Home

Heeft de huidige Oranje-generatie kans van slagen?

Een tussenfase? Die bestaat eigenlijk niet bij het Nederlands elftal, beweert bondscoach Ronald Koeman. Oranje is het perpetuum mobile van het nationale voetbalgevoel.

‘We moeten stappen zetten. Dat wisten we van tevoren’, zegt Gini Wijnaldum woensdag na de nederlaag tegen Kroatië (2-4) in de Nations League, terwijl hij op een verhoging staat in een tent naast stadion de Kuip.

Versterkers rondom, zodat hij met meerdere journalisten tegelijk kan communiceren. Zo lijkt hij op een priester die vanaf zijn altaar gelovigen toespreekt, met dat weerkaatsende geluid. Uefa-mannen en vrouwen in onberispelijke pakken, de misdienaars, zwaaien driftig als de belijdenis lang genoeg heeft geduurd.

Over de auteur
Willem Vissers is ruim 25 jaar voetbalverslaggever voor de Volkskrant. Hij versloeg acht WK’s. In 2022 is hij uitgeroepen tot sportjournalist van het jaar.

Wijnaldum: ‘We hebben goede spelers. We moeten zorgen dat het als team heel goed in elkaar zit. Er zijn landen die beter zijn, dus we mogen niet zeggen dat we dicht tegen de top aan zitten. Het is gewoon een kwestie van beter worden, wedstrijd na wedstrijd. De komende tijd is belangrijk voor onze ontwikkeling.’ Die komende tijd begint zondag, met de strijd om de derde plaats in de Nations League tegen Italië, in Enschede.

Als er al tussenfases zijn in Oranje, lopen ze al dan niet geruisloos in elkaar over, of overlappen ze elkaar. Kijk alleen naar Wijnaldum zelf. In periode 1 van Koeman, tussen 2018 en 2020, was hij met Memphis Depay het gouden duo van het elftal. Depay als spits en hij als nummer tien; ze leverden doelpunten en assists op bestelling. Ze waren altijd in de buurt van elkaar, met een onzichtbare lijn verbonden, als kabel naar doelpunten en succes.

Nu Koeman terug is, valt Wijnaldum tegen Kroatië in voor nieuweling Mats Wieffer en oogt hij niet bepaald topfit, na twee moeilijke jaren bij Paris SG en AS Roma plus een zware blessure. Hij is 32 jaar.

Of hij zijn oude niveau nog hervindt? ‘Ik kan het nog halen.’ Depay was bij Barcelona geen eerste keus. Reserve, geblesseerd. Hij vertrok naar Atlético Madrid. Geblesseerd. De lijn naar succes is gebroken. De vraag is of de eindjes nog aan elkaar zijn te knopen.

De keuzes van spelers voor clubs hebben grote invloed op Oranje. Donny van de Beek, eens een potentieel gezicht van Oranje, is door blessures en eeuwige reservebeurten bij Manchester United totaal verdwenen van de radar. Ryan Gravenberch, te vaak reserve bij Bayern München, had al een belangrijke middenvelder van de nationale ploeg kunnen zijn.

Oranje is de toevallige samenballing van talent, van topspelers, op het juiste moment bij de juiste club, in de juiste vorm. Als het meezit, en als bepaalde mensen op het juiste moment met elkaar naar bed gaan om hun genen door te geven, zoals Danny Blind zich eens uitdrukte, pakt alles goed uit. De generatie Cruijff-Van Hanegem. Of de generatie Van Basten-Gullit-Rijkaard-Koeman. Bergkamp-De Boer-Kluivert-Seedorf-Davids. Of Robben-Sneijder-Van Persie-Van der Vaart.

Maar hoe heet de huidige generatie dan? En is het al een generatie? Virgil van Dijk en Frenkie de Jong? Met Memphis Depay? En Cody Gakpo, hoort die er nu al bij of is hij de trekker van een nieuwe generatie, of van een andere tussenfase die misschien een gouden generatie kan worden?

Wat zeker is: deze generatie is er nog niet eentje die je met gouden letters in het boek van de oranje historie schrijft. Geen groots WK gespeeld: die kwartfinale tegen Argentinië is al weer vergeten door het saaie spel. Geen groots EK in 2021, met een roemloze aftocht tegen de Tsjechen in de achtste finales en het onmiddellijke ontslag daarna van Frank de Boer.

Twee keer de finaleronde van de Nations League bereikt, maar ja, dat is oefenvoetbal dat door al die Uefa-mannen en vrouwen naar het heelal is geschoten, om te kijken of het gaat glinsteren daarboven.

En dus is het afwachten. Het EK proberen te halen, volgend jaar in Duitsland. Spelers inpassen of laten afhaken. Generaties aan elkaar knopen, zodat er meer ontstaat dan een samenvloeiing van tussenfasen, of van een diffuse periode waarop geen stempel is te drukken.

Drie Feyenoorders speelden deze week tegen de Kroaten, mede dankzij de landstitel. Onder hen was doelman Justin Bijlow, die kort voor het WK reserve werd, omdat Van Gaal toch meer vertrouwen had in nieuweling Andries Noppert. Toen kwam Jasper Cillessen terug door een blessure van Noppert, maar die beging de ene na de andere blunder. Noppert was nauwelijks hersteld of Bijlow deed weer mee, al keepte hij niet geweldig tegen de Kroaten.

