Home

Dood wielrenner Gino Mäder roept de vraag op: is een afdaling aan het slot van een bergetappe wel verantwoord?

In een razendsnelle afdaling tijdens de Ronde van Zwitserland kwam donderdag de 26-jarige Zwitser Gino Mäder ten val. Vrijdag overleed hij. Volgens wereldkampioen Remco Evenepoel is het vragen om problemen als coureurs in het slot van een wielerwedstrijd een berg moeten afdalen, zoals donderdag het geval was. Zou het inderdaad beter zijn om wedstrijden niet meer te besluiten met een afdaling?

‘Het was prima mogelijk geweest om op de top te finishen’, tweette Evenepoel na de val van Mäder. De Belg kent de gevaren van de afdaling. In 2020 schoot hij in de Ronde van Lombardije een ravijn in. Hij had het geluk volledig te herstellen. Op vrijdag won de wereldkampioen in zijn regenboogtrui de zesde etappe en droeg die zege aan zijn overleden collega op.

Over de auteur
Erik van Lakerveld schrijft sinds 2016 over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.

De Duitse renner Simon Geschke tweette na de val van Mäder dat het ook de renners zelf zijn die risico’s nemen. Later verwijderde hij het bericht, maar het was een goed voorbeeld van een terugkerende vraag in de wielersport. Wie is verantwoordelijk voor de veiligheid in koers: de renners of de organisatie?

In een aantal gevallen is dat geen vraag en is het duidelijk wie er blaam treft. Als er autoverkeer op het parcours opduikt, zoals afgelopen week gebeurde in de Tour des Pyrenées voor vrouwen, dan is de organisatie tekortgeschoten. Maar in de Ronde van Vlaanderen, in april, was het de Poolse renner Filip Maciejuk die een massale valpartij veroorzaakte door bruusk vanuit de berm het peloton in te sturen.

De val van Mäder in de Ronde van Zwitserland was niet eenduidig. De afzink van de Albulapas was redelijk overzichtelijk. Er zijn vaker renners afgedaald en doorgaans zonder problemen. Het was de plek ervan in het parcours die het gevaarlijk maakte: aan het slot van de etappe. Dat lokt riskante manoeuvres uit. Er zijn renners die proberen terug te komen of die een kleine voorsprong uit willen bouwen en op hun smalle banden de randen van de weg opzoeken.

Dalen is balanceren, slechts beschermd door een helm en een paar handschoentjes. ‘Stel je voor dat je met 100 kilometer per uur over de snelweg rijdt in je zwembroek, je de deur opent en eruit springt. Zo is het als je valt’, zegt Jonathan Vaughters in de Netflix-serie Tour de France Unchained.

Er zijn coureurs die remmen, die ervoor kiezen kalmer aan te doen. Zij die geen kans meer hebben om de etappe te winnen, geen klassementsambities koesteren en niet tegen de tijdslimiet vechten. Wie de druk van de ploeg voelt, de wens om te winnen heeft of vermoeid probeert op tijd binnen te komen, zal die keuze minder snel maken. Het parcours beïnvloedt de keuzemogelijkheden en het verantwoordelijkheidsgevoel van het peloton.

Weg met de late afdaling dus, zou je denken. Het dwingt renners om over hun grenzen te gaan. Maar tegelijkertijd is dalen en sturen ook een wezenlijk onderdeel van de wielersport en zorgt het voor afwisseling in de strijd.

Een race die eindigt met een afdaling levert andere winnaars op dan wanneer de streep boven op een col getrokken is. Bij het klimmen draait het namelijk vooral om twee factoren: het gewicht van de renner en de kracht die hij kan leveren. Dunne, sterke coureurs als tourwinnaars Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard zullen meer kans op de zege hebben als er alleen nog bergop wordt gefinisht. De iets mindere klimmers, of aanvallers die zijn uitgerust met een overvloed aan durf en daalcapaciteiten, zien hun kansen slinken.

De wielersport heeft sinds de Tweede Wereldoorlog gemiddeld eenmaal per jaar een dode te betreuren. Soms leidt zo’n fatale valpartij tot een verandering van denken over de veiligheid. De beelden van Fabio Casartelli die in de Tour van 1995 in foetushouding bloedend op het asfalt lag, deden alle wielervolgers en renners beseffen hoe gevaarlijk de sport is. Toch duurde het tot de dood van Andrej Kivilev in Parijs-Nice van 2003, weer zo’n keerpunt, voordat de internationale wielerunie UCI de helmplicht invoerde.

De stemmen van de renners en de ploegen werden niet vaak gehoord als het om veiligheid ging. Dat lag niet alleen aan de onwil van de UCI en de koersorganisatoren, maar ook aan de verdeeldheid van de ploegen onderling. Grote hervormingen op het gebied van veiligheid bleven daardoor uit.

Pas na de bijna fatale val van Fabio Jakobsen, die door Dylan Groenewegen in de Ronde van Polen van 2020 in een heuvelafwaartse sprint tegen een ondeugdelijk dranghek werd geduwd en zwaargewond raakte, werd er door een aantal ploegen druk gezet op organisatoren en de UCI om werkelijk werk te maken van veiligheid.

Na drie jaar werk achter de schermen moet dat voor de Tour de France van dit jaar leiden tot de oprichting van SafeR. Deze onafhankelijke organisatie, door de wielerploegen gefinancierd, zal in de toekomst de parcoursen van de wielerwedstrijden toetsen.

Voor het parcours voor de Tour de France van dit jaar zal dat weinig meer kunnen uitmaken. De tweede etappe naar San Sebastian, de veertiende naar Morzine en de zeventiende naar Courchevel besluiten allemaal met een afdaling. Remmen is dan misschien nog wel minder een optie dan elders: nergens is de druk op de renners om te presteren zo hoog als in de Ronde van Frankrijk.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next