Het oude hoofd van Sixta Pérez García (82) is een opslagplaats van woorden die nog amper iemand kent. Woorden als kwawit en ikuyu (boom met vruchten en boom zonder vruchten), kal (huis), numanuj (mijn broer), nuyulu (mijn hart). De kleine vrouw in de azuurblauwe jurk behoort tot de laatste sprekers van het Náhuat, de bedreigde taal van het Salvadoraanse Nahua-volk.
Met smalle voeten in zwarte ballerina’s beweegt nantzin (mevrouw) Sixta zich kordaat tussen de mangobomen en bananenplanten rond haar huis in de tropische heuvels in het westen van El Salvador. De tijd zit haar op de hielen, maar ze blijft de dood in minstens één opzicht voor: haar inheemse woorden gaan niet mee het graf in. Alles wat ze uit haar brein kon peuteren, is op papier vastgelegd.
Over de auteur
Joost de Vries is correspondent Latijns-Amerika voor de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad. De Vries werkte eerder op de economische en politieke redactie.
Deze zomer verschijnt haar woordenboek: 3,5 duizend Náhuat-termen en hun Spaanse equivalent. Plus bijbehorende vervoegingen. Ne tasujtalis (de liefde), niktasujta (ik hou van). Andere Náhuat-lexicons werden samengesteld door buitenlandse linguïsten. Dit is het eerste woordenboek dat tot stand kwam op basis van de kennis van een Náhuat-spreker. En het komt geen moment te laat.
Een kwart van de vijfhonderd inheemse talen die nog worden gesproken in Latijns-Amerika loopt het risico uit te sterven; die van Pérez verkeert volgens VN-organisatie Unesco in ‘kritieke’ toestand. Van de 6,3 miljoen inwoners van El Salvador identificeren zich nog enkele duizenden mensen als Nahua’s, afstammelingen van Mexicaanse Tolteken, die in de 10de eeuw naar Midden-Amerika migreerden.
Naar schatting spreken nog honderd, wellicht honderdvijftig oude Salvadoranen het Náhuat, in de verte verwant aan het Mexicaanse Nahuatl. Toen de Spanjaarden begin 16de eeuw arriveerden in het huidige El Salvador, troffen ze daar honderdduizenden mensen aan die een ‘vulgair Mexicaans’ bezigden. Een half millennium later zijn de bejaarde Nahua’s de laatste sprekers van El Salvadors laatste inheemse taal. Die van de Lenca’s en de Cacaopera’s gingen al verloren.
In 1932 gaf dictator Maximiliano Hérnandez Martínez de pre-Spaanse Salvadoraanse volkeren zo goed als de doodsteek. In reactie op een sluimerende boerenopstand opende hij de jacht op de inheemse plattelandsbewoners en liet ongeveer 30 duizend mensen vermoorden. Wie overleefde, verborg voortaan zijn inheemse identiteit.
Sommige ouders, zoals die van Pérez, voedden hun nageslacht na de moordcampagne nog wel op met het Náhuat. Toch wordt die oude wond de Nahua’s de komende jaren hoogstwaarschijnlijk fataal. Er groeien geen kinderen meer op met de taal. Sixta Pérez is zodoende op reddingsmissie en vond een bondgenoot in de ruim vijftig jaar jongere Héctor Martínez (30), een leraar uit de hoofdstad San Salvador met een gezicht dat altijd lacht.
In de donkere wolken boven de groene heuvels rond Pérez’ huis rolt de donder, even hapert de internetverbinding. Pérez staart naar een scherm, waarop het vrolijke hoofd van Martínez een paar seconden stilstaat. Dan verschijnen de cursisten in beeld. Ze spelen het dierenspel. ‘Hoeveel poten heeft het?’, vraagt Valery Santilla (44) in het Náhuat. Heeft het lange oren? Eet het wortels? Is het een tuchti? Pérez slaakt een vrolijke kreet.
De overgrootvader van Santilla maakte de tragedie van 1932 mee. Haar oma was de laatste die een paar woorden Náhuat tegen haar sprak. ‘Door de taal te leren, veroveren we onze identiteit terug.’ Zij en Mártínez behoren tot een groeiende groep jonge Salvadoranen die zich interesseren voor het inheemse erfgoed van hun land.
Tot 2019 werkte Martínez op het ministerie van Onderwijs aan een landelijk Náhuat-programma. Het project werd gecanceld toen de populistische president Nayib Bukele aantrad, maar Martínez ging op eigen houtje verder. Vier jaar later is zijn onlineplatform de belangrijkste openbare Náhaut-bron van het land, en is de oude Pérez de ster van zijn taalschool. Timumachtikan Nawat (‘Wij leren Náhuat’) had al 450 studenten. Sinds de pandemie geeft Martínez vijf dagen per week online les.
Drie keer per week logt Pérez in vanaf het platteland nabij het dorp Santo Domingo de Guzmán, met tientallen sprekers het laatste Náhuat-bastion. Ze kent het droeve lot dat haar volk trof, maar wijt de teloorgang van haar taal toch vooral aan de volgende generaties. ‘Ze schamen zich’, zegt ze. Wellicht is de doodsangst van weleer vervlogen, maar de gêne voor de inheemse identiteit nog niet. Haar zoon Renato (58) ontdekte dat de woorden nog in zijn hoofd sluimerden. Zijn eigen kinderen hebben weinig op met de onbegrijpelijke klanken van hun oma, vertelt hij.
Meer nog dan de taal redden, bouwen Pérez en Martínez aan een rijke Náhuat-nalatenschap. De ambigue houding van de huidige regering maakt dat werk niet makkelijker. Begin dit jaar stopte het ministerie van Onderwijs plots de financiering van enkele lokale Náhuat-lesprojecten. Een jaar eerder vierde diezelfde overheid de landelijke dag van het Náhuat nog met een vertaling van De kleine prins. Martínez: ‘Bij de titel gingen ze al de mist in. Het prinsje vertaalden ze als ‘de bazige baby’.’
Het woordenboek van Pérez moet zulke flaters in de toekomst voorkomen. Wekenlang hielp Martínez haar alle deurtjes in haar brein te openen. ‘We begonnen met alle woorden met een A, maar dat werkte niet. Daarna namen we thema’s: planten, bomen, dieren.’ Ze is opgetogen over de prestatie. ‘Godzijdank, ik ben de woorden niet vergeten.’ De avond valt, op het scherm lacht Martínez, het gezicht van Pérez licht op.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden