Het Commentaar onder de kop ‘Nederland misdroeg zich in Indonesië, maar dat maakt van de veteranen geen oorlogsmisdadigers’ laat zien dat we het nog steeds niet helemaal hebben begrepen.
Mijn oom was soldaat in Indonesië. Toen hij terugkwam werd hij als een held onthaald. ‘Ik ben geen held’, zei hij. ‘We staken hele dorpen met alleen vrouwen, kinderen en oude mensen in brand. Daarna gingen we de verkoolde lijken tellen.’
Die man voelde zich een oorlogsmisdadiger. Hij kon zijn hele verdere leven niet of moeilijk slapen en bracht hele nachten rokend voor het huis door. Bovendien heeft hij nooit een relatie gehad. Door de verschrikkingen kon hij zich emotioneel niet binden. Op 46-jarige leeftijd overleed hij aan een hartstilstand.
Het erge is dat hij inderdaad oorlogsmisdadiger was. ‘We waren geen haar beter dan de moffen’, vertelde hij mijn moeder.
Of je mensen in opdracht van hogerhand in brand steekt of martelt, of dat geheel uit eigener beweging doet, maakt voor de misdaad niet uit. Dat besefte mijn oom. Hij had een geweten.
Wanneer een Russische soldaat in Oekraïne zoiets in opdracht van officieren zou doen, zouden we die Russische soldaat als oorlogsmisdadiger bestempelen. Verleden jaar is een jonge Russische soldaat door het Oekraïense gerecht tot levenslang veroordeeld, omdat hij een burger dood schoot.
Ook Duitse soldaten, die in de rechtszaal zeiden dat ze hun misdaden in opdracht van het nazi-regime hadden gepleegd (‘Befehl ist Befehl’), kregen destijds nul op request.
We schijnen dus te meten met twee maten.
Dirk Westerduin, Utrecht
Een van de belangrijkste maatschappelijke instellingen in de samenleving is de openbare bibliotheek. Ik onderschrijf van harte het pleidooi van Martin Berendse om de financiële drempels daarbij te slechten.
Ik zie nog voor me hoe ik het al een feest vond om als kleine jongen boeken te lenen en lezen. Zoveel boeken, heerlijk, verrijkend en de wereld openend! Is toegang tot literatuur en informatie niet een kinder-, jeugd- en mensenrecht? Het getuigt van grote kortzichtigheid om onnodige belemmering op te werpen en in stand te houden. Dus een gratis lidmaatschap zou perfect zijn, om te beginnen tot 27 jaar.
De mentaliteit om alles in centen en rendementen te willen uitdrukken en te berekenen, maakt ons niet alleen tot enorme krenten, maar het is ook de dood in de pot voor het besef dat niemand voor zichzelf alleen leeft. Als we van het samenleven echt werk willen maken, mogen we ons veel beter inspannen om alles wat dat bevordert mogelijk te maken en te doen groeien, zoals de openbare bibliotheek.
F.M. Boon, Delft
In haar ingezonden brief beklaagt Gerda Voorbergen zich over de door Sander Donkers en Bert Wagendorp gebruikte ‘moeilijke’ woorden in hun columns. Het betrof de woorden ‘procrastineren’ en ‘hermeneutische redenaties’. Voorbergen maakt er bezwaar tegen dat deze woorden zonder ze op te zoeken niet begrepen worden en betoogt dat de krant te lezen moet zijn zonder (digitale) nazoekingen.
Ik vind het juist heerlijk om uitgedaagd te worden, om elke dag te kunnen zeggen: weer iets geleerd. Dat is een belangrijke reden om de krant te lezen. Je laten verbazen, informeren, groeien en verrijken. Wat mij betreft: beste columnisten, ga door met mij dagelijks te verrijken. Zowel in opinievorming als in woordenschat. Zo houden we de geest lenig en het verstand soepel.
Roos Versloot, Amsterdam
Doorgeschoten verengelsing? Ik ben het helemaal eens met René Gabriëls. Ik erger me bijvoorbeeld al jaren aan het gebruik van de woorden ‘items’ en ‘issues’. Waarom niet ‘onderwerpen’ en ‘problemen‘ of ‘vraagstukken’? Dat begrijpt iedereen. Ik hoor ook steeds vaker het woord ‘bias’, meestal nog verkeerd uitgesproken ook. Wat is er mis met ‘vooroordeel’? En ‘vooringenomenheid?’ Is dat geen prachtig woord?
‘In vertaling gaat altijd iets verloren.’ Dat klopt. Wie heeft er ook al weer gezegd: ‘Een boek lezen in vertaling is een afspraak maken met een mooie vrouw en dan uitgaan met haar lelijke zuster?’ Nederlands is een mooie taal. Hou onze eigen taal in ere!
Ank Engel, Amsterdam
Als er één onderwerp is dat regelmatig aan bod komt in de rubriek lezersbrieven is het wel migratie. Zo ook in de krant van 13 juni als reactie op een opiniestuk van Leo Lucassen, waarin hij de migratienoodzaak propageert in verband met vergrijzing. De één vindt dat de arbeidsbehoefte door AI kan worden gepareerd, de ander vindt dat het model Nieuw-Zeeland moet worden nagevolgd.
In ieder geval is duidelijk dat aan elke mogelijke oplossing wel een nadeel kleeft. Voldoen we aan de vluchtelingen- en mensenrechtenverdragen? Hoe houden we ons sociaal vangnet intact? Kan het gezondheids- en onderwijssysteem de grote toeloop wel aan? En hoe vullen we de gaten in de vacatures voor technische beroepen? De ideale oplossing is er niet, maar als we een beetje van alles toepassen en realistische eisen aan asielzoekers stellen, kan in ieder geval de hoogste nood worden geledigd.
Daarom een én/én verhaal. Dus realiseer in Europees verband geharmoniseerde toelatingscriteria voor asielzoekers. Sta toe dat asielzoekers na maximaal drie maanden werken. Verplicht statushouders zonder werk zich te laten opleiden in een beroep waaraan behoefte bestaat (en niet wat men zelf leuk vindt). Alleen dan kan men als woningzoekende worden ingeschreven.
Ga overeenkomsten aan met derde wereldlanden om, op basis van quota, technische geschoolde krachten op tijdelijke contractbasis naar Nederland uit te zenden. Zoek de samenwerking met het bedrijfsleven. Subsidieer via ontwikkelingssamenwerking opleidingsprojecten in de landen waarmee een overeenkomst is gesloten.
Allemaal niet ideaal en zeker niet het ei van Columbus, maar het zorgt wel voor een zichtbare bijdrage aan de Nederlandse samenleving, het spekken van de fiscus waardoor een groter bedrag voor onderwijs en gezondheidszorg beschikbaar is. En misschien wel het mooiste van alles: een groter draagvlak onder de bevolking.
Marcel Wijnands, Diemen
Nico Schipper pleit voor uitbreiding van de wijnbouw in Nederland. Nu we wereldwijd alle zeilen moeten bijzetten om de mensheid te voeden, zou landbouwgrond niet gebruikt moeten worden voor het telen van een luxe product dat totaal geen bijdrage levert aan de groei en gezondheid van mensen.
Laten we inzetten op het produceren van voedsel dat daar wel aan bijdraagt. We kunnen wel zonder dat wijntje.
Carla Spijk, Leersum
Een dierbare is overleden (hierna X genoemd) en X heeft u gevraagd om de woning te ontruimen, de nog bruikbare spullen via online platformen te verkopen en het bedrag daarna te doneren aan een goed doel naar keuze. De aangeboden spullen worden verkocht en leveren een bedrag van 2.200 euro op.
Een half jaar later ontvangt u een brief van de Belastingdienst omdat het om meer dan 2.000 euro gaat en 45 transacties. U moet aantonen dat u geen professionele verkoper bent.
De moraal van dit verhaal: onze Belastingdienst adviseert met klem aan de overheid om de btw op groente- en fruit niet te verlagen omdat ze er buikpijn van krijgen. Het is te ingewikkeld, want ja wat doen we met een kers op een taart of groente in blik of glas. De systemen van de dienst zouden dit niet aankunnen.
Wel is er tijd om verkopers op Marktplaats of Vinted te controleren. Dan is er ook vast wel tijd om het toeslagenschandaal versneld op te lossen.
Ilona Dekker, Nieuwegein
Sinds kort toucheren vrouwen en mannen hetzelfde prijzengeld op Wimbledon en andere tennistoernooien. Eindelijk gerechtigheid. Maar eigenlijk is het nog rechtvaardiger, want terwijl de mannen menig vier- of vijfsetter moeten afwerken, zitten de vrouwen na een twee- of soms een driesetter al lang hun zuurverdiende tennisdollars te tellen. De tennisvrouwen verdienen per gewerkt uur gewoon veel meer dan de tennismannen.
Piet Post, Arnhem
Wat een schitterend stuk van Sander van Walsum over Claude Monet. Ook mijn vrouw en ik zijn ooit een week ‘in het voetspoor van Monet’ door de Haute-Normandie getrokken. Prachtig om al die plekken te zien waar hij geschilderd heeft. Trouville, Honfleur, Rouen, Giverny, Vétheuil…
Maar dat Monet in zijn latere jaren ‘zijn bevlogenheid behield, maar daar steeds moeilijker uiting aan kon geven’ vereist een verklaring. In mijn ogen zat hij met een probleem dat hem steeds meer kwelde: ‘de figuratieve kunst was tenslotte hopeloos achterhaald’, zoals de docente Source: Volkskrant