Home

Welke lessen zijn er te trekken uit de EU-Turkije-deal over Syrische vluchtelingen?

In minstens één opzicht is de EU-Turkijedeal van maart 2016 een succes gebleken. Het aantal Syriërs dat als vluchteling naar Europa kwam, is sindsdien sterk afgenomen. Dat was óók het gevolg van het afsluiten van de zogeheten Balkanroute door enkele Balkanlanden, maar niettemin: in het crisisjaar vóór het akkoord arriveerden vanuit Turkije bijna een miljoen migranten in Griekenland. Vanaf 2016 bleef dat beperkt tot jaarlijks hooguit enkele tienduizenden.

Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent Turkije en Iran voor de Volkskrant. Hij woont in Istanbul. Daarvoor werkte hij op de buitenlandredactie, waar hij zich specialiseerde in mensenrechten, Zuid-Azië en het Midden-Oosten.

Ruim 3,5 miljoen Syriërs bleven steken in Turkije. Dat was aanvankelijk niet eens zo’n deerniswekkend lot, mede dankzij de Europese financiële steun. Doordat ze van Turkije ‘tijdelijke bescherming’ hadden gekregen, een soort vluchtelingenstatus, hadden ze recht op gratis gezondheidszorg en onderwijs, plus voor de meest behoeftigen een maandelijkse uitkering. Ook mochten sommigen legaal aan het werk; bij anderen werd dit oogluikend toegestaan. De Turkse overheid leek geneigd – los van alle politieke retoriek – de Syriërs op te nemen in de samenleving, al was het maar voor tijdelijk.

Het maatschappelijk klimaat jegens buitenlanders is in Turkije echter verhard, ook door de aanwezigheid van naar schatting een miljoen migranten uit Afghanistan, Irak, Iran en andere probleemlanden. De autoriteiten hebben de bewegingsruimte van de vluchtelingen – ook de Syriërs – ingeperkt.

In de recente verkiezingscampagne maakte met name de oppositie een xenofoob nummer van haar belofte om binnen twee jaar alle Syriërs naar hun land terug te sturen. De herkozen president Erdogan maakt minder haast, maar voelt zich wel degelijk genoodzaakt werk te maken van ‘vrijwillige’ terugkeer.

Hoe zich dat verhoudt tot de verplichtingen van zowel Turkije als de EU is onduidelijk. De EU-lidstaten zullen volgens het akkoord met Turkije samenwerken ‘ter verbetering van de humanitaire omstandigheden in Syrië’, zodat vluchtelingen veilig kunnen terugkeren, maar concreter dan dat wordt het niet.

Een ander positief resultaat van de Turkijedeal is dat de 6 miljard euro van de EU wel degelijk is terechtgekomen (of nog gaat terechtkomen, tot 2025) bij de Syrische vluchtelingen. Dat komt doordat het geld niet rechtstreeks aan de Turkse regering is gegeven (tot ongenoegen van Ankara), maar via nationale en internationale ngo’s in Turkije terechtkomt.

‘Dat is de les van de Turkijedeal: besteed het geld via ngo’s’, zegt Joost Lagendijk, Turkijekenner en oud-lid van het Europees Parlement. ‘Het is een van de garanties dat het niet aan strijkstokken in Ankara blijft hangen. De steun is onderworpen aan Europese aanbestedingsregels. Per project wordt het aanbesteed onder Turkse en internationale ngo’s. Daarom duurt het ook allemaal wat langer.’

Volgens Lagendijk is deze strenge procedure ontworpen na de Kosovo-oorlog, toen er veel was misgegaan met hulpgelden. ‘Landen als Tunesië zullen zeggen: Geef ons dat geld direct, dan kunnen we het sneller besteden. Maar dan is Europa zijn toezicht kwijt.’

Kritiek op de Turkijedeal was er van het begin af aan. Mensenrechtenorganisaties vonden dat de Europese landen hun verantwoordelijkheid jegens asielzoekers ontliepen en afkochten (wat nuchter gezien exact de bedoeling was van de EU). Later luidde de kritiek dat de afspraken niet juist werden nageleefd. Ruim 32 duizend Syriërs zijn tot de EU-landen toegelaten, aanzienlijk minder dan de in het akkoord genoemde 72 duizend.

Ook werden slechts 2.140 Syriërs door Griekenland naar Turkije teruggestuurd. ‘Het is een misverstand’, zegt Lagendijk, ‘dat iedereen die op een Grieks eiland aankwam, zou worden teruggestuurd naar Turkije. Dat is niet waar. Ze konden gewoon asiel aanvragen, dat was de afspraak. Probleem was dat Griekenland de opvang niet op orde had. Daardoor duurden de asielaanvragen enorm lang, zodat er geen mensen werden afgewezen en teruggestuurd naar Turkije. Dat is aan Europese kant de grootste blunder geweest.’

Daarbij komt dat het politieke deel van het akkoord nooit uit de verf is gekomen. Brussel zegde Turkije toe dat de visumplicht voor Turkse reizigers zou worden afgeschaft, en dat er serieuze gesprekken zouden komen over een douane-unie en over toetreding van Turkije tot de EU. Geen van deze drie afspraken is van Europese kant nagekomen, met als argument het schenden van mensenrechten door Turkije na de mislukte staatsgreep van juli 2016.

De onvrede daarover bij de Turken droeg ertoe bij dat Erdogan in februari 2020 dreigde ‘de poorten naar Europa’ open te zetten. Duizenden vluchtelingen verzamelden zich bij de grensplaats Edirne en probeerden Griekenland binnen te komen. Tevergeefs, met geweld werden ze door de Griekse grenswacht tegengehouden. Overigens bestond de desperate massa aan de grens grotendeels uit Afghanen en andere niet-Syriërs. Zij hadden in Turkije niets te verliezen. De Syriërs wel.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next