Home

Symbiose tussen architectuur en natuur: in Nederland is een revival gaande van de Sea Ranch-stijl

In de jaren zestig verrees aan de Californische kust de legendarische Sea Ranch, een vroeg voorbeeld van ecotoerisme, met moderne houten vakantiehuizen. Zestig jaar later is de Sea Ranch-stijl overgewaaid naar de Wadden. Hoe is deze trend te verklaren?

Op het terras van het strandpaviljoen op de Marker Wadden zitten twee ‘pensionado’s’, zoals ze zichzelf noemen, met hun voeten in het zand, drankje in de hand, vogelconcert op de achtergrond, te genieten van het uitzicht over het helderblauwe Markermeer. Het echtpaar is hier voor het eerst, met de zeilboot – zonet aangemeerd in de jachthaven. Ze zijn onder de indruk van de ‘nieuwe natuur’ die hier door ingenieurs en landschapsontwerpers is ontworpen, met slib, zand en handmatig aangeplant helmgras. ‘Je waant je op de Wadden.’ Op de vraag wat ze van de architectuur vinden, kijken ze verbaasd. ‘De gebouwen waren ons niet echt opgevallen. Maar dat je met een wijntje zo uit de wind kunt zitten, is wel heerlijk.’

Architect Franz Ziegler, die de nederzetting op de Marker Wadden ontwierp, moet erom glimlachen; dit is precies wat hij voor ogen had. Architectuur die ruimte biedt aan voorzieningen, beschutting tegen de elementen en zich vrijwel onzichtbaar voegt in de omgeving, als duinkonijnen in het zand. Het project voor de Marker Wadden draait immers om de natuur, of eigenlijk: herstel van de natuur die met het indijken van het Markermeer verloren ging. De kunstmatige eilanden zijn vanaf 2015 opgespoten in opdracht van Rijkswaterstaat en Natuurmonumenten, samen met Boskalis. De eerste resultaten zijn veelbelovend; de oorspronkelijke flora en fauna keert terug, waarop besloten is om de archipel uit te breiden. Op 7 juni zijn twee nieuwe eilanden feestelijk ‘geopend’.

Over de auteur
Kirsten Hannema is architectuurrecensent voor de Volkskrant. Ze schrijft sinds 2007 over architectuur, stedenbouw en landschapsontwerp.

Architectuur speelt een sleutelrol in het succes. Enerzijds wordt met de horeca en verhuur van (vier) recreatiehuisjes geld verdiend voor onderhoud en beheer, dat grotendeels wordt gedaan door vrijwilligers van Natuurmonumenten. Anderzijds dragen de gebouwen bij aan de natuurbeleving. ‘Er zijn mensen die binnenkomen in hun vakantiehuisje en een uur voor het raam blijven zitten om zich te vergapen aan het uitzicht’, vertelt een medewerker in het havenkantoor.

De architecten lieten zich inspireren door Sea Ranch, een rotskuststrook in Californië, in de jaren zestig bebouwd door ontwikkelaar Al Boeke. In de tijd dat klassieke strandarchitectuur met fraaie veranda’s plaatsmaakte voor massatoerisme in de vorm van flats, sloeg Boeke de ecologische weg in. Hij verwierf een stuk grond waarvoor hij landschapsarchitect Lawrence Halprin een plan liet maken. Halprin stelde voor om stroken beplanting aan te leggen, zodat luwe plekken ontstonden om – verborgen in het groen – compacte huizen te bouwen. De architecten borduurden daarbij voort op de architectuur van de oude zeeboerderij waaraan de kuststrook zijn naam ontleent. Om het natuurlijke beeld te bewaken, stelden ze een handboek met regels op: huizen mogen niet hoger zijn dan twee lagen, hebben houten gevels en geen privétuinen, en auto’s worden buiten beeld geparkeerd in daartoe ontworpen schuren.

Voor het gebouwenensemble op de Marker Wadden ontwikkelde architect Ziegler een soortgelijke architectuurtaal. Het project staat niet op zichzelf; ook op de Waddeneilanden verrijzen dergelijke houten huizen. Hoe is deze trend te verklaren, en wat bepaalt de aantrekkingskracht van de Sea Ranch-stijl?

‘Sea Ranch is een vroeg voorbeeld van duurzaam bouwen, waarbij ontwerpers, gekleurd door de hippietijd, met simpele ingrepen de aanwezige natuurrijkdom lieten spreken’, zegt Frits Palmboom, die als stedenbouwkundige aan de Marker Wadden werkte. Zowel Palmboom als Ziegler bezocht het Californische vakantiedorp – uitgegroeid tot een bedevaartsoord voor architecten – tijdens een studiereis. Wat Ziegler daar ervoer, is dat de architectuur ook een klimatologische werking heeft. ‘De lessenaarsdaken zijn zo ontworpen dat ze de wind geleiden en ze hebben dakramen waardoor noorderlicht diep in de ruimte binnenvalt’, legt hij uit. ‘Vanwege de harde wind hebben de gebouwen geen dakoverstekken; de schuine daken eindigen in een strakke zinken dakrand. Deze principes hebben we ook op de Marker Wadden toegepast.’

De architecten van Sea Ranch werkten met western red cedar, Ziegler met larikshout, afkomstig uit de bossen van Natuurmonumenten op de Veluwe. Het hout, dat mooi vergrijst, was ook een praktische keuze. ‘Je bouwt op een eiland waar alles per boot naartoe moet, dan werk je het best met lichte, prefab elementen die op locatie snel in elkaar gezet kunnen worden.’ De nederzetting op de Marker Wadden is zelfvoorzienend: drinkwater wordt ondergronds gezuiverd, energie opgewekt met behulp van aardwarmte en zonnepanelen. Deze panelen heeft Ziegler in de dakvlakken geïntegreerd, zodat je ze niet als zodanig herkent.

De Sea Ranch-stijl landde in 2014 in Nederland met het Duinhuis dat architect Marc Koehler op Terschelling bouwde voor televisiepresentator Jort Kelder. Kelder wilde een duurzaam huis dat de natuur zo min mogelijk zou aantasten. ‘We hebben goed gekeken naar de plek, de hoogteverschillen, en hoe het huis daarin past’, vertelt Koehler. ‘Associaties met een gebouw wilden we vermijden, vandaar dat we geen puntdak of daklijsten hebben gemaakt, maar een abstracte vorm. Een gebouw dat als een woestijnroos in het zand ligt.’ Ontwikkelaar Erwin Miedema zag het huis en vroeg Koehler om voor hem in dezelfde stijl een vakantieverblijf te ontwerpen. ‘Mij sprak het moderne beeld aan, met elementaire vormen die in het landschap opgaan – heel anders dan de gangbare bakstenen huisjes met dakpannen. Dit past naar mijn mening beter op de Wadden.’

Wat hem aantrok in de houten gevels is dat ze onderhoudsvrij zijn. Omdat de bouw kostbaar was, besloot Miedema om het huis ook te verhuren. ‘Dat liep veel beter dan gedacht: ik besefte dat meer mensen zo’n soort architectuur willen.’ Toen Miedema de kans kreeg om even verderop zes hectare grond met een oud hotel te verwerven, bedacht hij om daar een nieuw resort te bouwen in Sea Ranch-stijl, voor ‘die andere doelgroep’. ‘Ik noem het barefoot luxury, een ongedwongen sfeer van goed genieten waarbij je op blote voeten vanuit het hotel zo het zand op loopt. Maar wel met een hoog serviceniveau.’

‘In het contrast tussen actieve natuurbeleving en verstilling schuilt voor mij de luxe van deze architectuur’, zegt Keimpke Zigterman over het Huis in de Duinen, dat hij met zijn bureau Unknown Architects ontwierp voor een particuliere opdrachtgever. ‘Kijk, kamperen is heerlijk als het mooi weer is, maar als het weer omslaat, is de lol snel voorbij. Hier kun je een ruige plek beleven zonder koude wind en stuivend zand, in een ruimte die alleen door jou en jouw naasten wordt gebruikt.’

De opdrachtgever wilde een vakantiewoning die bescheiden zou ogen. De architecten bedachten om het gebouw deels in te graven in het duin, waardoor de hoogte beperkt bleef. Het ontwerp is simpel: vier muren met een houten dak, dat doet denken aan een zuidwester. Naast de Sea Ranch haalden de architecten inspiratie uit de houten woningen die de Japanse architect Kazuo Shinohara in de jaren zestig ontwierp. ‘Die architecten timmerden expressieve houtconstructies, vides en ramen die het uitzicht omlijsten. Het zijn kleine huizen, maar met een grote ruimtelijke rijkdom.’

‘Wat ik goed vind aan Sea Ranch, is dat de ontwerpers niet het individuele droomhuis van hun opdrachtgevers, maar het totaalbeeld vooropstelden’, zegt architect Benjamin Groothuijse. Toen hij en zijn collega Tjerk de Boer de opdracht kregen om op Terschelling, ter vervanging van een oude bungalow, een vakantiewoning te bouwen, besloten ze om het ook zo aan te pakken: het huis moest passen binnen het buurtschap. Groothuijse: ‘Het is onderdeel van een verzameling bakstenen puntdakhuisjes, schijnbaar als hagelslag over de duinen uitgestrooid, maar bij nader inzien vrij precies op hun plek gezet, rekening houdend met de zon, wind, uitzicht en privacy.’ Het vakantiehuis is op dezelfde manier ingepast, heeft ook een pannendak, maar in plaats van metselwerk een strakke houten gevel. ‘Je wilt zien dat het van nu is, en duurzaam’, aldus De Boer.

Het interieur hebben de architecten van de keuken tot inbouwkasten ontworpen. Groothuijse: ‘Met maatwerkmeubels benut je de beperkte ruimte zo efficiënt mogelijk en creëer je een specifieke sfeer. Je bent hier om te ontsnappen aan het alledaagse leven, dan wil je geen Ikea-kasten.’ Architect Ziegler is het met hem eens. Voor de gebouwen op de Marker Wadden had hij zitvensterbanken, inbouwkasten, tafels en een speciale Marker Wadden-stoel willen ontwerpen, maar uiteindelijk zijn de gebouwen toch ingericht door Ikea, dat sponsor is van Natuurmonumenten.

Ziegler tekent nu aan recreatiewoningen in een ‘stuifduinenlandschap’ in Drenthe, Marc Koehler begint in september met de bouw van het hotel op Terschelling, De Boer en Groothuijse werken daar aan de verbouwing van een vakantiewoning. Ze zien dat het een grotere opgave is; veel vakantiehuisjes zijn toe aan renovatie. De paradoxale les die Sea Ranch daarvoor aanreikt: juist als je het landschap zo min mogelijk wilt verstoren met architectuur, moet je veel tijd en energie steken in het ontwerp. Op de Se Source: Volkskrant

Previous

Next