Wie terugblikt op het afgelopen theaterseizoen, verzeilt onvermijdelijk in de grote thema’s van deze tijd. Precaire onderwerpen zoals het identiteitsdebat, de klimaatcrisis, feminisme of de oorlog werden in het theater op verschillende manieren onderzocht, vaak in al hun complexiteit en dubbelzinnigheid – en daardoor persoonlijk en invoelbaar gemaakt.
In meerdere voorstellingen die volgens de theaterredactie van de Volkskrant bij de tien beste van het seizoen behoren, worden grote tijdsprongen gemaakt. De jaren (1) vervat in twee uur wonderschoon theater vrijwel het hele leven van een gewone vrouw in het naoorlogse Frankrijk. In The Story of Travis (5) blikt een oude, zwarte man terug op zijn jeugd in de jaren zestig in de VS. En Sadettin Kirmiziyüz duikt in zijn theatersolo Monumentaal (8) diep in zijn eigen familiegeschiedenis, om te ontrafelen waarom zijn ouders zijn geworden wie ze zijn, en hoe hem dat vervolgens heeft getekend.
Sander Janssens is theaterrecensent voor de Volkskrant. Hij schrijft vooral over toneel, muziektheater en performance.
Het zijn voorstellingen over mensen die, zonder daar zelf om gevraagd te hebben, voortdurend in gevecht zijn met de wereld om hen heen – waarin uitsluiting en onderdrukking orde van de dag zijn. Ze doen verwoede pogingen zich te ontworstelen aan de mores van hun tijdgeest, te emanciperen.
Het theaterlandschap wordt al jaren steeds diverser, en die trend zette dit seizoen ontegenzeggelijk door. Dat zie je steeds meer terug in de organisaties, spelersbezetting en repertoirekeuze. Travis is gemaakt door een grotendeels zwart creatief team (onder andere auteur Esther Duysker, choreograaf Alida Dors en regisseur Romana Vrede) en een geheel zwarte cast, De jaren heeft een all-female cast en een vrouwelijke regisseur met een expliciet feministische agenda: Eline Arbo.
De focus op nieuwe perspectieven liep als een rode lijn door het theaterseizoen. Getalenteerde jonge makers zoals Club Lam, Collectiet of Jip Smit, maakten voorstellingen waarin ze expliciet het vrouwelijk narratief centraal zetten. Yela de Koning schitterde ondertussen als vrouwelijke (!) generaal Coriolanus.
Theatergezelschap Dood Paard ondernam in datzelfde kader een waardevolle denkoefening: in Women in Troy, as told by our mothers (3) onderzocht het gezelschap hoe er nu over oorlog zou worden gedacht, als de belangrijke verhalen niet jarenlang vrijwel uitsluitend door mannen waren doorverteld. Wat als vrouwen de geschiedenis hadden opgetekend, als niet de legeraanvoerder, maar de wachtende thuisblijvers de protagonisten in onze verhalen waren geweest? Zouden de soldaten aan het front dan ook nog als helden worden gezien? Boeiende denkstof, in een tijd waarin oorlog dichtbij komt en een kapotgeschoten Russische tank als een trofee naast de Amsterdamse schouwburg werd tentoongesteld.
Gemarginaliseerde groepen eisen op de planken hun ruimte op in sterk emancipatoire voorstellingen. In Geschiedenis van geweld (4) werd onder aanvoering van een fenomenale Eelco Smits, met onmetelijk veel nuance en compassie gekeken naar klassenongelijkheid en homofobie. Yara’s Wedding (7) van Nite verhief het verhitte identiteitsdebat tot een transdisciplinaire theatertrip die nog lang bleef nazinderen. Opvallend veel voorstellingen - zoals Queer Planet, The Hot Peaches of Queertopia – verhieven het queerperspectief tot norm.
Nieuwe perspectieven vragen vanzelfsprekend om nieuwe vormen en verhalen. Net als in voorgaande seizoenen wordt er steeds minder klassiek repertoire opgevoerd. Overigens geen reden om meteen in de pen te klimmen om het belang van de westerse canon te verdedigen: die is écht nog lang niet uit onze theaters verdwenen, hooguit wat minder oververtegenwoordigd. Toneelgroep Maastricht bracht een uitstekende Kersentuin (Tsjechov), Erik Whien regisseerde een lichtvoetige Happy Days (Beckett) en de Toneelmakerij situeerde Hamlet (Shakespeare) in Amsterdam Nieuw-West. Collectief Blauwdruk bracht hun derde Vondel-hertaling. Deze jonge makers maken intelligente voorstellingen die uit hun voegen barsten van pret en speeldrift, en daarmee laten ze zien dat spelplezier heel vaak evenredig is aan kijkplezier.
