Home

Kleine kerncentrales zijn voor provinciebestuurders het nieuwe toverwoord. Maar helpen ze de energietransitie?

De zogenoemde Small Modular Reactor, SMR, is een relatief kleine kerncentrale waarvan de reactor in een fabriek wordt gebouwd en op de plaats van bestemming geassembleerd. De reactor heeft meestal een beperkt vermogen: van enkele tientallen tot zo’n 300 megawatt. Een forse kolencentrale heeft een vermogen van duizend megawatt of meer.

Kleine kernreactoren bestaan al decennialang. Bijvoorbeeld in kernonderzeeërs of voor onderzoek, maar eigenlijk nooit voor het opwekken van elektriciteit, zegt emeritus hoogleraar en atoomfysicus Wim Turkenburg.

In China staat een experimentele SMR en ook Rusland heeft een tweetal kleine kernreactoren op een schip geplaatst, die worden gepresenteerd als SMR. Maar het is ondenkbaar dat westerse landen die nu zullen kopen.

Op dit moment zijn SMR’s dus nog vooral een concept, waar wereldwijd tientallen bedrijven mee bezig zijn. Het Internationaal Atoomenergie Agentschap telt rond de tachtig initiatieven. Bij de bedrijven die ze willen bouwen zijn start-ups, maar ook gevestigde namen als Rolls-Royce, Westinghouse en EDF.

De kosten van zogenoemde First of a Kind-reactors zijn echter zeer hoog en het is volgens Turkenburg onwaarschijnlijk dat Nederland gezien ‘het gebrek aan kennis, expertise en ervaring’ als een van de eerste een SMR plaatst.

Een belangrijke reden is de afkeer van windturbines. SMR’s nemen nauwelijks ruimte in (‘een paar voetbalvelden’), veroorzaken landschapsverrommeling noch horizonvervuiling en produceren toch CO2-arme energie.

Een SMR is ook aantrekkelijk om de problemen op het overvolle stroomnet te omzeilen. Met een kleine kerncentrale bij een industrieel complex, kan ter plaatse constant genoeg energie worden geproduceerd.

Door SMR’s in serie te produceren, kunnen de kosten worden gedrukt. Daarmee wordt de geproduceerde stroom ook goedkoper dan die van een grote centrale, die vele miljarden kost. Als die bouw daarvan vertraging oploopt, kan de rentelast extreem stijgen (er moet immers worden geïnvesteerd voordat er geld kan worden verdiend met de verkoop van stroom), waardoor de prijs per kilowattuur oploopt.

Serieproductie kan deze onzekerheid verkleinen. Een overheid regelt eerst de locatie en vergunningen en trekt dan een SMR van de plank. Dit biedt zekerheid, waardoor het makkelijker wordt investeerders te vinden. Doordat SMR’s modulair zijn, kunnen er reactoren worden bijgeplaatst als de vraag naar elektriciteit stijgt. Het is dus een flexibel concept.

SMR’s produceren ook restwarmte die gebruikt kan worden om gebouwen in de omgeving te voorzien van warm water.

Het grootste bezwaar is dat onduidelijk is hoe realistisch de tijdlijnen zijn die potentiële producenten noemen. Bovendien: ook een SMR is een kernreactor die radioactief afval produceert. En ook SMR’s wacht uiteindelijk een kostbare ontmanteling. Ook zijn de personeelskosten relatief groot. Bij een grote reactor zijn immers minder medewerkers nodig per opgewekte hoeveelheid stroom.

Verder is het de vraag of burgers die nu bezwaar maken tegen de bouw van windparken, wel akkoord zullen gaan met een kleine kernreactor ‘in de achtertuin’. En bezwaar betekent vertraging.

Over de auteurs
Tjerk Gualthérie van Weezel schrijft voor de Volkskrant over energie en de impact van de energietransitie op het dagelijks leven. Bard van de Weijer is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie. Hij richt zich op de vraagstukken waar consumenten, bedrijven en overheden voor staan.

Volgens de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming bieden SMR’s ‘potentiële veiligheidswinst’. De allerkleinste reactoren hebben geen pompen nodig om ze te koelen als ze uitstaan. De kans op een fatale meltdown is hierdoor theoretisch uitgesloten.

Volgens de Gelderse coalitie van BBB, CDA, VVD, ChristenUnie en SGP kan zo’n SMR er binnen acht jaar staan, ongeveer net zo veel tijd als de bouw van een windpark vergt. De Nederlandse Nuclear Research and Consultancy Group (NRG) vindt een doorlooptijd voor vergunning en bouw van zeven jaar realistisch. Maar deze termijn is pas haalbaar als er flinke ervaring is opgedaan, zegt de NRG in de bijsluiter. Het ‘binnen acht jaar’ van de Gelderse coalitie is dus niet acht jaar na nu.

Turkenburg: ‘De beslissing over de bouw in Nederland zal pas worden genomen als de resultaten van de eerste SMR’s bekend zijn, vermoedelijk begin jaren dertig.’ Tussen besluit en ingebruikname ligt volgens hem zo’n twaalf jaar, dus het zal zeker tot 2045 duren.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next