President Zelensky moet deze zomer een militair succes boeken, al ontbreekt een deel van de middelen daartoe. Het is geen geringe uitdaging.
‘Het is een zwaar gevecht’, zegt de Amerikaanse minister van Defensie Lloyd Austin donderdag bij de 13de bijeenkomst van de Ramstein-groep die de wapenhulp aan Oekraïne coördineert. ‘Het is oorlog. Er zullen aan beide kanten verliezen zijn.’ Mark Milley, zijn hoogste generaal, windt er geen doekjes om. ‘Oorlog is dynamisch. Het is een wilsstrijd. Het is gewelddadig en heeft altijd een hoge prijs.’
Hij waarschuwt dat het veel te vroeg is om conclusies te trekken over het Oekraïense offensief, dat maanden kan duren, maar vertrouwt erop dat de contactgroep Oekraïne ‘de instrumenten heeft gegeven om succesvol te zijn’.
Dat is echter, zoals Oekraïners aan het front dagelijks ervaren, maar het halve verhaal.
De andere helft is dat zelfopgelegde westerse beperkingen in militaire steun Oekraïne nu veroordelen tot een poging te doen wat in de woorden van de Amerikaanse expert Phillips OBrien ‘misschien nooit eerder is geslaagd: een grootschalig gepantserd offensief, zonder luchtdominantie, tegen een ingegraven vijand met veel defensieve wapens. Veel van de voordelen die Oekraïne had toen het zo effectief de Russische opmars vertraagde, liggen nu bij de Russen.’
Zeker is dat westerse wapens het hart vormen van de naar schatting twaalf gepantserde brigades die Oekraïne heeft gevormd om deze zomer serieuze terreinwinst te boeken. Wat westerse politici er vaak niet bij zeggen, is dat de grenzen aan hun hulp – die weliswaar zijn opgeschoven, maar nog altijd aanwezig zijn – een minstens zo bepalende rol spelen.
En die grenzen, die deels voortkomen uit de vrees voor escalatie, betekenen dat Oekraïne het tegenoffensief begint zonder noemenswaardige luchtmacht en zonder de aantallen langeafstandsraketten die Rusland pijnlijk hadden kunnen raken, ook op de Krim. De F-16’s vliegen nog lang niet boven Oekraïne en Washington stuurt nog altijd geen Atacms-langeafstandsraketten.
Oekraïne heeft weinig te kiezen. De wil om te vechten – een van de doorslaggevende factoren in een oorlog – is er. Hoewel ze er een hoge tol in mensenlevens voor betalen, zien Oekraïners, geconfronteerd met de aard van het Russische geweld en Poetins ontkenning van hun bestaansrecht, geen alternatieven.
Oekraïne valt over een breed front aan, zegt Jack Watling van de Britse denktank Rusi, om de eigen opties open te houden en tegelijkertijd Rusland in het ongewisse te laten over waar de hoofdmacht ingezet gaat worden. Ook op plekken waar Oekraïne bescheiden terreinwinst heeft geboekt, ligt de voornaamste Russische verdedigingslinie nog op kilometers afstand. En juist daar, waar Oekraïense troepen hun stellingen hebben verlaten en gebied heroverd hebben, zijn ze heel kwetsbaar voor vijandelijk vuur.
Dat wordt bevestigd in een reportage van Andrew Kramer in The New York Times donderdag uit het heroverde dorpje Blahodatne. Oekraïense militairen die het bevrijde dorpje binnentrokken kregen niet alleen te maken met de achtergelaten mijnen, maar ook met een ongenadig bombardement.
‘Ze vallen aan met raketten, houwitsers, mortieren, helikopters en drones’, zegt sergeant Serhiy Goebanov vanuit een kelder in het dorp terwijl er voortdurend explosies te horen zijn. ‘Het is de complete verzameling van intense ervaringen.’ Rusland wil zulke gebieden tot een ‘kill zone’ maken, zegt Rob Lee van het Foreign Policy Research Institute, waarin de vijand zoveel mogelijk vernietigd wordt vóórdat hij de belangrijkste verdedigingslinie heeft bereikt.
Dat het een bikkelharde en bloedige strijd zou worden, voor beide zijden, was van tevoren al duidelijk. Wie daarin het meeste voordeel behaalt, is dat nog lang niet. De technologische vooruitgang heeft de beroemde ‘oorlogsmist’ waarover Clausewitz twee eeuwen geleden schreef niet doen opklaren, waarschuwen experts. Militaire campagnes trekken zich niets aan van de korte adem van de media, of hun behoefte winnaars en verliezers aan te wijzen.
Niets is zeker, ook aannames over het Russische moreel niet, waarschuwt de Amerikaanse defensiejournalist Michael Peck. Dat was tot dusver ronduit slecht, maar dat zou kunnen veranderen als de linies succesvol worden verdedigd. Alle grote vragen – waar wordt de Oekraïense hoofdmacht ingezet, komt er een doorbraak, en zo ja, hoeveel eenheden zal Oekraïne dan achter de hand hebben om er gebruik van te maken – wachten de komende weken en maanden op antwoord.
Strategisch geduld is vereist, meent de Australische oud-generaal Mick Ryan. Daarvan denkt de Russische president Poetin meer te hebben dan de VS, Kyivs belangrijkste steunpilaar, die afkoersen op presidentsverkiezingen. Dat de oorlog nog voortwoedt, is een gevolg van Poetins onwil te erkennen dat hij een strategische blunder heeft begaan, de Oekraïense onwil zich door Rusland te laten knechten en de westerse onwil zo’n bruut geval van landjepik toe te staan in Europa.
De zwakste schakel in deze ketting, weet de Oekraïense president Zelensky, zijn de westerse landen. Hun hulp is cruciaal, maar is niet onvoorwaardelijk en kan eindig blijken. Hij moet daarom deze zomer een succes boeken, al ontbreekt een deel van de middelen daartoe. Zijn westerse partners wacht ook een ‘oncomfortabele zomer’, schrijft de Britse expert Watling. ‘Verliezen zullen toenemen, en succes zal tijd kosten.’ De definitie van succes, schrijft hij, is ‘het Kremlin overtuigen dat, zelfs al gebeurt dat in fases, de nederlaag onvermijdelijk is’.
Oekraïners hebben zichzelf en de wereld eerder verbaasd in deze oorlog. Maar de uitdaging waarvoor ze nu staan is, voorzichtig gezegd, niet gering.
Source: Volkskrant