twentse zoutcavernes, lege ondergrondse ruimten met een omvang van een voetbalstadion, die ‘mogelijk instabiel worden in de nabije of verre toekomst’. Tot grote ongelukken heeft de zoutwinning in ruim honderd jaar nooit geleid, maar het woord ‘instabiel’ roept in Twente onherroepelijk herinneringen op aan het sinkhole dat in 1991 ontstond toen in Hengelo een oude caverne inzakte.
‘Waarom moeten wij dit risico lopen?’, vraagt Epi Winkelhuis, bedrijfsleider bij een tegelzetbedrijf, zich af. De aanvoerder van Laat de Hoeve Niet Zakken kijkt uit over een weiland waar Nobian een van de zouthuisjes, kleine fabriekjes die het zout uit de grond halen, hoopt te gaan bouwen. ‘Wij zitten straks in het buitengebied met een bouwput en vijftig jaar onzekerheid voor zout en winsten die naar het buitenland gaan. Laat ze het daar zelf produceren.’
Het zijn dit soort ‘onredelijke’ opmerkingen waar Nobians mijnbouwdirecteur Van den Winkel zich mateloos aan stoort. ‘Dat kobalt in zijn telefoon uit Congo komt, vindt hij kennelijk geen probleem’, sneert hij als hij Winkelhuis’ uitspraken krijgt voorgelegd. ‘Terwijl dat een stuk minder duurzaam is dan wat wij doen.’
Van den Winkel zegt dat hij niet anders kan dan constateren ‘dat misverstanden actief in stand worden gehouden door Laat de Hoeve Niet Zakken’. Dat er veel bedrijvigheid komt boven de zoutvelden, bijvoorbeeld: ‘Elf van de twaalf maanden gebeurt daar niets.’ Dat Nobian niet weet hoe het de cavernes straks gaat afsluiten: ‘Gewoon niet waar, zonder sluitplan geen vergunning.’ Dat de velden groter en riskanter zijn: ‘Onjuist, ze zijn van gemiddelde omvang en het is veiliger dan ooit doordat we tien tot twintig keer meer zout laten zitten boven de cavernes dan vroeger werd gedaan.’
Van den Winkel: ‘Ze willen het gewoon niet, dat is het. En als je iets niet wilt, dan wil je dit allemaal niet horen.’
Nobian kreeg eind mei steun vanuit Hengelo, thuishaven van de zoutfabriek. ‘Momenteel zijn ongeveer 1.400 gezinnen in de regio afhankelijk van de zoutproductie in Hengelo’, schreef het Hengelose college van B en W samen met buurgemeente Enschede aan staatssecretaris Hans Vijlbrief (Mijnbouw) over de dreigende sluiting van de zoutfabriek – ‘voor Twente een belangrijke economische pijler’.
Tegenstanders blijven die economische belangen afwegen tegen die van de paar honderd omwonenden van de nieuwe boorlocaties. Zij verwijten Nobian geen oog voor ze te hebben. ‘Pas toen de vergunning in gevaar kwam, gingen ze avonden organiseren’, zegt Esther Rodijk van Laat de Hoeve Niet Zakken en werkzaam bij Universiteit Twente. ‘Terwijl ze tijdens de vergunningsprocedure de plannen aanpassen, hebben wij al een jaar niets van ze gehoord.’
Voor die stilte is een goede reden, laat Van den Winkel van Nobian weten. Inwoners van Sint Isidorushoeve zijn namelijk helemaal geen direct omwonenden meer. Na het verzet uit het dorp en een bezoek van staatssecretaris Vijlbrief vorige zomer heeft Nobian als tegemoetkoming de drie zoutvelden om Sint Isidorushoeve geschrapt. Van de overgebleven acht waar Nobian nog een vergunning voor wil, hebben de kerkdorpbewoners geen last.
Toch houdt het verzet aan, en dat heeft alles te maken met de 36 speldenpunten die Nobian in het begin van de procedure op de kaart zette. Dit ‘doorkijkje’ naar de maximale potentie van een gebied wordt altijd gevraagd bij de milieueffectrapportage, en dus prikte Nobian 36 knopjes in het landschap.
‘We zijn als dorp deze ronde dan misschien niet aan de beurt, maar als de eerste acht velden straks leeg zijn natuurlijk wel’, zegt Rodijk. ‘De leidingen liggen er dan immers al.’
Het zou kunnen dat Nobian over een aantal jaar nieuwe zoutvelden in het gebied wil ontginnen, zegt Van den Winkel. ‘Maar dan doorlopen we, net als nu, gewoon weer alle veiligheidstappen en inspraakmomenten.’
Het is de vraag of het ervan gaat komen. ‘We gaan de gemeenteraad adviseren tegen te stemmen’, zegt wethouder Scholten in het gemeentehuis. Hij doet het met de wetenschap dat de raad bij een eerdere stemming al op die lijn zat.
Het draait allemaal om een klein schakeltje van de omgevingsvergunning. De rijksoverheid gaat in Nederland over vergunningen voor delfstofwinning, maar kan bij een strijdig bestemmingsplan een ‘verklaring van geen bedenkingen’ vragen aan de betreffende gemeente. Vaak een formaliteit, maar niet in Haaksbergen. En geen verklaring betekent geen vergunning.
De gemeente wil de verklaring niet afgeven vanwege het ‘industriële karakter’ van pijpleidingen en zouthuisjes die boven de zoutvelden komen te staan. Maar uit de toelichting blijken zorgen over veiligheid en bodemdaling van doorslaggevend belang.
Nobian overweegt naar de Raad van State te stappen, omdat het vindt dat de gemeente voor ministerie speelt. Om te beoordelen of zoutwinning veilig kan, luistert het ministerie met name naar de adviezen van TNO, het Staatstoezicht op de Mijnen en de Technische Commissie Bodembeweging. Die adviezen zijn vertrouwelijk tot het ministerie zijn ‘instemming onder voorwaarden’ op Nobians winningsplan definitief maakt.
Het Haaksbergse gemeentebestuur mocht de vertrouwelijke mijnbouwadviezen vast inzien. Het weegt de vertrouwelijke adviezen over veiligheidsaspecten in Nobians winningsplan nu mee in de procedure voor de omgevingsvergunning. Terwijl die laatste niet zozeer gaat over veiligheid, maar vooral over het ruimtelijk inpassen van een project in het landschap.
De gemeente meent dat in een bestemm Source: Volkskrant