Home

Het geheim van Brabant: hoe drugscriminelen azen op lege boerenstallen

Eén op de vijf boeren op het Brabantse platteland is weleens benaderd door drugscriminelen die productielocaties zoeken. En de saneringsgolf in de landbouw maakt het gevaar van ondermijning alleen maar groter: leegstand, drugscriminaliteit en de benarde positie van boeren blijken een giftige cocktail.

‘We moeten de boeren weerbaar maken tegen de verlokkingen van drugscriminelen die azen op hun lege stallen voor de productie van crystal meth, amfetamine of wiet’, zegt Peter Knoops op een zonovergoten boerenerf ergens in het buitengebied van Oost-Brabant. ‘We moeten af van die naïviteit. Als iemand duizenden euro’s vooraf wil betalen voor een oude gammele schuur – zwart en anoniem – dan moeten alle alarmbellen afgaan. Bij twijfel niet doen. Elke boer moet dan concluderen: aan mijn bedrijf geen polonaise.’

Knoops is ‘regionaal programmaleider ondermijning Oost-Brabant’ in een samenwerkingsverband van overheden, bedrijfsleven en boerenorganisatie ZLTO dat de strijd aangaat met ondermijnende (drugs)criminaliteit. Want criminelen hebben een fijne neus voor stoppende agrariërs en boeren in een kwetsbare financiële positie. Ze zijn dol op lege stallen, in combinatie met de anonimiteit van het platteland.

Met de nieuwe uitkoopregelingen voor boeren die worden ingevoerd vanwege de stikstofproblematiek is het dan ook oppassen geblazen dat er niet te veel leegstand achterblijft. Het gevaar van criminele infiltratie zou daardoor namelijk groeien. Ruim twee jaar geleden werd al de schatting gemaakt dat zo’n 10 miljoen vierkante meter aan stallen leeg staat in het buitengebied. Volgens de prognoses kan die leegstand oplopen tot 25 miljoen vierkante meter in 2030.

De Oost-Brabantse aanpak (‘Samen de handen uit de mouwen’) heeft ook de aandacht van de landelijke politiek getrokken. Op 30 mei nam de meerderheid van de Tweede Kamer zelfs een motie aan waarin de minister van Justitie en Veiligheid wordt opgeroepen deze specifieke aanpak ook landelijk ‘uit te rollen’.

De boerin op haar erf ergens in het buitengebied van Oost-Brabant kan erover meepraten. Ze had haar stallen verhuurd aan ‘een aardige man’, voor een alleszins redelijke huur, zonder diens adres te checken of verleden te onderzoeken. Pas toen de politie enkele keren poolshoogte kwam nemen, kreeg ze door dat ze met een crimineel te maken had. Ze heeft haar dubieuze huurder met grote moeite weten te verdrijven, maar is nog steeds doodsbang – daarom wil ze slechts anoniem haar verhaal doen.

‘Diverse mensen kwamen opeens met grote auto’s en veel agressiviteit het terrein op scheuren’, vertelt ze. ‘Je bent de controle over je eigen erf kwijt. Wat hij in die stal deed, weet ik niet. Ik denk niet dat hij er drugs produceerde – misschien zat hij nog in de voorbereidende fase. Maar ik wil met dit verhaal vooral andere boeren en boerinnen attent maken: weet wie je in huis haalt, trek huurders altijd goed na. Want je trapt erin voordat je het door hebt.’

Uit een onderzoek van organisatieadviesbureau TwynstraGudde, een paar jaar geleden uitgevoerd in opdracht van het landelijk Aanjaagteam Ondermijning (ATO) en boerenvakbond ZLTO, blijkt dat bijna één op de vijf Brabantse boeren weleens benaderd is door drugscriminelen. Zij kregen iemand aan de deur, meestal een tussenpersoon of makelaar, die de stallen of het terrein wilden gebruiken voor activiteiten waarvan ze wisten of vermoedden dat die met drugscriminaliteit te maken hadden.

Hoeveel agrarische ondernemers uiteindelijk zwichten voor het ‘snelle geld’, is niet bekend. Volgens ZLTO-voorzitter Wim Bens weten veel boeren best dat drugscriminelen op de loer liggen om hun leegstaande gebouwen in te pikken, maar zijn ze weerbaar genoeg om daarin niet mee te gaan. ‘Maar bij sommige boeren staat het water tot aan de lippen, en is die verleiding er soms écht’, schrijft hij in het voorwoord van het onderzoeksrapport.

Soms zijn de stromannen van de drugsmaffia heel open over hun bedoelingen. ‘Een man in pak vraagt naar het bedrijfsgebouw van een boer waarin voorheen 250 vleesvarkens stonden’, zo schrijven de onderzoekers over een casus. ‘Ik ga er een nieuwe deur inzetten, met een nieuw slot en dan ga ik er hennep in zetten. Ik heb daar de contacten voor en jij loopt geen enkel risico. Jij krijgt zelfs niet de sleutel.’

De varkensboer ging er niet op in, zelfs niet toen de man 10 duizend euro uit zijn zak pakte en opmerkte: ‘Pak aan en ga maar lekker met je vrouw uit eten.’ Ook het geld weigerde de boer, omdat hij wist: ‘Stel je pakt die 10 duizend euro aan, dan komen ze waarschijnlijk een paar maanden niet meer bij je terug. En zodra je het hebt uitgegeven, komen ze terug. Dan zeggen ze: ‘Als je het niet doet, moet je dat geld terugbetalen.’ Dan heb je geen keus meer. Als je in de verleiding komt, kom je nooit meer van ze af.’

In andere gevallen blijven de tussenpersonen vager over hun bedoelingen. ‘Ze komen met een verhaal aan dat niet realistisch en vaag is’, vertelt een varkenshouder in Midden-Brabant. ‘Ze zeggen dan: dat is wel een grote loods, wat heb je daarin? Dan stellen ze daar allerlei vragen over en dat ze wel via via iemand kennen die daar wat mee kan doen. ‘Kan je dat verhuren?’, vragen ze dan. Je hebt dan meteen al een vaag vermoeden, maar het is niet concreet. Het is ook niet iemand die je kent.’

Probleem is daarbij dat boeren weinig vertrouwen hebben in de overheid en dus niet zo snel naar de politie stappen wanneer ze benaderd zijn of zelfs gechanteerd worden door drugsbendes. Ook tegenover de media zijn ze weinig spraakzaam over de dreiging van drugscriminelen, mede uit angst voor represailles.

De Oost-Brabantse boerin wil slechts strikt anoniem en in zeer algemene bewoordingen haar ervaringen uit de doeken doen tegenover de Volkskrant. ‘Eerst voel je schaamte, dan volgt de angst’, zegt ze. ‘En na het vertrek van de crimineel krijg je nog meer angst.’

Twee jaar geleden was een voormalige nertsenfokker een van de weinigen die in alle openheid durfde te vertellen over de pogingen van drugscriminelen om zijn lege stal om te toveren in een wietkwekerij. ‘Ik word geregeld gebeld door mensen die wat met mijn stal willen’, zei Martijn van den Boogaard uit Beek en Donk in een interview met de Volkskrant. ‘Zelfs wiettelers hebben me benaderd, twee keer. Je denkt: dat zal mij toch niet overkomen? Maar eentje stond begin dit jaar zelfs zomaar voor de deur.’

De vreemde man aan de deur vroeg: is de stal beschikbaar, kan ik daarin ruimte huren? ‘Hij bood een flinke vergoeding per meter, wilde vooraf drie maanden zwart betalen, maar draaide verder een beetje om de hete brij heen’, aldus Van den Boogaard. ‘Dan weet je al dat het niet pluis is. Uiteindelijk zei hij wel waar het om ging. Een paar honderd planten, heette het. Ja, daar begint het mee. Ik heb hem vriendelijk bedankt en gedag gezegd.’

Boeren zijn in het algemeen al niet zo spraakzaam, maar over illegale activiteiten op het platteland wordt helemaal gezwegen. In het buitengebied wordt niet snel geklikt, bleek ook uit het onderzoek van TwynstraGudde. Zo’n tweederde van de ondervraagde boeren wist dat drugscriminelen weleens gebruik hebben gemaakt van agrarische gebouwen in eigen dorp of streek. Maar slechts een klein deel zegt zoiets direct te melden – het merendeel doet er het zwijgen toe.

Bijna iedereen in het buitengebied weet wel ergens een terrein, stal of huis in de buurt ‘waar dingen gebeuren die het daglicht mogelijk niet kunnen verdragen’, erkent ook ondermijningsbestrijder Knoops. Maar ze stappen met die informatie zelden naar de politie. Dat is volgens hem ook wel een beetje ‘de Brabantse mentaliteit: als er echt problemen zijn, lossen we het zelf wel op.’

Dat is ook een van de doelstellingen van het convenant (‘Pilot weerbaar buitengebied’) dat meerdere partijen in Oost-Brabant eind 2021 hebben gesloten in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit: het vergroten en herstellen van de moeizame relatie met de politie en het vertrouwen van boeren in de overheid. ‘Het gaat niet alleen om repressie, maar ook om het voorkomen dat criminelen de beschikking krijgen over productielocaties in ons buitengebied’, aldus Knoops.

Zo heeft de ZLTO een speciale vertrouwenspersoon aangesteld bij wie boeren altijd terechtkunnen met hun verhaal, desnoods anoniem. Ook kunnen boeren die misstanden melden, makkelijker afspraken met de politie maken voor tijdelijke beschermingsmaatregelen. Een belangrijk onderdeel van het convenant is ook de modelhuurovereenkomst met allerlei harde juridische clausules en voorwaarden die boeren kunnen downloaden. Daarin staat bijvoorbeeld expliciet dat drugsactiviteiten strikt verboden zijn en dat de verhuurder te allen tijde het verhuurde pand mag controleren.

‘Het zijn soms kleine dingen die criminelen kunnen afschrikken’, zegt Knoops. ‘Geen contant geld toestaan, geen grote vooruitbetalingen, elektriciteit op dezelfde naam, altijd om een identiteitsbewijs vragen, het oorspronkelijke adres van de huurder checken.’ Met al die maatregelen hopen de autoriteiten uiteindelijk dat drugscriminelen eieren voor hun geld kiezen. ‘Bij criminelen moet het besef doordringen: ik kan maar beter niet meer op het platteland van Oost-Brabant proberen een stal of loods te bemachtigen voor de productie van drugs’, aldus Knoops.

Maar ontstaat dan niet een waterbedeffect, en zoekt de drugsmaffia haar heil in andere regio’s? Knoops: ‘Daarom zou het verstandig zijn als deze aanpak over heel Nederland Source: Volkskrant

Previous

Next