Alles in een elftal begint met de doelman en die is niet onomstreden. Zo kun je doorgaan, al won Nathan Aké drie prijzen met City, waren Frenkie de Jong en Matthijs de Ligt kampioen met Barcelona en Bayern.

Maar toch: aanvoerder Virgil van Dijk is nooit meer helemaal de Virgil geweest van pakweg 2018 en 2019. Frenkie de Jong wekt vaak de indruk dat hij te veel moet doen, alsof hij de stripheld is die in alle hoofdstukken van het boek de heldenrol wil spelen, in plaats van op te staan op de sleutelmomenten.

Alles luistert nauw. Hoe gaat het bij een speler met de club? Slaagt het buitenlands avontuur? Welk gevolg heeft dat voor Oranje? Teun Koopmeiners was woensdag opeens aanvallende middenvelder, terwijl hij normaliter controleur is.

De aanvallende as, voorheen dus met Depay en Wijnaldum, was nu bezet door Cody Gakpo en Teun Koopmeiners, min of meer als kwestie van toeval. Gakpo is bij Liverpool sinds een half jaar spits. En ja, dan moet hij dat bij Oranje dus ook kunnen.

Koopmeiners was altijd een controleur, maar de trainer van Atalanta zette hem mede vanwege zijn goede schot op de aanvallende positie. Hij scoorde tien maal in de competitie, vaker dan echte spitsen als Romelu Lukaku of Dusan Vlahovic. Dan kan dat toch ook in Oranje?

‘Je leert een hoop’, zegt Koopmeiners over twee jaar Serie A. ‘Het is een andere visie, een andere kijk op voetbal. Fysiek en tactisch. Het is wennen. De Hollandse school is al uniek, met 4-3-3. Bij Atalanta spelen we heel andere systemen. Andere trainingen en andere oefeningen, het is anders hoe er wordt gekeken naar resultaat. Dat is ook waarvoor je het buitenlands avontuur bent aangegaan. In Nederland was ik controleur, zelfs tussen de verdediging. Nu speel ik eigenlijk alleen voorin.’

Of dat leuker is? ‘Ja en nee. Soms denk ik dat ik het best tot mijn recht kom op mijn favoriete positie. Maar ik heb ook veel aan mijn spel kunnen toevoegen. Ik dribbel meer, ik kan meer scoren. In plaats van dat ik iemand wegstuur, moet ik weggestuurd worden. Maar ik ben een zelfmotivator en een teamspeler. Als ik in de basis sta, wil ik vol gas geven. De trainer zegt: je hebt een goede trap en een goed schot, ik wil je hoger op het veld gebruiken.’

Zo scoorde hij op de slotdag tegen Monza drie keer, eenmaal met een geweldige lob van de zijlijn, een doelpunt waarover zelfs tal van specialisten en oud-voetballers twijfelden: was het de bedoeling of was het geluk? ‘Dat is mijn traptechniek. Vrij nonchalant, toch een strakke bal. Vanuit ontspanning, maar er moet wel vaart in zitten.’

En dus was hij aanvallende middenvelder tegen de Kroaten, met lange sprints. Soms zette hij alleen druk, zonder dat anderen meededen. Een schot vloog over. Een voorzet was de aanleiding voor 2-2.

Hij speelde vrij onopvallend, net als spits Gakpo, net als linksbuiten Xavi Simons, hét talent, die je weleens op de plek van Koopmeiners zou willen zien. Koeman liet Koopmeiners tot het einde staan, ook ‘omdat hij een linkspoot is, en voor de eventuele strafschoppen.’

Zondag is de wedstrijd tegen Italië om plek drie. Daarna, in september, volgen cruciale duels in de reeks voor het EK, tegen Griekenland en Ierland. Misschien is het EK de laatste kans voor deze generatie om te gloriëren, of is de volgende generatie dan al leidend?

Misschien sluit nog iemand aan, liefst een aanvaller. Het hoeft niet per se meteen een Cruijff te zijn, maar wanneer staat weer eens een Van Basten op, een Kluivert of een Robben? Dat blijft de vraag: waar blijven de Nederlandse aanvallers van het hoogste kaliber?

Ronald de Boer was spits bij Ajax, maar trainer Van Gaal kon hem in de grote tijd makkelijk op het middenveld zetten, omdat hij ook beschikte over de jonge spits Kluivert. De Boer, analist op tv en individueel trainer bij Ajax: ‘Talent is ook een kwestie van generaties. Dit gezegd hebbende, denk ik dat we in Nederland te veel bezig zijn om spitsen te laten meevoetballen in plaats van ze alleen te laten scoren.’

Hij noemt een voorbeeld uit deze week. Bij Kroatië viel Bruno Petkovic in, een bonkige spits van Dinamo Zagreb die de strijd besliste: ‘Ik denk dat Petkovic niet eens door de voorselectie was gekomen bij Oranje, of bij Ajax en PSV. Maar met een goal en een versierde strafschop was hij als invaller heel belangrijk. Twee keer draaide hij fantastisch weg van een tegenstander. Wij in Nederland zien voetbal nu eenmaal anders dan ze dat doen in andere landen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze Source: Volkskrant

Previous

Next