Bijna vijf weken zonder regen, dat eist zijn tol, ook in de tuin: het gras is vergeeld, de planten hangen er slap bij. Slechts een enkeling – lavendel, oregano – biedt dapper weerstand aan de droogte.
Verreweg de meeste Nederlandse huizen hebben een tuin, en dus geldt voor velen de vraag: hoe is een treurspel als dit te voorkomen, nu hete en droge zomers steeds vaker zullen voorkomen door klimaatverandering?
Onbekommerd sproeien is er niet meer bij. Onlangs waarschuwde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) nog dat in 2030 een drinkwatertekort dreigt als niet zuiniger wordt omgegaan met water. Ook in de zomer van 2022 bleek al dat de Nederlandse watervoorraad eindig is. De waterstand in rivieren was zo laag dat het de scheepvaart hinderde, boeren kampten met mislukte oogsten en de natuur snakte naar een regenbui.
Gelukkig blijkt sproeien ook lang niet altijd nodig. ‘Wij zetten geen sproeiers meer op de grasvelden, want voor ons hoeft het gazon niet zo’n klassiek Engels biljartlaken te zijn’, vertelt Gerard van Buiten, hortulanus (hoofdtuinman) van de Botanische Tuinen aan de Universiteit Utrecht. ‘Laat het gras maar geel worden. Áls er dan een flinke bui valt, is het zo weer groen.’
Over gras gesproken: het is beter om dat niet te vaak te maaien. Van Buiten: ‘Het groeipunt van gras ligt vlak boven de grond. Als je het te kort of te vaak maait, dan komt dat vol in de zon te liggen en verbrandt het. Houd het gras dus liever een paar centimeter hoger.’
Voor de rest van de tuin raadt Van Buiten ‘een spartaanse opvoeding’ aan. ‘Ga niet te snel sproeien. Alleen als een plant net is aangeplant, moet je haar een beetje op weg helpen. Maar daarna kun je beter één keer in de week de boel flink nat gooien in plaats van elke dag een klein beetje water te geven. Op die manier gaan de planten diepere wortels maken.’
Verder loont het de moeite planten te kiezen die bestand zijn tegen een mediterraan klimaat. Lavendel en oregano, inderdaad. Of zonneroosje en valse indigo. ‘Als die laatste eenmaal staat, dan heeft ze nooit meer een druppel extra water nodig’, weet Van Buiten. Liever nog raadt hij mensen aan een rondje te maken door hun eigen buurt. ‘De planten die in elk tuintje staan, die moet je hebben. Dat zijn planten die het in jouw buurt, op jouw grondsoort, goed doen. Het maakt immers nogal wat uit of je op zand zit of op klei: op zand spoelt het water snel weg, klei houdt water langer vast.’
Door klimaatverandering wordt het aan de ene kant heter en droger, aan de andere kant verwachten klimaatwetenschappers hevigere buien. Daar kunnen mensen met een tuin gebruik van maken, meent Floris Boogaard, onderzoeker bij kennisinstituut Deltares en lector Ruimtelijke Transformaties - Water aan de Hanzehogeschool Groningen. ‘Vang bijvoorbeeld water op in een regenton. In veel gemeenten is hiervoor een subsidie beschikbaar. Zo’n regenton helpt bij het verminderen van het watergebruik en het draagt ook bij aan de bewustwording: water is een schaars goed.’
En dat is nodig, analyseert Boogaard. Nederland is altijd een land geweest dat bezig was met het snel afvoeren van water, maar nu moet er een omslag plaatsvinden. ‘We moeten water langer gaan vasthouden. Elke druppel die niet via het riool de zee in stroomt, is winst. Laat het water langzaam de bodem in sijpelen: tegels eruit, planten erin. Of leg een wadi aan: een laaggelegen plek in de tuin, waar het zonder problemen wat natter kan zijn.’
Boogaard is een verzamelaar van creatieve oplossingen. Hij ziet bijvoorbeeld dat mensen het water naar het gat onder hun trampoline leiden. Dat ze een regenton maken van een afgedankte vuilcontainer. Of dat ze een ‘watermuur’ aanleggen: een serie verticale regenpijpen naast elkaar, die samen dienstdoen als een hoge, smalle regenton.
‘Uiteindelijk moet je je tuin zó inrichten dat je niet meer water gebruikt dan je zelf kunt opvangen’, zegt Boogaard. ‘En denk niet: mijn tuintje is maar klein, wat ik doe maakt geen verschil. Zelfs in de steden is meer dan een kwart van de grond particulier bezit. Daar moeten we toch echt zelf aan de slag.’
En níét met een grondwaterpomp, benadrukt zowel Boogaard als Van Buiten. ‘We dachten misschien ooit dat het grondwater in Nederland oneindig was, maar dat blijkt niet zo te zijn’, aldus de hortulanus van de Botanische Tuinen.
Dit artikel is oorspronkelijk geplaatst op 5 september 2022 en in het voorjaar van 2023 geactualiseerd.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden