Home

Willem Roos (100): ‘Mijn ribbroeken waren heel populair onder studenten. Ze stonden hier in rijen voor de deur’

Willem Roos is 100 jaar. Hoe kijkt de gepensioneerde kleermaker aan tegen de eeuw die achter hem ligt? En wat vindt hij van het huidige tijdsgewricht?

De atletische gestalte van Willem Roos verraadt een sportief verleden. Op zijn 70ste volbracht hij nog moeiteloos een halve triatlon. Veertig jaar lang floot hij elke zaterdag een jeugdwedstrijd – of twee, als er niet genoeg scheidsrechters voorhanden waren. Het steekt hem een beetje dat de KNVB op zijn 100ste verjaardag niet van zich liet horen. Hij had de voetbalbond zelf nog ruim van tevoren gebeld. ‘Mevrouw, weet u dat er een scheidsrechter is die 100 wordt? De oudste van Nederland.’ Ze vroeg zijn naam, maar hij bleek niet meer voor te komen in de bestanden.

‘Een eerlijke scheidsrechter, die als hij een fout maakte, dat niet ging ontkennen. Als je een fout toegeeft, wordt die geaccepteerd. Ik was 36 toen ik begon en heb het veertig jaar volgehouden, elke zaterdag bij de jeugd van 12 tot 15 jaar.’

‘Schreeuwende ouders langs de kant bij jeugdwedstrijden is van alle tijden. Professioneel voetbal is er niet mooier op geworden. Je wordt door de spelers belazerd. Ze slepen met hun been over de grond, alsof ze ten val zijn gebracht terwijl dat niet zo is – en dan volgt een opstootje. Dat zo’n speler als Erling Haaland 1 miljoen per week verdient, is verschrikkelijk toch? En zo lopen er nog een paar honderd rond in het betaald voetbal, terwijl de halve wereld in armoede leeft. Deze voetballers hebben alleen het geluk gehad dat ze goed tegen een balletje kunnen trappen en dat dit toevallig iemand is opgevallen.’

geboren: 17 januari 1923 in Amsterdam

woont: zelfstandig, in Amsterdam

beroep: kleermaker

familie: een jongere zus, twee dochters, drie kleinkinderen

weduwnaar: sinds 2021

‘Nee. Ik ben links. Ik stem niet meer op de PvdA sinds ze met de VVD gingen regeren. Voor mij had de partij daarmee afgedaan. Sindsdien stem ik op de SP, want deze partij komt nog wel op voor de arbeiders. Ik volg dagelijks het politieke nieuws, bekijk veel debatten op televisie. Pieter Omtzigt is voor mij de grote held in de politiek. Hij krijgt een 10 met een griffel omdat hij de waarheid spreekt en niets dan de waarheid. Ik heb een paar redevoeringen van hem gehoord in de Tweede Kamer, die zijn perfect. Ik ben wel voorzichtig geworden met mijn politieke uitspraken, want tegenwoordig ben je gauw de klos.’

‘Dat ze mij beoordelen op wat ik zeg en meteen in een hokje plaatsen. Er zijn mensen die het je niet in dank afnemen als je anders denkt dan zij. Dat vind ik geen goede ontwikkeling. Respecteer elkaars mening, ga in discussie en laat elkaar verder met rust. Zo simpel is het.’

‘Op mijn 13de ging ik werken op de scheepswerf van de NDSM in Amsterdam-Noord, waar ik ben opgegroeid. Een 48-urige werkweek. Jongeren hoor je klagen dat de ouderen hun centen opeten, maar we hadden lange werkweken. Mensen van mijn generatie zitten echt niet zo goed in de slappe was. Ik heb een pensioen van 20 euro in de maand. Ik had nooit gehoord van sparen voor je pensioen en heb mij pas heel laat aangemeld. Met al die prijsverhogingen moet ik nog meer op mijn uitgaven letten.

‘Na de oorlog ben ik in dienst gegaan bij een kleermaker, hard werken voor weinig geld. Toen die ermee ophield, was ik gedwongen voor mezelf te beginnen. Ik kon een winkel huren in de Jordaan, voor 10 gulden in de maand. Boven mijn zaak had fotograaf Paul Huf zijn studio, dus door de straat liep het af en aan met beroemdheden, waaronder het Nederlands elftal. Hij was een charmante man en reed in een lange slee met licht hout aan de buitenkant.’

‘Zware kleding, bedrijfskleding voor timmerlieden, de brandweer, vuilnisophalers, politieagenten, kolensjouwers. Elke beroepsgroep had zijn eigen werkkleding. Kolensjouwers hadden een leren stuk op de schouders, waarop ze de zak met kolen legden. Timmerlieden droegen een gladde leren broek met een streep. De werkkleding van andere beroepsgroepen was van dezelfde stof: Manchester, ribfluweel in verschillende kleuren. Kort nadat ik voor mezelf was begonnen, gingen ze spijkerbroeken dragen, dus raakte ik veel klanten kwijt. Maar mijn ribbroeken bleken ineens heel populair onder studenten. Ze stonden in rijen voor de deur. Toen textielfabriek Van Heek Schuttersveld in Enschede, de enige die Manchester ribfluweel leverde, in 1982 failliet ging, moest ik abrupt stoppen met kleding maken en ben ik verder gegaan met kledingreparatie.’

