De Utrechtse Domtoren staat in de steigers voor een grondige restauratie. Oude blokken maken plaats voor nieuwe, waarbij oorspronkelijke ornamenten haarfijn gekopieerd worden. Zo ook de ‘hogels’, stenen boombladeren die vanaf de grond nauwelijks te zien zijn.
Op een steiger hoog boven de Utrechtse binnenstad wijst Karlijn de Wild (29) naar een ornamentje ter grootte van een euromunt. ‘Kijk’, zegt ze, terwijl ze de steen voorzichtig beroert, ‘ook dit is een hogel. De allerkleinste die we hebben.’
De Wild is geobsedeerd door hogels, zoveel is duidelijk. Toen ze een jaar of zes terug betrokken raakte bij de restauratie van de Domtoren, stond ze dagenlang op een smalle onderzoeksteiger langs de toren. Daar fotografeerde ze al die bladvormige ornamenten aan daklijsten en pinakels – ornamenten die weinig opvallen maar wel belangrijk zijn. Ze geven gotische bouwwerken hun karakteristieke uitstraling.
Over de auteur
Rik Kuiper is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincies Utrecht en Flevoland. Hij maakt graag grote reportages en reconstructies, zoals Liefdesbrieven van een kampbeul.
De circa vijfduizend hogels op de Domtoren bleken niet alleen te verschillen qua vorm en formaat, maar ook wat betreft staat van ontbinding. Sommige waren door de jarenlange blootstelling aan wind, zon, regen en vrieskou grotendeels vergaan. Die worden nu vervangen door nieuwe hogels, die beeldhouwers uit verse blokken steen hakken.
En nee, vanaf de grond zijn de hogels inderdaad nauwelijks zichtbaar. En zeker niet tot in detail. Maar voor de middeleeuwse bouwers maakte dat niet uit, zegt De Wild, die als restauratie-architect is verbonden aan Rothuizen Erfgoed in Middelburg. ‘Door hun torens zo hoog mogelijk te bouwen, reikten ze naar God. De ornamenten bovenin waren bedoeld voor Hem.’
Het verhaal van de hogels is natuurlijk niet het hele verhaal van de restauratie van de Domtoren. Maar het is wel exemplarisch voor de wijze waarop het project wordt aangepakt: met veel aandacht voor het allerkleinste detail. ‘Dit’, zegt De Wild, ‘is een van de meest hoogwaardige restauraties van deze eeuw. Zoiets maak ik waarschijnlijk maar één keer mee in mijn carrière.’
De 112 meter hoge kerktoren – de hoogste van Nederland – was ook wel aan een opknapbeurt toe. In 2015 dachten onderzoekers dat de toren aan de zuidzijde aan het verzakken was, al bleek dat later mee te vallen. Ook liet de Domtoren op grote hoogte stukken steen en mortel los. Om te voorkomen dat een voorbijganger een hogel op het hoofd zou krijgen, werden begin 2016 netten rond stukken van de toren gespannen. Een restauratie was onvermijdelijk.
En dus staat de Domtoren sinds januari 2019 volledig in de steigers. Eerst bestudeerde het restauratieteam elke bouwsteen van de toren, waarbij belangrijke informatie werd opgeslagen in een database ontwikkeld door aannemersbedrijf Nico de Bont. Betrof het zandsteen, tufsteen of trachiet? Een middeleeuws blok, of een exemplaar dat bij een eerdere restauratie al eens was vervangen? En wat was de technische staat?
Vervolgens werd bij elk blok een behandelplan gemaakt. Kon het nog vijftig jaar mee? Was het ter plekke op te lappen? Of was er echt niets meer aan te doen en moest het worden vervangen? De uitvoering is nu aan de gang. Rond de zomer van 2024 zal de gerestaureerde Domtoren zijn jasje weer uitdoen. Dan komen ook de hogels weer tevoorschijn.
Die hogel is een beetje het stiefkind in de familie der gotische ornamenten, vertelt De Wild. In de Middeleeuwen deden beeldhouwers weliswaar hun best op deze versierselen, die tot circa 50 centimeter groot kunnen zijn, maar later toonden architecten en historici over het algemeen weinig liefde voor de onbeduidende blaadjes of bloemetjes.
‘In boeken over gotische architectuur gaat het vooral over de spitsbogen, de pinakels en de koppen van duivels en draken’, zegt De Wild. ‘En heel soms noemen ze dan aan het einde die hogels nog even.’
Tijdens andere restauraties kregen beeldhouwers geregeld de vrije hand bij het ontwerp van hogels. ‘Dit is het formaat, zei de restauratie-architect dan. Maak er maar wat moois van.’ Er lag geen doordacht ontwerp aan ten grondslag.
Maar daarmee neemt De Wild dus geen genoegen. Ze vindt elk detail in zo’n oud monument van belang, en kruipt daarom graag in het hoofd van de bouwmeesters en restauratie-architecten die vóór haar aan de toren gewerkt hebben. Ze wil zo’n bouwwerk ‘helemaal in de vingers krijgen’, zegt ze, voordat ze besluit welke ornamenten vervangen moeten worden en op welke manier.
