Toen Lien Vos-van Gortel in 1981 werd geïnstalleerd als de eerste vrouwelijke burgemeester van Utrecht, en daarmee ook de annalen inging als de eerste vrouw in Nederland die in een van de vier grote steden de ambtsketting kreeg omgehangen, werd tijdens die plechtigheid onmiddellijk een amendement ingediend. Een politiek pesterijtje. Installatievergaderingen waren normaal gesproken puur ceremoniële bijeenkomsten die je als gemeenteraad niet behoorde te verstoren. Vos-van Gortel werd die dag ‘uitgetest’, zou ze daar later zelf over zeggen. En dat had maar één reden: ze was geen man.
Het zou niet voor het laatst zijn dat ze in haar ambt tegen seksisme aanliep, maar daar liet ze zich nooit door afleiden. Tien jaar lang zwaaide Vos-van Gortel de scepter in de Domstad. Ze zou een voorbeeld worden voor vrouwen die later hetzelfde carrièrepad bewandelden. ‘Lien Vos-van Gortel had de primeur en dat vond ik wat hoor!’, zei voormalig burgemeester van Den Haag Pauline Krikke in 2018 in het Algemeen Dagblad. ‘Daar keek ik tegenop als 20-jarige jongedame. Dat was inspirerend, dat ook een vrouw in een grote stad burgemeester kon worden.’
Voordat Vos-van Gortel naar Utrecht werd gehaald, wist ze al de nodige barrières te beslechten in Den Haag. Na een studie geneeskunde te hebben afgerond belandde ze daar in 1970 in de gemeenteraad voor de VVD en werd ze vier jaar later benoemd als de eerste vrouwelijke wethouder van de Hofstad. In die functie werd ze verantwoordelijk voor de portefeuilles financiën, organisatie en automatisering - beleidsterreinen die tot dan toe vooral aan mannen werden toebedeeld.
Eenmaal burgemeester, was Vos-van Gortel zich al snel bewust van haar pioniersrol. ‘Dan weet je: dit is nieuw en mensen gaan kijken hoe het gaat’, blikte ze in 2009 terug in Trouw. ‘Als het fout loopt, raakt het meer mensen dan jou alleen. Je werkt ook voor de vrouwen die na jou komen.’
Ze moest flink wat slikken. Journalisten die haar vroegen wat haar man eigenlijk van haar werk vond. Stadsbewoners die haar ‘Oma Vos’ noemden. Zelf bleef ze er redelijk stoïcijns onder, vertelde ze in het AD: ‘Men rekende er niet altijd op een vrouw aan te treffen op de post, haha. Dan was het in een vergadering van: ‘Oh, dag mevrouw... en de andere heren.’ Het werkte bij mij altijd op de lachspieren als mensen schrokken.’
Toch ontging haar ook de dubbele standaard niet, als haar weer eens gevraagd werd hoe ze haar bestuurstaken met de zorg voor haar drie zonen combineerde. ‘De vrouw wordt er eerder op aangekeken dan de man’, zei ze in Trouw. ‘Je moet zorgen dat het gezellig blijft. Dat is niet alleen de taak van de moeder. Degene die het eerst thuis is, kan ook thee zetten.’
Voor de Utrechters was het wennen dat Vos-van Gortel zo ontzettend anders was dan haar voorganger Henk Vonhoff, en niet alleen omdat hij een andere letter in zijn paspoort had en over een postuur beschikte waar zij twee keer in paste. Het verschil zat hem vooral in hun bestuursstijl. Waar Vonhoff bekendstond als een uitbundige man die de schijnwerpers maar wat graag opzocht, toonde zij zich nuchter, zakelijk en enigszins verlegen. ‘Vonhoff vond al die publieke optredens zalig’, zei Vos-van Gortel in de Volkskrant. ‘Ik heb daar niet zo’n behoefte aan. Het is belangrijk dat de stad goed marcheert. Voor zover daarin voor mij een functie is door ergens een vlag te hijsen, vind ik dat prima.’
Haar daadkracht was er niet minder om. Onder haar bewind zette Utrecht de eerste stappen naar een grote stadsuitbreiding en werden de fundamenten gelegd voor de vinexwijk Leidsche Rijn. Ook kwam de stad, die in die periode onder curatele stond, er financieel beter voor te staan. Daarnaast maakte Vos-van Gortel zich sterk voor diversiteit. ‘We hebben hier bijvoorbeeld bij de politie ervaren dat het gunstig werkt als er een bepaald percentage vrouwen is’, zei ze in Trouw. ‘Een gevarieerd palet aan mensen werkt goed in verschillende situaties.’
In 1992 verruilde Vos-van Gortel haar burgemeesterschap voor een post in de Raad van State, waar ze tot haar zeventigste actief zou blijven. Afgelopen december had de huidige burgemeester van Utrecht, Sharon Dijksma, voor het eerst een ontmoeting met haar illustere voorganger. ‘We hadden de nodige overeenkomsten’, vertelde Dijksma daarover. ‘Net als ik werd ze op haar 49ste burgemeester van Utrecht en is ze moeder van drie kinderen.’ Ze noemde Vos-van Gortel een ‘inspirerende bestuurder’.
Dat klonk toch net iets vriendelijker dan de lovend bedoelde woorden die de Utrechtse politiechef Dik sprak bij het afscheid van Vos-van Gortel als burgemeester. Hij omschreef zijn korpsbeheerder als een ‘quasi-naïef omaatje’, noteerde RTV Utrecht, ‘maar dan wel één met een hoefijzer in haar tas.’
3 x Lien Vos-van Gortel
In 1992 in De Telegraaf: ‘Veel vriendinnen van vroeger zijn er niet in geslaagd zich zo te ontwikkelen als ik, nadat ze kinderen hebben gekregen. Of ze hebben doelbewust afgezien van kinderen.’
In 1992 in NRC Handelsblad: ‘Ik ben niet van oorsprong iemand die geneigd is te denken: ik ga als volksmenner op pad. Ik organiseer liever.’
In 2008 in het Algemeen Dagblad, over het fysieke verschil tussen haar en haar voorganger Henk Vonhoff: ‘Toen ik aantrad zei men: ah, Utrecht neemt genoegen met de helft.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden