Er zat een man in het water. Hij zat op zijn knieën en het water kwam tot net onder zijn ribben. Het zwarte T-shirt dat hij aan had, was doorweekt. Af en toe bukte hij en gooide hij water over zijn hoofd. De plek waar hij in het water zat, ligt langs een vaarroute en leent zich slecht voor recreatie. Er liggen hoekige zwartgrijze blokken van steen, bezaaid met aangespoeld afval. Ratten kruipen er rond en eenden hebben er hun nesten. Soms slaakte de man een onverstaanbare kreet. Een eend die even verderop met haar kuikens aan de oever resideerde, keek hem aan met zo’n blik van gaat het wel helemaal lekker?
De man was duidelijk niet helemaal bij zinnen en bracht zichzelf misschien wel in gevaar. Hij gleed af en toe weg. Één verkeerde stap en hij kon kopje-onder gaan. Ik twijfelde over wat ik moest doen. Mensen fietsten en liepen langs, hun blikken bleven even op hem hangen, en daarna gingen ze weer verder. Omdat hij niet de indruk maakte aanspreekbaar te zijn, belde ik uiteindelijk maar de politie. Ik legde uit wat er aan de hand was, dat deze man mentaal niet helemaal topfit leek, of misschien gewoon heel veel drugs gebruikt had.
‘Er is dus sprake van een verwarde man’, concludeerde de telefoniste. ‘Ja, verward’, zei ik, ‘dat is precies wat ik bedoelde.’ Nadat ik had opgehangen bleef ik even wachten op ‘de eenheid’ die in de buurt was. Ik stelde me verdekt op, op een plek die nog wel zicht bood op de man en waarvandaan ik snel genoeg bij hem zou kunnen zijn als hij in het water zou vallen. De zon brandde, ik deed mijn overhemd uit en ging even liggen. Maar nu kon ik de man niet meer zien, dus stond ik weer op. Omdat het toch een beetje zinloos voelde en ik me niet had ingesmeerd, deed ik mijn overhemd weer aan. Nu was ik de verwarde man.
De politieauto kwam aanrijden, ik wees de agenten in de juiste richting en fietste weg. Toen ik omkeek, stak de agente haar duim naar me op. Die duim voelde net iets te goed. Misschien was het de warmte, maar ik kreeg het tevreden gevoel dat ik mijn burgerplicht had vervuld, me bekommerd had om het lot van een medemens, had bijgedragen aan een betere maatschappij. Eigenlijk, dacht ik, zou je voor dit soort zaken burgerpunten moeten kunnen verdienen. Die burgerpunten kan je dan vervolgens inzetten om kleine overtredingen mee af te kopen. Dingen als door een rood stoplicht lopen, een stukje over de stoep fietsen, je btw-aangifte net te laat inleveren of per ongeluk verkeerd geparkeerd staan, of het plegen van een grootscheeps cocaïnetransport. Het is, al zeg ik het zelf, een geweldig idee. Maar niemand luistert ooit naar me.
Source: Volkskrant