Dat de ChristenUnie in Flevoland in een college stapt met de PVV, is niet zo raar als het lijkt.
Er is heus verzet. De voorzitter van de ChristenUnie-jongeren noemt de coalitie, die verder wordt gevormd door de minder verrassende BBB, VVD en SGP ‘onzalig’. En oud-fractievoorzitter in de Tweede Kamer Leen van Dijke ‘wil niet gezien worden met een partij waarvan een bepaalde categorie mensen mag oprotten’.
Voor provinciaal fractievoorzitter Harold Hofstra geeft ‘een heel mooi akkoord’ de doorslag, ‘waarin we als ChristenUnie onze waarden en idealen terugzien’. Alsof dat kan. Al had hij uitonderhandeld dat de PVV en de ChristenUnie hand in hand met bloemetjes in het haar door de platte polder zouden huppelen, het enkele feit dat ze samen optrekken legitimeert een extremistische beweging die lak heeft aan grondrechten, die minderheden ontmenselijkt en die ophitst tegen politieke tegenstanders.
Dat verhoudt zich slecht met de vermeende eigen deugdzaamheid die uit elke ChristenUnie-uiting gutst. ‘Ik wil als aanvoerder, zoals Jezus ons al voordeed, anderen opzoeken, je brood delen’, aldus de kersverse partijleider Mirjam Bikker begin dit jaar in een ‘brief aan Nederland’. ‘Ontmoeten, luisteren en zien. Een plek bieden aan iedereen. Omdat élk leven waarde heeft.’
Toch is het een logische stap in de richting die de ChristenUnie al op was gegaan: besturen wordt een doel op zich.
We moeten partijen niet verdacht maken omdat zij compromissen sluiten. De ChristenUnie kan als kleine partij veel invloed uitoefenen door coalities aan een meerderheid te helpen. Alleen, ergens de vorige kabinetsperiode is de partij wel erg vuile handen gaan maken. Al bij de maatregel die als groot succes is gebracht: de verruiming van het kinderpardon, vier jaar geleden. Behalve de ChristenUnie waren D66 en – uiteindelijk – CDA vóór. De VVD tegen. Ze sloten een akkoord waardoor honderden in Nederland gewortelde kinderen konden blijven. Maar een van de zaken die de VVD in ruil kreeg, was dat het aantal uitgenodigde vluchtelingen per jaar van 750 naar 500 ging.
Dit groepje is niet zo bekend. Deze mensen, vaak uit vluchtelingenkampen, worden door de VN geselecteerd omdat zij het allerkwetsbaarst zijn, lhbti’ers bijvoorbeeld. Het beknibbelen op deze categorie is zo tekenend, omdat dit de mensen zijn voor wie het vluchtelingenbeleid meer dan voor wie ook is bedoeld, en omdat het gemarchandeer met hen op het totaal aantal immigranten betekenisloos is. Symbolische fermheid boven het kleinste, bitter noodzakelijke gebaar van barmhartigheid.
Een jaar later was het weer zover. Nadat het opvangkamp Moria op Lesbos was verwoest door brand zegde de coalitie toe honderd vluchtelingen uit het kamp op te vangen. Maar dat jaar moesten er van de VVD dan wel weer – hup! – honderd kwetsbare vluchtelingen minder worden uitgenodigd via de VN. De ChristenUnie ging erin mee.
Waar kun je nog bezwaar tegen maken als je eenmaal aan deze ruilhandel met plukjes verschoppelingen meedoet?
Een ander, belangrijk moment waarop de ChristenUnie zich verloochende was in april 2021, toen duidelijk werd dat premier Rutte tijdens de formatie met verkenners Kajsa Ollongren en Annemarie Jorritsma had gesproken over het neutraliseren van het kritische Kamerlid Pieter Omtzigt en daarover had gelogen. Even had toenmalig partijleider Gert-Jan Segers een helder moment: de ChristenUnie zou niet meer onder Rutte in een coalitie stappen. Maar hij krabbelde terug, ‘had te veel op de man gespeeld’. Vergevingsgezind voor Rutte, maar hard voor Omtzigt en voor de parlementaire democratie.
Dezelfde houding had Segers’ opvolger Mirjam Bikker onlangs tijdens het debat over de gaswinning in Groningen. Om mij onduidelijke redenen werd haar optreden als ‘kritisch’ geprezen. Omdat zij bij Rutte zo uitvoerig aandrong op het tonen van gevoel? Daarmee vroeg ze hem in feite slechts om betere beeldvorming, om een schaamlap dus voor haar eigen steun. De motie die ze door de Kamer loodste was listig. Daar stond in dat de Kamer herhaaldelijk verkeerd was geïnformeerd, maar toch kreeg die Kamer evenveel de schuld als ‘opeenvolgende kabinetten’. Er werd ‘betreurd’ en ‘afgekeurd’, maar dat sloeg slechts op vage ‘uitkomsten’. En dan had ze het lef om aan een heldere motie van andere partijen, waarin het beleid na de aardbeving in 2012 werd afgekeurd, haar steun te onthouden omdat díé ‘te ongericht’ zou zijn. Een Ruttewaardige redenering.
Het maakte het uitgebreide emotionele geworstel dat Bikker zelf tentoonspreidde nogal gratuit. Daarmee treedt zij in Segers’ voetstappen. Die kon zo lijden onder het weren van kwetsbare vluchtelingen – je ging haast denken dat het voor hem zwaarder was dan voor hen. Dilemma’s delen is in principe mooi, maar ben je eenmaal aan de cynische kant van de politiek beland, dan krijgt dat wentelen in gewetensnood iets van moreel exhibitionisme.
De samenwerking met de PVV op provinciaal niveau doet nog meer af aan de verheven praatjes. Oud-fractievoorzitter Van Dijke begrijpt het: ‘Clubs die de spelregels van een democratische rechtsstaat opzichtig naast zich neerleggen’, zegt hij, plaatsen zich buiten de orde. Hij wil dat een partijcongres samenwerking met FvD en PVV uitsluit. Maar ik hoorde de partijvoorzitter al het woord ‘ingewikkeld’ gebruiken. ‘We zijn van het gesprek met elkaar en willen elkaar blijven vinden.’
De teksten zijn zalvend als altijd, daaronder heeft zich een machtspartijtje ontwikkeld.
Source: Volkskrant