Deze week werd Caroline van der Plas door Volkskrant-columnist Harriet Duurvoort in een tweet Kerrelain genoemd. En die schrijfwijze kan ik nu niet meer ontzien.
Kerrelain zelf – ik beloof dat ik vanaf nu weer Caroline zal schrijven – is ook niet van je netvlies te krijgen, dat moet je haar nageven. Een mooi schouwspel aan het begin van de stemmingen, op dinsdag: Van der Plas loopt in haar opvallende en diergerelateerde kledij (lange tijgertuniek, Vans) naar Kamervoorzitter Vera Bergkamp om even wat te overleggen. Meestal worden er van zo’n onderonsje geen foto’s gemaakt, maar nu volgen twee persfotografen en een lopende camera haar. Iets met Van der Plas is altijd boeiend. Dat weten de fotografen en cameramensen. En dat weet zij.
Iets later bij de stemmingen laat Sandra Beckerman (SP) een enorme, zo te zien zelf ge-Googledoc-te poster zien van alle organisaties en suborganisaties die over de aardbevingen in Groningen gaan, om uit te leggen dat het er veel te veel zijn. Van Vera Bergkamp moet Beckerman de poster wegleggen, want: ‘Het is niet de bedoeling om boodschappentassen en posters in de Kamer te gebruiken. Wij gebruiken het woord.’
Hoe vaak politici achter het spreekgestoelte een boodschappentas hebben ingezet om hun toespraken kracht bij te zetten, blijft als een groot, fascinerend vraagteken boven de zaal hangen. Een vriendelijke bode komt naar Sandra Beckerman toe, die haar poster na de berisping nog steeds in haar hand houdt, en pakt hem zachtjes af.
Over het woord gesproken: het vragenuur dat aan deze stemmingen voorafging, leidde ertoe dat uw verslaggevend columnist ineens ging nadenken over de opmars van het woord ‘meid’. Zelden is een taalhervorming zo rap gegaan. Van het oude, verkleinende ‘meisje’ zijn een heleboel mensen in korte tijd overgestapt op ‘meid’, te beginnen met de meiden zelf. Maar ook in de geschreven pers en door pseudoboomers als mijzelf wordt het woord veel gebruikt, vaak exclusief.
In de Kamer vandaag veel over meiden, want er zijn Kamervragen over het Parool-bericht ‘Meiden steeds jonger slachtoffer van seksuele uitbuiting’.
In de Kamer zie je meteen een tweedeling, niet erg, maar toch, tussen meidzeggers en meisjeszeggers.
Anne Kuik van het CDA, die de vragen stelt, zegt ‘meiden’. Songül Mutluer (PvdA) zegt ook ‘meiden’, als in ‘meiden die elkaar ronselen’. Saskia Pot (D66) gebruikt ‘meisje’. Eric van der Burg (VVD), staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, zegt ook ‘meisje’, zoals je dat van een VVD-man van 57 ook wel een beetje verwacht.
Aaf Brandt Corstius doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.
Verder is de staatssecretaris taalmatig lekker bezig, deze middag. Als oplossing voor het probleem van meisjes die misbruikt worden door loverboys en andere naarlingen, zegt hij: ‘We moeten meer doen aan, en ik vind het een verschrikkelijk woord maar ik gebruik het toch, het empoweren van dit soort meisjes.’ Het is fijn als iemand zegt dat je meisjes moet empoweren, en ook dat empoweren een verschrikkelijk woord is.
Ook gebruikt Van der Burg ineens het woord ‘lief’ in de discussie over meiden die uitgebuit worden, en dat is… tja, lief. ‘Ze denken soms dat het de enige manier is om lief gevonden te worden’, aldus de staatssecretaris over deze groep meiden. Een beetje vaderlijk en daarom ook wel ontroerend.
Even later gebruikt hij alweer het woord lief, dat toch zelden valt in de Kamer (behalve als iemand zegt ‘Het is me een lief ding waard’), maar nu in een andere betekenis.
Ruud Verkuijlen (VVD) oppert dat Van der Burg in gesprek moet gaan met de hotelwereld, want seksuele uitbuiting vindt vaak plaats in hotelkamertjes die voor een uur gehuurd worden, en daar zouden hoteleigenaren alert op moeten zijn.
Van der Burg denkt dat niet iederéén hotelkamers huurt om tieners tot seksslaaf te maken. ‘Het kan natuurlijk toevallig ook een keer zo zijn dat twee mensen die elkaar lief vinden een kamer boeken voor een uur.’
Elkaar lief vinden: prachtige bewoording voor een seksdate.
Source: Volkskrant