N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Defensieorder Defenture, tot voor kort een ploeterende autostart-up, groeide uit tot gezicht van de opleving van de Nederlandse defensie-industrie. NRC volgde een jaar lang de jacht op Duitse megaorders, die een gevolg zijn van de oorlog in Oekraïne.
De gepantserde terreinauto zoekt met hoge snelheid een weg door wat nog het meest lijkt op een bebost maanlandschap. Slalomt tussen dicht opeen gegroeide bomen. Richt zich op na elke afdaling – net voordat de neus de grond zou raken. Springt naar de top van een steile heuvel en bevriest daar ineens, als een turner bij de afsprong.
„Dit is nog niks”, zegt Gerard Rond (66) met ingehouden bravoure. Op deze zonnige herfstochtend vertoont hij de kunsten van zijn militaire terreinvoertuig, de Groundforce, zoals hij dat ook vaak doet voor potentiële kopers. De proefrit heeft plaats in het Brabantse Loon op Zand, op een zanderig bosterrein van vijftig hectare rond een ven, waar de commando’s geregeld trainen.
„Nu gaan we wat sneller”, zegt Rond, voormalig motorcrosser en meervoudig deelnemer aan de rally Parijs-Dakar. Terwijl bomen voorbijflitsen, praat Rond ontspannen door – met één hand op het stuur. De auto springt en daalt als een crossmotor: „Je voelt de klap niet eens.” Schiet ineens van het ene bospad naar het andere – „dat zwenken moet je kunnen, als je beschoten wordt” – en duikt dan een soort schacht in.
„Militairen rijden tijdens een missie graag door droge rivierbeddingen, voor de beschutting. Dan kun je in zó’n situatie komen!”, zegt Rond, naar voren wijzend, terwijl hij de auto stilzet. Op enkele meters van de voorruit verrijst een steile helling. Links vormt een zandberg een haast onneembare veste. Rond geeft gas, en draait aan het stuur. De auto swingt naar links en schiet dan omhoog de zandberg op. Boven op de berg zet Rond de auto met een ruk stil: „Hier, op dit punt, verkoop ik mijn auto’s.”
Een jaar lang volgde NRC de Nederlandse start-up Defenture, bouwer van militaire voertuigen tijdens de jacht op een megaorder in Duitsland. NRC bezocht (meermaals) het bedrijf in Tiel en evenementen als defensiebeurzen, en voerde gesprekken met de hoofdrolspelers, werknemers en leveranciers. Daardoor konden ook vertrouwelijke bijeenkomsten worden beschreven.
Defenture, een bedrijf dat Rond in 2013 met een paar andere autotechnici oprichtte, verkoopt militaire terreinvoertuigen in onder meer Nederland, Zwitserland en Duitsland. Nu doet het bedrijf samen met het Duitse KMW, bouwer van tanks en pantservoertuigen, mee aan een aanbesteding voor de levering van drieduizend auto’s voor de luchtmobiele brigades van Duitsland en Nederland. De opdracht van ruim 1,5 miljard euro wordt een van de eerste investeringen uit het defensiefonds van 100 miljard euro dat bondskanselier Olaf Scholz aankondigde kort na de Russische invasie in Oekraïne.
NRC volgde een jaar lang de jacht van Defenture op de megaorder, waarover deze week het besluit viel. In dit jaar groeide de voertuigbouwer spectaculair en werd zo steeds meer het gezicht van de opleving die de Nederlandse defensie-industrie nu doormaakt.
Na bijna tien jaar lang ploeteren werd de autostart-up ineens een succesverhaal – met nieuwe orders en optredens in de media en bij ministeries. „Heel lang hebben we alles vrijwel alleen moeten doen”, vertelt Rond. „Nu komen ineens consultanttypes bij ons langs, met spreadsheets in de hand en dollartekens in de ogen.”
Granaten zo groot als een straatpaaltje. Etalagepoppen in gevechtspakken. Vitrines met machinegeweren en glanzende kogels („The Sniper’s Choice”). Raketten zo lang als een personenauto. Groene pantservoertuigen, waarvoor mannen zich in jolige poses laten fotograferen.
De tweejaarlijkse beurs Eurosatory is dé etalage van de internationale defensie-industrie, met 1.500 exposanten en 50.000 bezoekers in vijf dagen tijd. Onder de mannen in pak en uniform – vrouwen zijn er nauwelijks – is de stemming opvallend vrolijk. De coronapandemie is voorbij. Tal van Europese landen zullen, geschrokken door de oorlog in Oekraïne, vele tientallen miljarden euro extra in de krijgsmacht steken. Er lonken grote orders.
Defenture staat met zo’n 25 andere bedrijven in het kleine Nederlandse paviljoen. Blikvanger is de kakikleurige Groundforce, waarvan de Nederlandse krijgsmacht de eerste exemplaren kocht. „Hier rijden de commando’s in rond”, vertelt Henk van der Scheer (54), de directeur van Defenture, als een volleerde standwerker. Hij wijst op de gepantserde deuren en de lichte, maar stijve constructie: „Daardoor kan het voertuig niet alleen ín maar ook onder een helikopter worden vervoerd.”