‘Ik was recalcitrant in die tijd. Uiteindelijk ben ik toch naar Duitsland gegaan voor dwangarbeid, 3,5 jaar lang. Bij de eerste oproep ben ik niet gegaan. Bij de tweede wel, omdat er werd gedreigd met arrestatie. Met een grote groep mannen stonden we op het station, waar Duitse werkgevers arbeiders kwamen uitkiezen. Een man van een bouwbedrijf wilde mij hebben. Hij zei dat als ik aan een ander zou worden toegewezen, ik naar de Venloer Strasse in Keulen moest gaan. Ik werd meegenomen in een auto en kwam midden in de nacht op een boerderij in de bergen terecht. Ik dacht: hier wil ik niet zijn. Ik ben meteen op de vlucht geslagen. Al lopend in het donker door de bergen kwam ik bij een dorp met een station, waar ik op de trein ben gestapt. Met wat Duitse woorden die ik kende en gebarentaal vond ik de weg naar de Venloer Strasse in Keulen.

‘Ik kreeg sjouwwerk opgedragen in het bouwbedrijf. Maar van werken kwam niet veel, liever ging ik naar de bioscoop. Dat werd aan de grote klok gehangen. Als ik mijn gedrag niet zou veranderen, zou ik in moeilijkheden komen, zei de baas. Diezelfde nacht ben ik weggelopen. In een dorp net buiten Keulen raakte ik in gesprek met een oude vrouw. Ik mocht bij haar eten en slapen als ik haar tuin onderhield. Tot het eind van de oorlog ben ik bij haar gebleven. Je moet het geluk aan je kont hebben hangen, en dat had ik.

‘Via een vriend kreeg ik het bericht dat ik mij moest melden bij een betonfabriek. Ik kreeg ruzie met de bedrijfsleider omdat ik weigerde aan de lopende band te werken. Na een vechtpartij met hem ben ik weggelopen. Als je 19, 20 jaar bent, realiseer je je niet welke risico’s je loopt met je gedrag in oorlogstijd. Een vriend vroeg ik of ik niet in de levensmiddelenzaak van zijn vader kon komen werken. Aan het eind van de middag ben ik naar het Arbeitsamt gegaan, om toestemming te vragen. Daar had ik weer het geluk aan mijn kont hangen. Het arbeidsbureau ging bijna dicht, de ambtenaren wilden naar huis. Ze stonden daar met drie Oekraïense vrouwen die tewerkgesteld moesten worden bij een schoonmaakbedrijf. Niemand had zin ze daarnaartoe te brengen. Ik bood aan dat op mij te nemen, met de smoes dat ik toch die kant op moest. Daar gingen ze gretig op in. Zonder dat ik met de billen bloot hoefde dat ik twee keer was weggelopen bij een bedrijf, kreeg ik een briefje met toestemming in die levensmiddelenzaak te werken. Ik vertel niet zomaar wat verhalen, het is de waarheid.’

‘Ik had een aparte rol in het gezin. Ik was de middelste van zes kinderen, met twee broers boven mij. Mijn vader was arbeidsongeschikt doordat hij invalide was geraakt tijdens de mobilisatie. Hij hield wel van een slok, dus er was een drankprobleem in huis, met veel ruzie tot gevolg. Ik ging vaak naar de kroeg waar mijn vader jenever zat te drinken om hem er weg te halen. Ik wilde ruzie thuis voorkomen. Dan trok ik aan zijn arm en zei: ‘Ga mee naar huis.’ ‘Nog even, nog even’, antwoordde hij dan.

‘Mijn vader probeerde het steeds goed te maken met mijn moeder door van alles voor haar mee te nemen, zoals een pak palingen. Het waren slechte tijden. Altijd die spanning of mijn vader weer dronken thuis zou komen. Het heeft mij een stuk van mijn jeugd gekost, want ook op zaterdag probeerde ik hem vaak uit de kroeg te halen, waardoor ik vaak mijn wedstrijd voor de voetbalcompetitie moest afzeggen.’

‘Geen dictator, maar een vader die zijn dochters vertrouwen gaf. Van jongs af aan kregen zij veel vrijheid. Ze hoefden nooit op een bepaalde tijd thuis te zijn. Een kind dat het vertrouwen krijgt van zijn ouders, luistert beter en leert zelf keuzes te maken.’

‘Hoe mijn vrouw aan haar eind is gekomen. Tweeënhalf jaar geleden viel ze in de badcel. Zo goed en zo kwaad als het ging, heb ik haar als 98-jarige opgetild, naar de kamer gebracht en in een stoel gezet. Daarna heb ik de ambulance gebeld. Ze brachten Rietje naar het ziekenhuis, ik bleef thuis achter omdat er geen plek was in de zie

kenwagen. De heup van mijn vrouw bleek gebroken. Drie dagen hebben ze haar laten wachten op een operatie. Daarmee zijn ze de fout ingegaan. Ze overleefde de operatie niet. Dat was een mokerslag. Ineens was ze weg, we hadden geen afscheid van elkaar kunnen nemen. Ik probeer haar dood te aanvaarden. Geen aanspraak hebben en alleen eten vind ik het ergste, met zijn tweeën is zo veel gezelliger. Nu is het interview zeker wel klaar.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustra Source: Volkskrant

Previous

Next