N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Zeewater Het water van de Noord-Atlantische oceaan is ongekend opgewarmd. Door klimaatverandering, maar er speelt meer.
De Noord-Atlantische Oceaan is sinds begin maart ongekend warm. Op Twitter verschenen er deze week bezorgde berichten over. Meteorologische instituten zoals het Britse MetOffice Hadley Center zijn er inmiddels in gedoken. Wat is er aan de hand?
De meeste tweets verwezen naar de website Climate Reanalyzer, die allerlei internationale datasets combineert en visualiseert. Door te selecteren op ‘SST’ (sea surface temperature) kun je kaarten of grafieken van de Noord-Atlantische Oceaan oproepen. Op een van die grafieken zie je dat vanaf begin maart de zeewatertemperatuur ver boven alle metingen van voorgaande jaren (vanaf 1981) uitsteekt. Op de kaarten voor april en mei blijkt een groot gebied voor de kust van Portugal tot aan West-Afrika relatief sterk opgewarmd.
„Voor een sluitende verklaring is het nog te vroeg”, zegt oceanograaf Erwin Lambert van het KNMI. Hij onderscheidt factoren die op langere en op kortere termijn spelen. Aan de basis, zegt hij, ligt de opwarming van de aarde. „In de afgelopen eeuw is de Noord-Atlantische Oceaan al driekwart tot een graad opgewarmd. En die opwarming gaat voorlopig door.”
Juist de laatste jaren heeft hij de temperaturen in de Noord-Atlantische Oceaan relatief snel omhoog zien gaan. Dat kan te maken hebben met de fase waarin de Noord-Atlantische Oceaan verkeert. De temperaturen aan het oppervlak wisselen periodiek tussen relatief warm en koud – de zogeheten Atlantic Multidecadal Oscillation. Een periode duurt doorgaans dertig tot veertig jaar. „Sinds 2020 zit die AMO in een positieve, warme fase”, zegt Lambert.
Wat ook een rol kan spelen, zijn de strengere milieu-eisen die sinds 2020 gelden voor de zeevaart. Scheepsbrandstof mag nog maar weinig zwavel bevatten. Schepen stoten sindsdien veel minder vervuilende zwavelverbindingen uit. De lucht wordt schoner. Maar dat betekent ook dat meer zonlicht het wateroppervlak bereikt. Dat warmt vervolgens meer op. „Wat de dominante factor is in de snelle opwarming die we de laatste jaren zien, is niet te zeggen.”
Een factor die op kortere termijn speelt, zegt Lamber, is het hardnekkige lagedrukgebied dat boven een groot deel van de oceaan ligt. Doorgaans ligt er in de periode februari-juni ter hoogte van de Kreeftskeerkring juist een hogedrukgebied boven de Noord-Atlantische Oceaan. Dit zorgt voor sterke, vanuit het oosten waaiende passaatwinden. Die sterke winden zorgen ervoor dat het door de zon opgewarmde oppervlakkige oceaanwater mengt met kouder, dieper gelegen water. Maar het lagedrukgebied dat er nu sinds begin maart ligt, verstoort die passaatwinden. Daardoor is er minder menging van oppervlakkig en diep water. „Het wateroppervlak blijft daardoor relatief warm”, zegt Lambert. Op de website van ‘Severe weather Europe’, die over weersextremen in Europa bericht, stond dit eind mei al helder uitgelegd.
Iets anders wat opvalt is de hoeveelheid stof die vanuit de Sahara over de oceaan waait. Sinds medio april is die sterk afgenomen, en ligt ver onder het gemiddelde. Minder stof in de lucht betekent eveneens meer zonlicht dat het wateroppervlak kan bereiken. „Ook dat kan bijdragen aan de hoge watertemperaturen” , zegt Lambert.
Op Twitter vragen mensen zich bezorgd af of de grote stroming in de Atlantische Oceaan, de zogeheten AMOC, nu stil kan vallen. Deze stroming brengt onder andere warm water vanuit de Golf van Mexico naar West-Europa, en zorgt daar voor een relatief mild klimaat. Stopt dat proces misschien? En kunnen we een sterke afkoeling van West-Europa verwachten? „De consensus onder deskundigen”, zegt Lambert, „is dat de stroming de komende decennia iets af zal zwakken, maar grote effecten op het klimaat zal dat niet hebben.” De recente temperatuurrecords van het oceaanwater hebben volgens Lambert sowieso geen of nauwelijks effect op de AMOC. „Daarvoor duurt deze uitschieter te kort.”
Twitteraars vroegen zich ook af of er een link is met El Niño, maar ook dat ziet Lambert niet. Dit klimaatfenomeen speelt in de Grote Oceaan en begint nu pas op gang te komen. „Het kan niet nu al een effect op de Atlantische Oceaan hebben.”
Wel kan El Niño later dit jaar van invloed zijn op het orkaanseizoen in de Atlantische Oceaan, dat begin juni van start is gegaan. Met de huidige, extreem hoge watertemperaturen bevindt zich extra energie in het water, wat tot meer orkanen zou kunnen leiden. Maar een El Niño heeft doorgaans juist een drukkend effect op de vorming van orkanen in de Atlantische Oceaan. De vraag is hoe dit uitpakt. De Colorado State University, die jaarlijks een vrij betrouwbare orkaanvoorspelling uitgeeft, verwacht dit seizoen vijftien stormen en zeven orkanen, waarvan drie groot. Ze classificeert dit als near-average; dichtbij het gemiddelde.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC