Home

Goed dat Ivo van Hove ruimte maakt voor een leider nieuwe stijl

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Hebben kunstenaars een houdbaarheidsdatum?
Donderdag maakte Internationaal Theater Amsterdam (ITA) bekend dat Ivo van Hove terugtreedt als artistiek directeur. Hij maakt plaats voor Eline Arbo, geëngageerd en feministisch regisseur van onder meer de bejubelde voorstelling De jaren. Nu stopt Van Hove niet als kunstenaar, gelukkig niet, en toch is dit een beslissend moment in de Nederlandse theaterwereld.

Zijn stap zegt veel over momentum en tijdgeest. Want was Van Hoves momentum niet een beetje voorbij? Nieuwe producties werden vaak wisselend ontvangen, en er klonk steeds luidere kritiek: op zijn (zakelijke, harde) leiderschapsstijl en op het feit dat hij bijna altijd in het buitenland was.

Nog niet eens zo lang geleden werd hij als leider en wereldster louter bejubeld – door het publiek, door subsidieverstrekkers en door de critici, ook door mij. En zijn werk wás ook exceptioneel: het grote artistieke gebaar, de verbluffende ‘production value’, het ijzersterke ensemble, de successen overzee. Een lange rij beroemdheden wilde met hem werken, van Jude Law tot David Bowie, en iedereen vond het prachtig.

Alleen: tijden veranderen. Veel mensen zijn anders gaan denken over ongebreideld succes najagen, over ongelijkheid, eerlijke betaling en duurzaamheid. Sociale veiligheid is belangrijker geworden dan heldenverering. Niet voor niets zet zijn opvolger Eline Arbo in zowel haar voorstellingen als haar toekomstige beleid in op ‘empathie, inclusie en transparantie’.

Als nieuwe, jonge directeur leidde Van Hove Toneelgroep Amsterdam ooit naar een nieuw tijdperk. Hij haalde de bezem door de heersende houtje-touwtje hippiementaliteit, maakte een reusachtige professionaliseringsslag en vestigde vervolgens een soort neoliberaal kunstklimaat dat om winnen draait: het beste ensemble, de grootste sterren, de meeste prijzen. Nog altijd luidt zijn credo dat hij ‘het beste theater ter wereld’ wil maken, alsof kunst een wedstrijd is. Lang paste die houding perfect in een tijd van groei, winst, welvaart, succes. Het paste in dit gave landje met zijn winnaarsmentaliteit. Maar inmiddels springen de barsten in die stoïcijns grijnzende maatschappijvisie, en hebben we andere prioriteiten.

De pandemie was een breekpunt: in tijden van crisis gaan zorg en solidariteit boven succes en roem. Dat vraagt om ander leiderschap, en om andere kunst.

Volgens mij valt de blijvende houdbaarheid van een kunstenaar samen met het aanvoelen van de tijd. Dat wil niet zeggen: kritiekloos elke nieuwe trend omarmen, maar ook niet: koppig je hoofd in het zand steken, of je furieus verzetten tegen verandering (denk Jan Fabre).

Relevant blijven in een veranderende wereld vraagt een zelfkritische aanleg, lerend vermogen en het talent jezelf opnieuw uit te vinden – competenties die wellicht wat gaan roesten als een machtspositie te comfortabel wordt. En 22 jaar is misschien wel te comfortabel.

Maar laat of niet: het valt te prijzen dat Van Hove met deze stap nu ruimte geeft aan een vooruitstrevende opvolger, wier leiderschapsstijl meer in lijn is met deze tijd. En wellicht zo ook weer ruimte creëert voor een herijking van zijn eigen werk.

Als kunstenaar heeft Van Hove zichzelf in ruim vier decennia vaker opnieuw uitgevonden, en dat zal hij ongetwijfeld nu weer doen. Ik kijk ernaar uit.

Source: Volkskrant

Previous

Next