Dat geldt ook voor Shut Up and Play With Me (6) van Het Zuidelijk Toneel: een theatraal monumentje voor spelen als primaire levensbehoefte. Over de linie is er sprake van een terechte herwaardering van humor op de toneelplanken. De komedie is aan een opmars bezig, na jarenlang het zorgenkindje van het Nederlands toneel te zijn geweest. Voorstellingen die aan de andere kant van het spectrum liggen dan het emancipatoire en geëngageerde toneel, maar niet minder noodzakelijk zijn: juist in een maatschappij op drift, is de verpozing of de ademruimte die kunst kan bieden, van cruciale waarde.
Zo initieerde Jacqueline Blom samen met auteur Marijke Schermer de totstandkoming van een nieuwe komedie voor de grote zaal: het leuke Familiespel. Susan Visser lokte veel publiek naar de theaters met Detective Moncler van Jan Hulst en Kasper Tarenskeen, hofleveranciers van snedige theatersatires.
Toneelspelers Kuno Bakker en Jorn Heijdenrijk onderzochten in Twomenshow de raakvlakken tussen stand-up comedy en toneel. En ronduit opzienbarend was het ijzersterke cabaretdebuut van Saman Amini, die zich schijnbaar moeiteloos tussen toneel en cabaret beweegt en het daarmee meteen tot nummer 4 in de cabaretlijst schopte.
Het was een vol en rijk seizoen, dat voor het eerst sinds drie jaar niet geteisterd werd door lockdowns of andere coronabeperkingen. Het grote publiek vond de weg niet meteen terug: zeker aan het begin van het seizoen bleven veel stoelen leeg. Maar toneel is kunst van de lange adem, en langzaam worden de zalen weer voller. Dat kan alleen maar worden gezien als compliment aan het theater, waarin met compassie, vuur én plezier wordt gereflecteerd op prangende thema’s van deze tijd.
1. De Jaren door Het Nationale Theater, regie Eline Arbo*: Gedurfd en ontroerend theatraal portret over zo maar, maar wel een bijzonder, vrouwenleven, gespeeld door vijf net zo bijzondere actrices.
2. The Making of Berlin door Berlin en Yves Degryse*: Fascinerend stadsportret met mix van film, theater, documentaire en muziek, waar ingenieus wordt gespeeld met de vraag ‘wat is fictie, wat is fantasie?’
3. Women in Troy, as told by our mothers, van Dood Paard: In sober maar trefzeker teksttoneel onderzoeken de spelers of we ons perspectief op oorlog kunnen bijstellen. Ze tonen daarmee de verregaande reikwijdte van verhalen en de manieren waarop we die verhalen vertellen.
4. Geschiedenis van Geweld door Toneelschuur Producties, Theater Oostpool, regie Abdel Daoudi*: Eelco Smits schittert in de veeleisende hoofdrol van schrijver Édouard Louis, die een nacht beschrijft waarin hij bijna wordt vermoord. Een radicale oefening in empathie.
5. The Story of Travis door Well Made Productions en Theater Rotterdam*: Aangrijpende reactie op klassieker A Raisin in the Sun over de muren waarop ambities stuiten als systemisch racisme een familie al generaties lang in de greep houdt – en hoe die muren te doorbreken.
6. Shut up and Play With Me door Het Zuidelijk Toneel, regie Sarah Moeremans: Kleine, fijne voorstelling over de kunst van het spelen, met acteurs Joep van der Geest en Louis van der Waal.
7. Yara’s Wedding door Nite Schauspiel Hannover*: Heerlijk en inhoudelijk relevant, overvol muziektheater dat naar het eind toe steeds dwingender wordt. Een pure allround theatertrip.
8. Monumentaal van Sadettin Kirmiziyüz*: Meesterverteller sluit zijn migrantenverhaal voor altijd af met deze zielroerende zoektocht naar de kloof tussen hem en zijn ouders.
9. Isotopia door &Brakema Producties: Geslaagd sciencefictiontheater, dit dystopische verhaal waarin Lilian Brakema met haar nauwlettende regie een bijzonder onbehaaglijk gevoel creëert.
10. Volkskrant