Lang is ze niet in Nederland, een paar dagen maar. Op de dag dat ze koning Willem-Alexander, prinses Beatrix en enkele tientallen genodigden zal toespreken op het Paleissymposium, een bijeenkomst die ditmaal in het teken staat van de zoektocht naar buitenaards leven, spreekt de Volkskrant Sara Seager ’s ochtends in de bar van haar hotel.
Het gesprek vertrekt al vrij snel voorbij de grenzen van de tastbare omgeving. Weg van het tafelblad, de koffiekopjes en obers die vriendelijk ‘bruisend of plat?’ vragen, richting de verre werelden waar zo veel van haar carrière zich afspeelt. Werelden die draaien om een andere ster dan de zon, exoplaneten. Zo duizelingwekkend diep in het kosmische hangen ze, dat geen mens die nu leeft ze vermoedelijk ooit zal bezoeken.
‘Een ontdekkingstocht. Het is sciencefiction die langzaam verandert in sciencefact. Mensen willen weten wat er daarbuiten is, wíé er daarbuiten is. Iedereen wil wel eens een alien ontmoeten.’
‘Absoluut. Een goede film hierover is Passengers. Daarin worden de hoofdpersonages ingevroren, zodat ze toch die grote afstand kunnen afleggen. Of Interstellar, waarin een wormgat wordt gebruikt met hetzelfde doel. Zulke films geven een idee hoe het in de verre toekomst misschien zal gaan.
‘Kijk, er bestaat een grens tussen onderzoek dat mainstream is en onderzoek dat beschouwd wordt als gek. Wat ik met mijn werk wil doen, is die grens verschuiven. Als wetenschappers speculeren we niet graag. Ik ga hier niet tegen jou zeggen: in de toekomst kan jouw bevroren lichaam naar een andere planeet reizen. Maar ik kan je verzekeren dat we, door die grens te verschuiven, voorbereidingen treffen voor zo’n mogelijkheid.’
Over de auteur
George van Hal schrijft voor de Volkskrant over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart. Hij publiceerde boeken over alles van het heelal tot de kleinste bouwstenen van de werkelijkheid.
‘Ik moet wel ja antwoorden, anders zou ik niet elke dag uit bed komen en zo hard werken. Maar het eerlijke antwoord is: misschien. Alleen al in ons zonnestelsel hebben we meerdere opties. Mogelijk is er iets onder het oppervlak van Mars, op ijsmanen zoals Europa en Enceladus, en ik raak er steeds meer van overtuigd dat er leven mogelijk is op Venus. Op dit moment zitten we nog in een soort naïef-hoopvolle fase. Want als we buitenaards leven vinden, dan zet dat alles op zijn kop.’
‘Dat kan zeker. Bij exoplaneten zullen we misschien een stofje in de atmosfeer ontdekken dat kan duiden op de aanwezigheid van leven. Een biomarker, noemen we dat. Er zullen mensen zijn die dat niet geloven, ook binnen de wetenschappelijke wereld. Ze zullen ruzie maken. En die sceptische generatie zal langzaam ouder worden en uitsterven, en dan komt er een nieuwe generatie die beter bewijs verzamelt. Hopelijk wordt er op een gegeven moment een generatie geboren waarvoor leven elders in het heelal heel gewoon is.’
‘Ik deed al onderzoek naar fosfine als biomarker en kwam toen Jane Greaves tegen. Zij zocht naar fosfine op Venus. Onderzoek dat zich duidelijk aan de gekke kant bevond van de grens tussen mainstream en gek. Want Venus is een rare plek voor leven. Het oppervlak is veel te heet, pas in de atmosfeer is het koel genoeg. In onze wolken, op aarde, zweven ook bacteriën, maar de wolken op Venus bestaan uit sterke zuren, niet uit water. Ze bevatten zwavelzuur, dat een gat kan branden in je kleding.
‘Maar voor de zoektocht naar buitenaards leven heb je een open mind nodig, en moet je risico’s durven nemen. Tweeënhalf jaar geleden leidde onze samenwerking tot een publicatie. We maakten melding van fosfinegas in de atmosfeer van Venus en schreven honderd pagina’s met uitleg waarom dat gas daar niet kon zijn ontstaan uit bekende chemie.’
‘We zeiden er vanaf het begin bij: dit is nog géén bewijs voor leven. Toch werd het resultaat onmiddellijk controversieel. Onze collega’s, onze vrienden, werden boos. Ze publiceerden nieuwe analyses van onze meetgegevens waarin het signaal voor fosfine niet verscheen. Anderen vonden het signaal wel, maar concludeerden dat het geen fosfine was. Ik sta nog steeds achter mijn team. Het kost alleen veel tijd om alle kritiek te weerleggen.’
Seager is gewend om voor de troepen uit te lopen. Dertig jaar geleden ging ze als promovendus als een van de eersten ter wereld aan de slag met exoplaneten die – gezien vanaf de aarde – voor hun ster langs bewegen. Dat veroorzaakt een periodiek dipje in het sterlicht waaruit je de aanwezigheid van de planeet kunt afleiden. Als die planeet een atmosfeer heeft, kan een beetje van het sterlicht daar bovendien doorheen sijpelen en kunnen astronomen op aarde achterhalen welke stofjes zich in die atmosfeer bevinden.
Destijds was dat nog allemaal theorie. ‘Ik ging eens solliciteren bij een oudere, zogenaamd wijzere professor. Hij zei: we zullen wat jij voorstelt niet of nauwelijks gaan waarnemen. Tegenwoordig hebben we zulke planeten duizenden keren waargenomen. Dat kostte wel wat tijd. Jonge mensen gingen met exoplaneten aan de slag. Het oudere establishment moest uiteindelijk wel meebewegen.’
Net zo, denkt zij, zal het gaan met buitenaards leven. ‘Ik denk dat ik met Venus nu opnieuw aan de gekke kant van de scheidslijn zit’, zegt ze. ‘Soms gebruik ik ChatGPT als ik niet zeker weet hoe ik iets moet zeggen. In dit geval zou ik vragen: ChatGPT, hoe kan ik dit aardig zeggen? Ik denk dat hij dan zoiets als advies zou geven: we gaan ooit het eerste bewijs vinden van biomarkers op exoplaneten. We gaan het dan misschien niet geloven, maar het zal genoeg zijn om de zoektocht voort te zetten. Om geld te krijgen voor een volgende telescoop.’
‘Toen ik weduwe werd, was het alsof ik een andere planeet bezocht. Een heel ander universum, zelfs. Toen ontmoette ik een clubje vrouwen, allemaal ook weduwe, en die hielpen me er doorheen. Ze zijn nog steeds in m’n leven. Dat voelde gek, en blij, en grappig en tragisch, allemaal uitvergroot tot extreme proporties door dat verlies. En ik bleef maar tegen hen zeggen: dit is gestoord, iemand zou hier een boek over moeten schrijven.’
‘Terwijl ik door die periode heen ging, was ik ook aan het werk, op zoek naar planeten. Ineens werd mijn zoektocht in de ruimte buiten de aarde gespiegeld door m’n zoektocht in de ruimte van binnen. Ik besloot dat in het boek wat explicieter te maken.
‘Ik heb altijd van de ruimte gehouden. Soms voel ik me, wanneer ik op een donkere nacht naar boven kijk, eenzaam en bang. Soms heeft het juist iets enorm troostends. Als kind had ik een dakraam en keek ik naar de sterren voordat ik in slaap viel. De aarde is één stipje in een reusachtig heelal. Ik kijk elke avond even omhoog. Soms is het maar een fractie van een seconde, maar de gedachte aan onze plek in de kosmos speelt dan altijd door m’n hoofd.’
‘Het heeft me helpen begrijpen hoe mensen op me reageren. En waarom een interview als dit zo hard werken is. Het is bijna alsof je een andere taal moet leren spreken. Ik moet me vaak bewust anders gedragen, anders denken mensen dat ik enorm bot en koud ben. Van nature heb ik geen ruimte voor koetjes en kalfjes, voor plezant en aardig zijn. Ik heb een soort ChatGPT nodig in mijn brein die me daarbij helpt.
‘Mijn huidige man is de grappigste persoon ooit, heel charmant. Hij vond me in het begin gemeen en hard. Nu kan hij er grapjes over maken, omdat hij het begrijpt.
‘Voor veel mensen, zeker wanneer ze jong de diagnose krijgen, kleeft er een soort schaamte aan vast. Omdat ik de diagnose pas later kreeg, heb ik dat nooit gevoeld. Ik wil niemands medelijden. En ik wil jongeren helpen hun schaamte te overwinnen.
‘Mijn autisme is een soort superkracht. Ik ben er blij mee. Het geeft me focus en heeft me geholpen een geweldige wetenschapper te worden. Ik kan moeiteloos door alle afleidingen heen knippen. Ik maak me ook niet zo’n zorgen om de meningen van anderen. Ook dát is in de wetenschap heel belangrijk. Want als je te veel vastzit in wat anderen van je denken, durf je nooit risico’s te nemen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden