Maandenlang had Jonker 19 juni datum met rood omcirkeld in zijn agenda. Het was de dag waarop hij met een bijna volledige selectie (zonder vier vakantiegangers) zou starten aan de voorbereiding op het WK, die van 20 juli tot en met 20 augustus in Australië en Nieuw-Zeeland wordt gespeeld.
Maar op deze 19 juni is onduidelijk welke speelsters wel en vooral welke speelsters niet mogen trainen. Het zijn normale taferelen bij recreanten van amateurclubs, na een avondje doorhalen in de kroeg. En niet bij topsporters van een groot voetballand bij de start van de voorbereiding op een groot toernooi.
Een conflict tussen de FIFA en een verbond van 42 clubs uit het vrouwenvoetbal houdt de aftrap van de campagne in zijn greep. De clubs reageerden furieus op de speelkalender in 2024, waarin de Champions League-finale (24 mei), EK-kwalificatiewedstrijden (27 mei tot en met 4 juni en 8 tot en met 16 juli) en de Olympische Spelen (25 juli tot en met 10 augustus) kort achter elkaar worden gespeeld. De clubs vrezen voor overbelasting van hun speelsters, een item dat al langer speelt in het vrouwenvoetbal.
Als statement naar de FIFA, de maker van de speelkalender, weigerden de clubs hun internationals op 19 juni vrij te geven voor de voorbereiding op het WK. De wereldvoetbalbond kwam de clubs vervolgens tegemoet. Pas op 23 juni hoefden de clubs hun speelsters af te staan voor de landen. Dat werd pas een maand geleden bekend. Een nieuw conflict was geboren.
De nationale voetbalbonden waren des duivels dat het besluit zo laat was genomen en dat hun afspraken met de clubs waren geschonden. Uit vrees dat zij hun uitgekiende voorbereiding voor het WK moesten aanpassen en hun oefenwedstrijden, commerciële activiteiten en hotelboekingen moesten uitstellen, gingen de bondscoaches de barricaden op.
Jonker sprak zijn ongenoegen uit, net als zijn collega Sarina Wiegman, de succesvolle bondscoach van Europees kampioen Engeland. Met een lobby hoopten zij de clubs op het laatste moment nog op andere gedachten te brengen. En daarbij liepen de emoties achter de schermen volgens Jonker hoog op.
Nederland wordt namelijk hard getroffen. Jonker zei bij de bekendmaking van zijn voorselectie op 31 mei dat hij mogelijk zeven van de dertig opgeroepen speelsters moet missen, zonder de namen van de clubs én de betreffende speelsters te noemen. Eén club eist zelfs een vergoeding voor de dagen dat ze tot 10 juli bij de KNVB aanwezig zijn.
Het is onduidelijk of de lobby van de KNVB onder leiding van topmannen Jan Dirk van der Zee, Nigel de Jong en Gijs de Jong resultaat heeft opgeleverd. De bond wil tot dusver geen uitspraken doen over het conflict, om de gesprekken met de clubs niet te frustreren. Of de KNVB een vergoeding wil betalen, is ook niet bekend.
De KNVB weigert ook te zeggen of de zeven speelsters maandag op het trainingsveld staan. Alleen is duidelijk dat Jill Roord, Dominique Janssen, Lynn Wilms (allen Wolfsburg) en Lineth Beerensteyn (Juventus) er maandag sowieso niet zijn.
De vier krijgen langer vakantie van Jonker en sluiten pas op 27 juni aan, als Oranje een trainingskamp in het Limburgse Horst belegt. Roord, Janssen en Wilms speelden op 3 juni nog de Champions League-finale tegen FC Barcelona, die ze in Eindhoven met 2-3 verloren. Beerensteyn kwam een dag later in actie in de finale van de Italiaanse beker.
De overgebleven speelsters verzamelen zich maandag om 14.00 uur voor het eerst in het spelershotel in Zeist. Drie uur later staat op de KNVB Campus de eerste trainingssessie op het programma.
Tot een mededeling van de bond zal het in de Zeister bossen vooral koppen tellen geblazen zijn. En dat allemaal 34 dagen voor de eerste WK-wedstrijd van Nederland tegen Portugal, in het Nieuw-Zeelandse Dunedin.
Source: Nu.nl sport