Terwijl Pascal Stroeken in de weer is met zijn ‘consultatiebureau voor steenuilen’, poept een uilskuiken op de broek van Ronald van Harxen. ‘Hè, die had ik morgen ook nog aan gewild’, zegt Van Harxen. ‘Dat gaat ’m niet worden’, zegt Stroeken na het zien van de lange bruine flats op het grijze denim.
Van Harxen (66) en Stroeken (52) vormen al 37 jaar – ja, Stroeken al vanaf zijn 15de – een onafscheidelijk duo rond Winterswijk. De een docent Nederlands, de ander milieuadviseur. Maar als ze in hun vrije tijd samenkomen, dan zijn ze iets heel anders. Namelijk dé steenuilgoeroes van Nederland. Met dank aan hun Steenuilenoverleg Nederland (Stone) is in heel Nederland een leger vrijwilligers actief. Ze brengen de steenuil in kaart, doen onderzoek, adviseren over de inrichting van een erf en zorgen voor nestkasten op geschikte plekken.
Het vrijwilligerswerk sorteert succes, en niet alleen in de Achterhoek. Sinds ongeveer dertien jaar is de neerwaartse trend gekeerd en stabiliseert het aantal steenuilen in Nederland. Op zandgronden is zelfs sprake van groei. ‘Dit jaar is het broedsucces wel erg goed.’
En dat in tijden van steeds intensievere, eentonige veehouderij, die volgens recent Frans onderzoek de grootste veroorzaker is van de slinkende vogelpopulaties in Europa. De steenuil houdt in het buitengebied van Nederland stand, terwijl deze karakteristieke erfvogel juist gedijt in een rommelige, gevarieerde omgeving. Waar niet met gif wordt gespoten en nestruimte te vinden is in knotwilgen of een bouwval. Waar op het erf tussen takkenbulten torren zich ophouden, weer andere insecten te vinden zijn in het hoge gras en boven het kort gemaaide juist gejaagd kan worden op prooi nummer één: de muis.
Daar komen Ronald en Pascal om de hoek kijken. Bij een particulier in Aalten is het deze donderdag de derde van vier keer dat ze de nestkast in een oude appelboom openmaken. De eerste keer was eind april, om te constateren dat er drie eieren lagen, de tweede keer om te zien dat ze waren uitgekomen en nu – goed nieuws – om te zien dat de drie kuikens nog leven. Begin juli kijken ze nog of ze zijn uitgevlogen. Maar eerst naar het ‘consultatiebureau’.
Vanaf een ladder heeft Van Harxen de pluizige, grijsbruine bolletjes met knalgele ogen en snavel al aan Stroeken gegeven. Eerst de vleugellengte meten om de leeftijd te bepalen. Dan gaan ze een voor een in een lege jarennegentig-Hella-halvarinebak op de weegschaal; krijgen ze voor hun leeftijd wel genoeg voedsel? En dan een ring om de poot, om ze later te kunnen herkennen. ‘Hoe vaak we niet nesten bezoeken van vogels die we als kuiken hebben geringd.’
En zo gaat het ruim twee maanden lang door, langs 150 van 300 nestkasten van het duo die rond steenuilen-epicentrum Winterswijk momenteel bezet zijn. Onbezoldigd dus – ze zijn zelfs jaarlijks, ‘met liefde’, honderden euro's kwijt aan ringen à 68 cent per stuk. Want anders dan voor grutto’s en korhoenen is er geen subsidie beschikbaar voor de beschermde steenuil. Een dier dat weliswaar op de rode lijst staat, maar als ‘kwetsbare soort’ niet onmiddellijk met uitsterven wordt bedreigd. ‘Er komt pas geld als het bijna te laat is’, zegt Van Harxen, die zichtbaar geniet van het werk met de uiltjes.
In Aalten is alles uitstekend in orde met de drie bovengemiddelde zware kuikens. Een compliment voor de grondbezitter, want de steenuil is in feite de bevestiging dat het goed zit met de biodiversiteit op een erf. ‘Geloof me, iedere boer wil er een.’
Van Harxen en Stroeken zien ook dat steeds meer particulieren voldoening halen uit het lokken van de steenuil. Zoals Just Bleekemolen (63), die helemaal vanuit Eemnes is gekomen. Tijdens een excursie langs nestkasten in Winterswijk hoopt hij te leren hoe hij steenuilen naar zijn eigen weiland met boomgaard kan krijgen. Niet gemakkelijk in het drukke Gooi. ‘Ik denk dat ik maar muizen ga uitzetten’, zegt hij grappend.
Op het erf in Aalten werd bijna dertig jaar geleden duidelijk waarom het werk van Stroeken en Van Harxen nut heeft. Toen namen de huidige bewoners de nog actieve boerderij over en maakten er een woning van. Een vervallen schuur met een dak van golfplaten en oude pannen was toen het onderkomen van de steenuil, maar die moest wijken. En dus hingen de twee mannen een nestkast op. ‘Anders was hier nu geen steenuil meer geweest.’
Zo gaat het op steeds meer plekken. Inmiddels broedt naar schatting 40 procent van de steenuilen in een nestkast.
Ontegenzeggelijk maakt de aaibaarheid het dier, niet veel groter dan een merel, geliefd. In tegenstelling tot andere uilensoorten is de steenuil niet schuw en laat hij zich ook overdag zien. ‘Ze scharrelen over het erf’, zegt Stroeken. ‘Bewoners leren ze na verloop van tijd kennen en durven steeds dichterbij te komen. De teleurstelling is soms echt groot als een nest niet uitkomt.’
Het lijkt haast wel een huisdier, blijkt ook uit een verhaal dat Van Harxen graag vertelt. Over mensen die een keer op de bank zaten en ineens, met die grote gele ogen, hun steenuil door het raam naar binnen zagen gluren. ‘Die uil zat gewoon mee te kijken naar de televisie.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden