Home

Zelfs de sushirolkit die ik in twaalf jaar één keer heb gebruikt, was een betere aankoop dan onze boot

We hebben een bootje. Slecht idee, weet ik. Sterker nog, dat zeiden we nog lachend tegen elkaar toen we ’m kochten: ‘Een bootje! Slecht idee, schat. Hahahaha!’ Maar daarna rekenden we gewoon af met de verkoper en voeren we weg. Wat plezier betreft bleek het bootje inderdaad per vierkante euro de slechtst denkbare koop die we ooit hebben gedaan. We gebruikten ’m vorig jaar drie keer, toen werd het te koud en lag-ie een halfjaar te liggen. Wanneer we voor dat geld, zeg, een fenomenaal koffieapparaat hadden gekocht, hadden we daar de hele herfst, winter en lente dagelijks een verrukkelijk geurend rendement uit gehaald. Zelfs mijn sushirolkit die ik in twaalf jaar nog maar één keer heb gebruikt, was een betere aankoop, want die was tenminste gewoon 14,99 bij de Xenos.

Maar gelukkig is nu het vaarseizoen begonnen. Eerst ben ik met levensgevaar de kade af geklommen om het dekzeil los te maken en een paar hectoliter verrassend koud water te hozen, met medeneming van alle dode muizen, peuken en condooms die de mannen van de gemeentereiniging erin hadden geveegd. Daarna mocht ik proberen om met bevroren vingers de knopen te ontwarren waarmee het bootje was aangelijnd. Dat waren er honderden, want als je geen goede knopen kunt leggen, compenseer je met heel veel slechte.

Maar toen kon het grote genieten beginnen. Mijn vrouw slenterde een stukje vooruit, naar een makkelijker plekje om in te stappen. Dat deed zij op haar dooie gemakje, dat nog altijd aanzienlijk sneller was dan het bootje op maximaal toerental kon bijbenen. Dat hoort bij goedkope elektromotortjes, en op zich is het doel van een bootje natuurlijk onthaasting, vanuit de gedachte dat dan alle menselijke stress in het kabbelende water vloeit. Helaas was juist dat trage tempo vorig jaar een grote bron van stress, daar de accu schrikbarend snel leegliep. Al na een uurtje dobberen waren we paniekerig op zoek geweest naar een aanlegplaats, vrezend dat we spoedig stuurloos zouden raken en zouden wegdrijven naar zee waarna niemand ons ooit meer zou zien.

De tweede keer hadden we twee accu’s meegenomen: eentje voor héén, eentje voor terug. Maar in het hoogste tempo dat we konden creëren (zoals gezegd nog altijd lager dan dat van een reumatische slak), waren we de stad nog niet uit gekomen eer we moesten terugkeren.

Aan het motortje lag het niet, dat was sterk zat. Maar het moest de schuit zó hard duwen dat het zichzelf meermaals lostrok uit het hout waarin het geschroefd zat. Alsof het zei: weet je wat, ik ga wel in mijn eentje verder als jullie niet meewerken. Tot nu toe heb ik weten te voorkomen dat het zonk, maar al met al hadden we eind vorig jaar geconcludeerd dat het varen ons nou niet echt een enorm ontspannen gevoel had bezorgd.

Toch gaan we het weer proberen: we hebben gewoon een derde accu besteld, en om het motortje een solide verbintenis met onze boot aan te laten gaan, heb ik een geniale constructie van hout en bouten gecreëerd. Voor de kenners: inslagmoeren, that’s where it’s at. Nu nog iets bedenken waarmee we de boot in kunnen komen zonder de grote ladder in het water te hoeven steken.

Source: Volkskrant

Previous

Next