Dat is nog best een puzzel. De toren, waarvan de eerste steen in 1321 werd gelegd, veranderde door de eeuwen heen door talloze restauraties in een lappendeken van stenen uit verschillende periodes. Ondertussen waaiden er soms ornamenten van de toren, of ze werden uit voorzorg verwijderd.
Soms keerden versierselen die helemaal verdwenen waren eeuwen later terug. Zo zijn de huidige gotische balustrades op de omgangen verre van middeleeuws. Ze werden begin vorige eeuw tijdens een grote renovatie teruggeplaatst door Ferdinand Nieuwenhuis, destijds directeur van Gemeentewerken. Hij wilde de kale toren ‘zijn gotische smoel teruggeven’, zegt De Wild.
Door die balustrades raakte De Wild geïntrigeerd door hogels. Ze zag namelijk dat het beeldhouwwerk dat Nieuwenhuis op de noordgevel liet aanbrengen gespiegeld op de zuidgevel terugkwam. ‘Ik wilde weten waarop hij die keuze had gebaseerd, maar in de archieven kon ik er niets over vinden. Ik had geen idee.’
De Wild kreeg de kans nader onderzoek te doen. Met een gemeentelijke bouwhistoricus fotografeerde ze alle ornamenten. Ze categoriseerden de foto’s, zochten naar gelijkenissen en bestudeerden de spiegelpatronen, die bij elke balustrade anders bleek te zijn. En dat allemaal om betere beslissingen te kunnen nemen bij de huidige restauratie.
Op de 35ste verdieping van de steiger blijkt hoe het er in de praktijk aan toegaat. Zo is er op een van de verdiepingen een gapend gat in de muur van de Domtoren zichtbaar.
De aannemer heeft hier een blok uit de toren gezaagd, dat vervangen moet worden. Een provisorisch stuk hout lijkt het gewicht van de hele constructie te stutten, maar volgens De Wild is dat schijn. ‘De Domtoren zal niet instorten als het wordt weggenomen.’
Het verwijderde blok, dat nog uit de Middeleeuwen stamt, ligt even verderop op een pallet. Het is verweerd, de hogels die eraan vastzitten zijn afgevlakt tot vormeloze bobbels. Binnenkort zal het blok met de rammelende bouwlift naar beneden worden gebracht, en van daaruit op transport gaan naar de beeldhouwer, die het als voorbeeld zal gebruiken voor een vervangend exemplaar.
Daarbij krijgt de beeldhouwer duidelijke instructies mee. Niet alleen de afmetingen van de nieuwe hogel liggen vast, ook ‘de bladrand en waar de krul zit’, zegt De Wild.
Op het verwijderde blok zit een plaatje geplakt met een nummer (‘1502’) en een QR-code, zodat de beeldhouwer de details kan terugzoeken in de database. Ook vermeldt het plaatje een code die verwijst naar de locatie van het blok. Zo zorgen ze ervoor dat het blok straks op de juiste plek terechtkomt. Gemiddeld verstrijkt er ongeveer een maand tussen zagen en terugplaatsen, zegt De Wild.
Een paar verdiepingen lager sluit Karlijn de Wild de rondleiding af. Ze knielt naast een zeker 3 meter hoge pinakel – een ornament in de vorm van een tovenaarshoed – die tijdens deze restauratie vrijwel helemaal is vervangen. Ze kijkt tevreden naar de nieuwe steen in oude vormen, compleet met hogeltjes rondom, allemaal met de hand gehakt.
Ja, zo was het allemaal bedoeld, zegt ze. Kijk naar die ene krul, die schaduwslag, alles enorm gedetailleerd. En ja, dat heeft natuurlijk geld gekost, want op deze manier is de beeldhouwer misschien wel een halfuur langer bezig met elke hogel, en dat voor 86 hogels op de grootste pinakels.
Maar dat is het waard, vindt ze, ook al zien straks ‘alleen de vogels’ de hogels van dichtbij. Het is het waard omdat haar voorgangers het zo bedacht hebben: de middeleeuwse bouwmeesters of de restauratie-architecten die de toren door de jaren heen onder handen namen.
‘Stel dat wij zeggen: je ziet het niet, dus we hoeven die details ook niet grondig te restaureren. Dan verlies je kennis over hoe zulke gebouwen gebouwd werden. Je verliest een laag, een dieptelaag. In alles wat wij doen proberen we respect te tonen voor de historie van de toren.’
Vlak voordat de bouwlift weer langs de steiger naar beneden boemelt, doet De Wild nog een terloops verzoek. ‘Mocht je in de toekomst ergens hogels op een gotisch gebouw zien’, zegt ze, ‘wil je dan een foto maken en die naar me opsturen?’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je
Source: Volkskrant