In de voorstelling Bros van de Italiaanse theatermaker Romeo Castellucci krijgt een deel van de cast pas op het podium te horen wat ze moeten doen. Doordat ze plotseling onder druk komen te staan, wordt groepsdwang in tot in het gruwelijke tastbaar.
Gezocht: 23 mannen tussen de 18 en 80 jaar, afkomstig uit de lokale bevolking en zo divers mogelijk, lengte tussen 1,75 en 1,85 meter, kort geknipt haar, geen baard, wel een snor (indien geen snor aanwezig, dan wordt die opgeplakt). Zo stond het dit voorjaar in een nieuwsbrief en op de site van het Holland Festival. De mannen die werden gezocht zijn volgende week te zien in de voorstelling Bros van de Italiaanse theatermaker Romeo Castellucci. Je zou ze figuranten kunnen noemen, want het zijn in de meeste gevallen geen getrainde acteurs of performers, maar met elkaar vormen ze een essentieel onderdeel van de voorstelling.
Op de oproep kwamen genoeg aanmeldingen binnen om de cast voor Bros – Amerikaans slang voor brothers, broers – samen te stellen. Straks, als ze op het podium van Internationaal Theater Amsterdam staan, dragen ze allemaal een snor (nep of echt) en zijn ze allemaal gekleed in identieke politiepakken, die vooral doen denken aan het Amerika van de vorige eeuw. Cops zijn het, bekend van films van Buster Keaton en de tv-serie Comedy Capers – al zien politiemannen in de VS er nog steeds zo uit.
Over de auteur
Hein Janssen schrijft sinds 1987 over theater voor de Volkskrant en richt zich met name op toneel en musical.
Pas een dag voordat de voorstelling plaatsvindt, komt de groep voor het eerst bij elkaar. Dan wordt verteld wat er van hen wordt verwacht: tijdens de voorstelling krijgen ze via oortjes allerlei bevelen die ze ter plekke moeten uitvoeren. Die opdrachten variëren van: loop nu rechts het podium af, tot pak daar een emmer nepbloed en gooi het over je hoofd. De performers wordt ook gevraagd grof geweld te gebruiken, althans te doen alsof. Uit deze groep figuranten wordt verder een jongeman gezocht die minutenlang naakt een intimiderend martelritueel moet ondergaan. En dan verschijnt er nog iemand op toneel met twee Mechelse herdershonden.
Welkom in de wereld van Romeo Castellucci (62), de Italiaanse theatermaker annex beeldend kunstenaar die ophef niet schuwt en in zijn roemruchte carrière al heel wat uiteenlopende types in zijn voorstellingen heeft laten optreden. Anorexiapatiënten, kankerpatiënten, daklozen en demente bejaarden zette hij op het toneel, en ook liet hij zijn eigen kinderen, destijds 3 tot 11 jaar oud, meespelen in de voorstelling Genesi, from the Museum of Sleep. Door zo min mogelijk met professionele acteurs te werken, wil hij de echtheid van zijn theater benadrukken. ‘De mensen die ik laat zien, komen uit de gewone wereld vol lelijkheid’, zei hij daar ooit over.
Zo ook dus in Bros. De voorstelling was eerder dit voorjaar te zien in het Thalia Theater in Hamburg en het bleek een sombere, duistere en soms bikkelharde aanklacht tegen politiegeweld. Of nee, niet zozeer tegen politiegeweld als wel tegen groepsgeweld, dat vaak ontstaat vanuit groepsdwang. Dat Castellucci onomwonden kiest voor performers in een politie-uniform is op zich slim, want dat is voor iedereen te duiden; maar het zouden net zo goed hooligans kunnen zijn na een verloren voetbalwedstrijd, studenten tijdens een uit de hand gelopen ontgroening of een groep op hol geslagen potenrammers.
Aan de andere kant: politiemensen zijn er om de burger te beschermen. Door juist hen als gewelddadige performers op te voeren, zou je kunnen stellen dat Castellucci een politiek statement wil maken. In die zin komt Bros op een goed moment in het Holland Festival: na het dodelijke racistische politiegeweld in de Verenigde Staten, en nu het hier soms lijkt of onze politie harder optreedt tegen klimaatactivisten dan tegen boze boeren.
Wie de voorstelling Bros ziet, zal onmiddellijk denken aan dat soort taferelen, of aan het politieoptreden tegen demonstraties tijdens de coronapandemie. Of aan de knie van die ene politieman in de VS, op de nek van George Floyd.
Politiegeweld is (helaas) een actueel onderwerp, dus ook in het theater. Onlangs maakte regisseur Milo Rau bij NTGent de multimediaproductie Antigone in de Amazone; daarin maakt de Braziliaanse politie hardhandig een einde aan een demonstratie van een groep inheemse bewoners tegen de ontbossing in het Amazonegebied, met veel doden tot gevolg.
In een nagesprek na de voorstelling in Hamburg vertelde Castellucci dat hij het idee voor Bros opdeed toen hij in Parijs aan het werk was en van dichtbij meemaakte hoe de politie optrad tegen de ‘gele hesjes’, ook al een beweging van ontevreden burgers.
Castellucci: ‘Door die demonstraties en het harde optreden daartegen, ging ik nadenken over de uniformiteit van het uniform, over de macht die van zo’n uniform uitgaat, en ook de kracht ervan. Ik zag ter plekke hoe geweld binnen een groep kan uitgroeien tot extreem geweld. Onder druk van de omstandigheden ontstaat dan een soort saamhorigheid van: wij tegen de ander. Daarom koos ik ervoor te werken met mensen die onwetend het toneel op gaan, ineens bevelen krijgen en vervolgens onder druk komen te staan, omdat ze die bevelen zonder nadenken ter plekke moeten uitvoeren.’
Zijn voorstelling is geen aanval op de politie of een expliciet politiek statement, zegt Castellucci. Hij vindt dat theater niet een-op-een over politiek zou moeten gaan, maar moet registreren, dingen aan de kaak moet stellen, en daarbij alle mogelijke middelen moet inzetten. Ook dit keer heeft hij wat dat betreft zijn fantasie de vrije loop gelaten.
Het resultaat is een waaier aan beeldende scènes, die soms verbluffend zijn en dan weer ondoorgrondelijk. Zo wordt er zonder verder commentaar een groot portret van de absurdistische toneelschrijver Samuel Beckett opgereden, en er wordt gerefereerd aan het schilderij De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp van Rembrandt. Castellucci past ook dit keer veel religieuze symboliek toe, zoals orgelmuziek en wierook – hij blijft een Italiaan.
De kersverse politieagenten bewegen zich wonderbaarlijk soepel over het podium, in een dreigende choreografie – ze vallen uiteen en komen weer samen, en ze zijn altijd genadeloos. Ankerpunt in de voorstelling is een bijna tien minuten durende martelscène waarin een naakte man met wapenstokken wordt bewerkt. Juist dan wordt de groepsdwang tot in het gruwelijke tastbaar. Pistoolschoten, hondengeblaf van echte honden, bebloede gezichten en een sfeer van sm-kelders en darkrooms – uniformen spelen zeker ook een rol in de gayscene – bouwen samen op tot een liturgie van geweld.
Op bijna intimiderende manier is Bros stil makend theater. Controversieel is de voorstelling tot dusver niet, in tegenstelling tot veel van Castellucci’s vorige producties. Toen On the Concept of the Face, Regarding the Son of God in het Antwerpse theater De Singel stond, leidde dat tot het gooien van stinkbommen door gelovigen. In Genesi, from the Museum of Sleep herschiep hij op eigen wijze het scheppingsverhaal en kwam uit bij vernietigingskamp Auschwitz. In zijn regie van Stravinkski’s Sacre du printemps maakte hij gebruik van computergestuurde machines die botten van koeien verpulverden.
Het leverde hem omschrijvingen op als duivelskunstenaars en beroepsprovocateur. Zelf zei hij daarover: ‘Ik geloof niet in choqueren of provoceren. Ik geloof wél in schandaal. Het woord ‘schandaal’ komt van het Griekse skándalon, wat zoveel betekent als ‘de steen die je doet struikelen’. Je wandelt, je struikelt, je stopt en daarna wandel je op een andere manier verder. De kunstgeschiedenis is de geschiedenis van het schandaal.’
Zijn liefde voor schandalen maken hem ook een graag geziene gast op grote, internationale theaterfestivals. Hij realiseert zich dat hij niet het meest toegankelijke theater van de wereld maakt, maar wil zijn publiek tegelijkertijd ook niet onderschatten. ‘Ik geloof niet dat je als kunstenaar je publiek iets moet leren. Ik ga ervan uit dat ik niet meer weet dan mijn publiek. Ik ben geen meester, ik leid mijn toeschouwer nergens naartoe, ik laat hem in zijn eenzaamheid. De toeschouwer van mijn werk is helemaal alleen. Maar het mooie is: hij kan die eenzaamheid delen met de rest van de zaal. Het samen alleen zijn: dat is voor mij de grote kracht van theater.’
De eenzaamheid delen met anderen. Dat is wat theaterbezoekers in Castellucci’s optiek doen. En dat is vaak ook zo, en dat is mooi. Misschien doen zijn politiemannen dat ook wel, hun eenzaamheid delen, of ze nu figuranten zijn of echt.
Bros van Romeo Castellucci/Sociètas, 24-25/6, Internationaal Theater Amsterdam
Met de productie Bros keert Romeo Castellucci voor de vijfde keer terug op het Holland Festival. In 1999 was hij er voor het eerst, met de voorstelling Genesi, from the Museum of Sleep. Daarna volgden Il combattimento (2000), On the Concept of the Face, Regarding the Son of God (2011) en Democracy in America (2017). ‘Zijn grote gevoel voor schoonheid schuurt met de zware maatschappelijke onderwerpen die hij aankaart’, aldus het Holland Festival over een van zijn vaste gasten.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Volkskrant