Home

In de grootste succesromans van Cormac McCarthy (1933-2023) kolkte het geweld over de pagina’s

‘Oorlog is er altijd geweest. Voor de mens er was, lag de oorlog al op hem te wachten. Het hoogste ambacht wachtte op zijn hoogste beoefenaar.’
‘De oorlog is het hoogste spel omdat oorlog uiteindelijk de eenheid van het bestaan afdwingt. De oorlog is God.’

Deze twee zinnen uit de roman Blood Meridian (Meridiaan van bloed) vormen een kernachtige samenvatting van de filosofie van de dinsdag overleden schrijver Cormac McCarthy. Zijn uit twaalf romans en zeven theater- en televisiescripts bestaande oeuvre geeft uitdrukking aan een uitgesproken pessimistisch wereldbeeld, waarin moord en geweld een centrale rol spelen.

Het in 1985 verschenen Blood Meridian – or The Evening Redness in the West, zoals de volledige titel luidt, geldt als zijn meest gewelddadige en ook als zijn beste boek. Een leven zonder bloedvergieten bestaat niet, zo luidde McCarthy’s boodschap. Het idee dat de mens moreel kan groeien, dat mensen met elkaar in harmonie kunnen leven, is gevaarlijk. Wie dat gelooft, zal als eerste bereid zijn ziel en vrijheid op te offeren en ten prooi zijn aan inhoudsloosheid en slavernij.

Pas in zijn laatste romans, het tweeluik The Passenger en Stella Maris, dat hij op 89-jarige leeftijd publiceerde, sloeg McCarthy een wat minder gewelddadige toon aan. Maar zijn pessimisme bleef onaangetast.

Over de auteur
Hans Bouman schrijft voor de Volkskrant over boeken en richt zich met name op literatuur en auteurs uit het Engelse taalgebied.

Cormac McCarthy werd op 20 juli 1933 geboren in Providence, Rhode Island. Zijn voornamen luidden toen overigens nog Charles Joseph. Hij nam de naam Cormac aan, omdat er in zijn jaren als aankomende schrijver een buikspreker was wiens pop Charlie McCarthy heette.

McCarthy groeide op in een gezin van Ierse katholieken. Hij was zelfs enige tijd misdienaar in de Kerk van de Onbevlekte Ontvangenis in Knoxville, Tennessee, waar het gezin enkele jaren na McCarthy’s geboorte naartoe verhuisde.

Begin jaren vijftig studeerde hij enige tijd aan de University of Tennessee, maar McCarthy brak zijn studie af om zich bij de luchtmacht te voegen, die hem stationeerde in Alaska. Na vier jaar keerde hij terug naar de universiteit. Ook ditmaal maakte hij zijn studie niet af. Wel publiceerde hij zijn eerste, korte verhalen, die hem een prijs opleverden voor creative writing.

McCarthy was van meet af aan een toegewijd, om niet te zeggen obsessief schrijver, die zich door niets van zijn werk wilde laten afhouden. Toen hij trouwde en er een kind kwam, vroeg hij zijn echtgenote om, naast de zorg voor de baby, ook de kostwinning voor haar rekening te nemen, zodat hij fulltime kon schrijven. Het huwelijk hield een jaar stand.

In 1965 publiceerde McCarthy zijn eerste roman, The Orchard Keeper, die hem de William Faulkner Foundation Award opleverde. Hij verhuisde naar New Orleans, waar hij net als zijn latere personage Bobby Western (The Passenger) in een armoedig kamertje in de French Quarter woonde.

Omdat de kritische waardering van zijn werk niet gepaard ging met hoge verkoopcijfers, en hij zo weinig mogelijk niet-literaire werkzaamheden verrichtte, leefde McCarthy jarenlang in armoede. Hij zou in verschillende boeken op die ervaringen teruggrijpen, onder meer in Suttree (1979), de semi-autobiografische roman over de gedesillusioneerde, volstrekt onmaatschappelijke Cornelius Suttree, die een uitzichtloos bestaan leidt op een woonboot aan de Tennessee-rivier.

Een reisbeurs stelde hem in staat door Zuid-Europa te reizen. Hij woonde enige tijd op Ibiza, waar hij Outer Dark schreef (1968), dat gunstig werd ontvangen. Ook zijn ervaringen in Ibiza zou hij later in The Passenger verwerken.

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw verkreeg McCarthy de reputatie van cultschrijver. Hij had een kleine schare trouwe fans en ook de literaire kritiek had hem hoog zitten, maar bij het brede publiek was hij nagenoeg onbekend. Dat veranderde met de publicatie van All the Pretty Horses (1992).

De roman speelt zich af in de grensstreek van de Verenigde Staten en Mexico – vertrouwd werkterrein in vele van McCarthy’s boeken – en is in feite een coming of age-verhaal van hoofdpersoon John Grady Cole en zijn kameraad Lacey Rawlins. Uiteraard is de teneur van de roman niet optimistisch: overal in het boek wordt het voortschrijdende verval van de westerse wereld gesuggereerd. Om John Grady’s vader te citeren: ‘Wij zijn zoals de Comanches tweehonderd jaar geleden. We weten niet wat ons te wachten staat als de zon opgaat.’

All the Pretty Horses werd bekroond met de National Book Award en de National Book Critics Circle Award en werd een bestseller. Het vormde het eerste deel van de Border Trilogy en ook de vervolgdelen, The Crossing (1994) en Cities of the Plain (1998), waren commerciële successen die eveneens een positieve ontvangst kregen van de recensenten.

De Border Trilogy betekende ook op stilistisch gebied een keerpunt voor McCarthy. In werken als Suttree en Blood Meridian was zijn taalgebruik vaak bloemrijk, met lange, soms bijna in woordpatserij zwelgende zinnen. Vanaf de Border Trilogy werd zijn taalgebruik soberder, tot op het uitgebeende af.

McCarthy was de zeventig al gepasseerd toen hij kort op elkaar twee nieuwe succesromans publiceerde. In No Country For Old Men (2005) kolkte het drugs-gerelateerde geweld over de pagina’s. Dat gebeurde opnieuw in het Amerikaans-Mexicaanse grensgebied, dat bij McCarthy zowel het symbool is van de frontier waarachter het individu zijn felbegeerde vrijheid kan vinden, als het gebied waar de wetten van God en de mens geen rechtskracht meer hebben. Waar, inderdaad, normen en waarden niet meer bestaan.

Met The Road (2006) schreef McCarthy in een aantal opzichten zijn zwartste roman. Het boek vertelt over een vader en een zoon die in een post-apocalyptisch landschap (wat er precies is gebeurd, blijft onduidelijk) naar het zuiden trekken, omdat ze niet nóg een winter zullen overleven in het gebied waar ze zich nu bevinden. Anders dan in zijn andere boeken, lijkt er aan het slot van The Road een piepklein sprankje hoop te gloren.

No Country For Old Men werd succesvol verfilmd, met Tommy Lee Jones en Javier Bardem in de hoofdrol. Ook The Road en All the Pretty Horses werden bioscoopsuccessen.

Zestien jaar na The Road verraste McCarthy de literaire wereld met het tweeluik The Passenger en Stella Maris. De boeken spelen in respectievelijk 1980 en 1972 en handelden over broer en zus Bobby en Alicia Western. Hoewel de auteur zijn thematiek in deze boeken trouw bleef, hadden ze niet de urgentie en het meeslepende karakter van zijn beste werken.

Toen Cormac McCarthy straatarm was, weigerde hij uitnodigingen van universiteiten om tegen betaling over zijn werk te komen spreken. Hij bleef zijn hele leven de publiciteit schuwen. In de zeer spaarzame interviews die hij gaf, hield hij vragen over zijn werk bekwaam af en begon over andere zaken: ratelslangen, wolven, zijn interesse in exacte wetenschappen. Beleefd, bijna verlegen. Alleen in zijn boeken gooide hij alle remmen los.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next