In de categorie geldsmijterij naar de rijken past behalve gratis kinderopvang ook de basisbeurs voor studenten waarmee ook de Eerste Kamer heeft ingestemd.
Beide regelingen zijn vooral in het voordeel van de gegoede families die nu nog zelf betalen voor de opvang van hun kroost (de toeslagen zijn voor de laagbetaalden) en vaak ook de academische opleiding.
Deze families stemmen veelal op de VVD (rechts-liberaal), D66 (liberaal met een groen sausje) of de christelijke ‘splinters’ (CDA en CU). Het is niet zo vreemd dat de huidige coalitie deze regelingen wil doorvoeren, zij het dat de gratis kinderopvang op de lange baan is geschoven vanwege een tekort van 36 duizend medewerkers.
Studeren kost de samenleving geld. Vroeger kon dat worden verdedigd als investering. Een hoog opleidingsniveau zou het land meer welvaart en welzijn opleveren. Maar dat is allang niet meer zo. De huidige samenleving zit meer te wachten op bouwvakkers, ict’ers, installatiemonteurs, koks, politiemensen, verpleegkundigen en truckers dan mensen die vooral nuttig zijn voor een plek aan de tafel van Op1, Beau of Jinek: politicologen, antropologen, juristen, vrijetijdskundigen, bedrijfskundigen, historici en archeologen.
Nu zijn er ook op academisch niveau personeelstekorten zoals bij accountants en huisartsen. Maar dat is te wijten aan prestigegebrek en de enorm lange trajecten na de masters waar veel jongeren geen zin meer in hebben.
Veel van de andere studies die de universiteiten bieden zijn geen investering in de maatschappij maar in zichzelf. Dat studenten daar zelf iets aan moeten bijdragen is niet zo gek. Zeker bij de huidige inflatie is een schuld van 15 duizend euro tegen 0 procent rente een habbekrats. Nu de basisbeurs komt, moeten de mensen die op hun 18de in de bouw of de zorg stappen daarvoor opdraaien. In totaal gaat het om één miljard euro belastinggeld.
En het schept ook weer een precedent. Er moet als gevolg van de basisbeurs ook nog worden nagedacht over een compensatie voor de ‘pechgeneratie’ – mensen die in het verleden niet gratis mochten studeren. Die willen nu alsnog geld zien of kwijtschelding van oude schulden.
Kortom, de basisbeurs is een gedrocht. Er zitten niet alleen veel haken en ogen aan, maar de beurs is ook exclusief voor een grote maar nog altijd geprivilegieerde groep jongeren. Die krijgen niet alleen een aantal leuke studentenjaren – dat is ze van harte gegund – maar ze verdienen ook gemiddeld een twee keer zo hoog salaris na het 24ste levensjaar.
Als er dan 15 duizend euro beschikbaar moet worden gesteld op het 18de jaar, zou die voor iedereen moeten gelden. Bouwvakkers, ict’ers, installatiemonteurs, politiemensen, koks en verpleegkundigen die in het arbeidsproces stappen zouden ook dat geld moeten krijgen. Ze mogen zelf kiezen wat ze ermee gaan doen – een cursus doen, een aanbetaling op hun huis, of over de balk gooien op Ibiza.
Er is geen enkele reden om mensen die een ‘academische pretstudie’ gaan doen te subsidiëren op kosten van vakmensen waar zo dringend behoefte aan is. De overheid moet keuzes maken. Daarbij moet schaarste een van de overwegingen zijn.
En die schaarste is er niet bij de rijkelui.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Onlangs verscheen van zijn hand Het geheim van Beursplein 5, over de Amsterdamse beurs. Columns reflecteren niet per se de mening van de redactie.