Nieuwsgierig betraden mijn zus en ik een grote, mij onbekende kringloopwinkel. Ik moest nog een cadeautje kopen voor een jarige vriend-die-alles-al-heeft. Mijn zus was op zoek naar een knappe salontafel.
Nu heb ik de ervaring dat je nooit op zoek moet gaan naar een salontafel. Salontafels gaan op zoek naar jóú, en ze zullen je vinden ook. Laatst was er nog een met me meegelopen, vanuit het huis van mijn broer, driehoog in de Pijp, al die steile trappen af met zijn stijve pootjes, trippel, trippel, Albert Cuyp af, de van Baerlestraat in. ‘Ze willen me niet meer’, hijgde het arme tafeltje. ‘Mag ik...mag ik dan bij jou?’ Vooruit dan maar.
Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
Nu hád ik al een salontafel, dus dat aanlooptafeltje had ik natuurlijk op mijn beurt aan mijn zus kunnen doorgeven, ja, dat had ik moeten doen, maar die nieuwe bleek een verrijking, naast de bank. Er past precies een poes op plus een zak chips, zodat mijn kinderen hun enorme voeten kwijt kunnen op de oude salontafel, zonder van alles omver te schoppen.
De kringloopwinkel bleek, zoals het hoort, een muf, maar eclectisch kerkhof van onze welvaartsstaat. Grauwe mastodonten van bankstellen, boekensteunen in de vorm van olifanten, een bierpul met een dikke griezel in lederhose erop, een mierzoet portret van Jezus Christus in een gouden krullijst, en tegeltjes met de verrassende boodschap dat van het concert des levens niemand een program krijgt.
Naast mij bekeken twee middelbare vrouwen met zongedroogde decolletés een huilerige porseleinen pierrot. ‘Gert heeft gevochten als een leeuw tegen die rotziekte’, zei de een. ‘En hij is amper dood of zijn vrouw zit met Ludo Baks in de tuin wijntjes te zuipen. Ludo Baks, van de bloemkwekerij! In Gert zijn tuin... dan had hij toch tenminste even de heg kunnen snoeien? Daar is die arme Gert niet meer aan toe gekomen.’ De andere vrouw betastte hebberig de pierrot. ‘4 euro’, sprak ze. ‘Daar kun je ’m zelf niet voor maken.’
De hele winkel stond vol met dingen die je voor 4 euro zelf niet kon maken. Voor mijn vriend-die-alles-al-heeft zag ik van alles dat hij nog niet had (en stellig ook niet wíl hebben, maar dat is zijn probleem). Terwijl ik stond te aarzelen bij die aalgladde Jezus vond mijn zus de salontafel van haar dromen; een tweelaags, retro-ironisch pareltje van rotan, door de tand des tijds charmant karamelkleurig verschoten.
Afgunstig bekeek ik haar vondst.
Misschien wil ze hem ruilen, voor eentje van mij.
Source: Volkskrant