Geschiedschrijving is geen exacte wetenschap. De kijk op de feiten deint altijd mee op de golven van de tijd. Maar toch zijn er weinig dossiers waarin dat zo duidelijk is gebleken als in de nationale reconstructie van het Nederlands geweld in Indonesië. Daarin moesten we als land wel van heel ver komen.
Wat in 1947 begon als ‘politionele actie’ leidde in 1969 tot de officiële erkenning dat er sprake was geweest van gewelddadige ‘excessen’. Via jarenlang debat over de vraag of ook van ‘oorlogsmisdrijven’ gesproken kon worden, kwamen we in 2022 tot de vaststelling dat het Nederlandse leger zich schuldig had gemaakt aan ‘structureel en extreem oorlogsgeweld’. Daarbij werden nadrukkelijk ook toen geldende ethische grenzen overschreden, stelde de betrokken onderzoeksinstituten vorig jaar vast, om bij voorbaat de kritiek voor te zijn dat dingen wel ‘in het licht van hun tijd’ moeten worden gezien.
De regering wist ervan en greep niet in. Vooral door die laatste vaststelling ontsteeg het geweld officieel het karakter van individuele ontsporingen. Daardoor zag het huidige kabinet de weg vrij om ‘diepe excuses’ te maken. In de woorden van de minister-president: ‘Nederland voerde een koloniale oorlog, waarin stelselmatig en wijdverbreid extreem geweld werd gebruikt, tot martelingen toe, die in de meeste gevallen onbestraft bleven.’ Opeenvolgende kabinetten ‘keken consequent weg’.
Die houding is niet los te zien van de internationale onderzoeken waaruit blijkt dat geen andere Europese populatie zo trots is op haar koloniale verleden als de Nederlandse bevolking. De helft van de ondervraagde Nederlanders zei in 2020 het koloniale verleden nog te zien als iets om ‘trots op te zijn’. Ter vergelijking: daarna kwamen de Britten met 32 procent en de Fransen met 26 procent. Slechts 6 procent van de Nederlanders vond dat Nederland zich met terugwerkende kracht zou moeten schamen.
Of de officiële omgang met de feiten daarvan de oorzaak is of juist een gevolg, is moeilijk vast te stellen, maar het is al heel wat dat er in regeringskringen in elk geval niet meer in verhullende termen wordt gesproken. Dat het overgrote deel van de volksvertegenwoordiging zich deze week achter die lijn schaarde, is een belangrijke volgende stap.
Terecht vroegen veel fracties aandacht voor het feit dat de nationale boetedoening niet betekent dat alle uitgezonden militairen opeens in de verdachtenbank zitten als oorlogsmisdadigers. Het kan niet genoeg worden benadrukt dat ook zij in veruit de meeste gevallen slechts een speelbal waren van de halsstarrige weigering van de toenmalige regering om Indonesië op te geven, inclusief de bereidheid om vrijwel alles ondergeschikt te maken aan dat doel.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden