Margriet Oostveen is voor de Volkskrant bezig met de mooie serie ‘Wij/Zij Samenleving’, waarin ze zich afvraagt of we in tijden van polarisatie nog wel kunnen samenwerken bij de oplossing van grote problemen. Of dat de verschillen tussen verschillende groepen zo groot zijn geworden dat het wij-zij-denken een gezonde samenleving onmogelijk maakt en we verzinken in hopeloze tweespalt en gescheld.
Na de kloof tussen platteland en Randstad (die minder pregnant bleek dan we geneigd zijn te denken), de individualisering die de ‘civil society’ ondergraaft (bleek ook mee te vallen) en de enorme groei van burgercollectieven (die juist een tendens naar meer maatschappelijke cohesie laat zien), kwam in deel vier van de serie de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden aan de orde.
Daarvoor was Oostveen te rade gegaan bij de jonge socioloog Kjell Noordzij, die donderdag in Rotterdam promoveerde op het proefschrift Revolt of the Deplored, de opstand der beklagenswaardigen – om de verschillende onderzoeken die in de serie worden aangehaald te doorgronden, lijkt een hogere opleiding wel handig, net als enige kennis van het sociologisch jargon.
De titel van Noordzij’s proefschrift lijkt erop te wijzen dat we hier iets stevigs bij de kop hebben, een echte kloof waar iets aan moet worden gedaan, anders krijgen we een revolutie. Om te beginnen stelt Noordzij vast dat we moeten ophouden te spreken over hoog en laag opgeleide bevolkingsgroepen – ongenoegen begint nu eenmaal vaak bij de taal, en het zit niemand lekker wanneer hij wordt ingedeeld bij iets dat begint met ‘lager’: dat is een waardeoordeel. Praktisch en theoretisch opgeleiden lijkt Noordzij een beter onderscheid. De opleiding is anders, maar niet ongelijkwaardig. Prima voorstel, gaan we doen.
Bovendien moeten we volgens hem kijken naar de mate waarin praktisch opgeleiden zijn vertegenwoordigd in parlement en kabinet. Nu zijn die voor 90 procent gevuld met theoretisch geschoolden, die nog geen kraanleertje kunnen vervangen en weinig meer gemeen hebben met de vakmensen die ze ook worden geacht te vertegenwoordigen. De selectie deugt niet en dat moet volgens Noordzij anders.
In alle Wij/Zij-verhalen tot dusver komt de sterke opkomst van de BBB aan de orde, die door veel onderzoekers wordt gezien als het sterkste signaal van de heersende onvrede en polariserende ontwikkelingen. Leider Caroline van der Plas zelf behoort, net als de meeste van haar medeoprichters, tot de theoretisch geschoolden. Toch zien de praktisch opgeleiden haar kennelijk als iemand die hen begrijpt, en door wie ze zich vertegenwoordigd voelen. Dat zegt iets over de handige communicatiemethoden van de BBB, maar veel meer ook niet. ‘Caroline van der Plas meldt dat ze haar haren niet föhnt, geen hakken draagt en de filterkoffie voor een tweede keer door het apparaat haalt’, aldus Noordzij. ‘En dat werkt.’
Ik hoop dat Margriet Oostveen zich niet zal beperken tot verklaringen van de theoretisch opgeleiden voor de ontstane tweespalt. Want dan blijven we toch weer hangen in wat de theoretische klasse als de oorzaken van de kloof beschouwt. Ik zou ook graag een analyse willen lezen van een beschouwend aangelegde, praktisch geschoolde Achterhoekse boer – ik ken er nog wel eentje.
Tot slot: wat bedoelt Caroline trouwens wanneer ze zegt dat ze haar filterkoffie ‘voor een tweede keer door het apparaat haalt’? Ik kwam er niet uit, hier opent zich een nieuwe kloof, ditmaal veroorzaakt door de praktisch geschoolden, sorry hoor.
Source: Volkskrant