Dit is de auto die Defenture – aangepast – hoopt te verkopen bij de aanbesteding in Duitsland. Later op de dag tekent Van der Scheer hiervoor een samenwerkingsovereenkomst met KMW, het tweede defensieconcern van Duitsland, dat bekend is van zijn Leopard-tanks. Van der Scheer geeft zijn bedrijf „een reële kans” de order te krijgen, „maar de concurrentie is erg zwaar”.
Die concurrentie komt van de combinatie van autofabrikant Mercedes met Rheinmetall, het grootste defensiebedrijf van Duitsland. Hun troef is de Caracal, een militaire versie van de luxueuze terreinauto uit de Mercedes-showroom (de ‘G-klasse’). Die wordt hier in Parijs voor het eerst gepresenteerd, buiten in een tentencomplex van Rheinmetall, dat een half voetbalveld beslaat. Daar drommen tientallen militairen rond het prototype van de Europese tank die Rheinmetall wil bouwen. Verder kom je niet: toegang tot de tent is er alleen op uitnodiging, zegt een beveiliger.
Van der Scheer hoeft de Caracal niet te zien, omdat hij de eerdere versie van de auto goed zegt te kennen. „Het blijft een militaire variant van een civiele auto”, beweert hij. „Wij bouwen een echt militair voertuig. Hun auto kan niet wat onze auto kan, maar is wel goedkoper.”
Het bedrijfspand van Defenture is een voormalige evenementenhal, waarvan het deel met een bruin café en barkrukken nu dienst doet als kantine en vergaderzaal. „Uit een faillissement gekocht”, vertelt Henk van der Scheer, die een rondleiding geeft. Waar oprichter Gerard Rond blijft pionieren met nieuwe dingen, heeft Van der Scheer de dagelijkse leiding. De autotechnicus praat makkelijk en met veel gebaren.
Hier is het in 2013 allemaal begonnen, zegt hij. De onderneming die „eigenlijk helemaal niet kon en kan in Nederland”. Een nieuw en klein defensiebedrijf in een industrie die wordt gedomineerd door een paar oude reuzen. Opgezet door buitenstaanders in de militaire wereld. Op een moment dat de defensie-uitgaven op een absoluut dieptepunt waren beland.
„We zijn hier met een paar man het lege pand binnengestapt. Iemand draaide een schakelaar om – hé, er brandt licht. We hebben onze laptops aangezet en zijn begonnen”, vertelt Van der Scheer. Ze hadden niet veel meer dan een net getekend contract. „Een jongen is hier achter de tafel meteen gaan tekenen om het basisontwerp uit te werken.”
Dat basisontwerp was gemaakt door Gerard Rond. Na zijn topsportloopbaan had hij allerlei bedrijven opgebouwd, waarna hij in Loon op Zand een outdoor-evenementenbedrijf begon. Met de commando’s die daar kwamen oefenen, praatte Rond vaak uren over hun werk in onder meer Afghanistan. Hun voertuigen werden tegen bermbommen beschermd met stevige bodemplaten, wat ze zwaar en log maakte.
Henk van der Scheer (links) en oprichter Gerard Rond bij een Groundforce. Foto Merlin Daleman
Geïnspireerd door de motorcross en de rallysport besloot Rond een ander type terreinwagen te bouwen. Zijn auto zou bermbommen niet weerstaan, maar omzeilen door te rijden in het onbegaanbare terrein buiten de weg. Wendbaar als een crossmotor door meesturende achterwielen. In staat grote schokken op te vangen dankzij de wielophanging van Nederlandse makelij die in de Parijs-Dakar-rally onder elke succesvolle auto zit. Rond wist het ministerie van Defensie te overtuigen van zijn ideeën en mocht 75 voertuigen bouwen voor het Korps Commando Troepen.
Alleen wilde geen bank het benodigde startkapitaal (zo’n 1 miljoen euro) lenen aan Defenture, vanwege het toen nog matige imago van de defensie-industrie. Rond stak zijn eigen geld in de onderneming en vond enkele particuliere investeerders die bereid waren hetzelfde te doen.
Industrieconcern VDL nam een klein belang in de start-up. Leveranciers financierden mee door hun rekeningen een paar jaar later pas te sturen. Toen na negen maanden het geld op was, vertelt Van der Scheer, „hebben we geld van elkaar geleend, salarissen uitgesteld”.
Na een jaar „bikkelen” waren er twee proefauto’s klaar en begon – na het testen door Defensie – de fabricage van de voertuigen, onder de naam Vector. Defenture stak vervolgens al zijn tijd en geld (tussen de drie en vijf ton) in het binnenhalen van een order van vijfhonderd voertuigen voor de luchtmobiele brigade, maar verloor in 2018 de slag van Mercedes. „Een dieptepunt in ons bestaan”, zegt Van der Scheer nu. Mercedes kon uiteindelijk niet de beloofde auto leveren en Defensie zegde in 2021 het contract op.
Nederland heeft zich in Source: NRC