Een dag voor één van de meest krankzinnige F1-ontknopingen aller tijden (Abu Dhabi 2021) stuurt Oscar Piastri zijn Prema-bolide de pitstraat van het Yas Marina Circuit in. De talentvolle Aussie heeft zich even daarvoor tot Formule 2-kampioen gekroond en dat als rookie in de klasse. Een jaar eerder heeft hij hetzelfde kunstje geflikt in de Formule 3. Tel er de Formule Renault-titel van het jaar ervoor bij op en het is duidelijk uit welk racehout Piastri is gesneden. Een talent van de bovenste plank, dat met de razendsnelle F2-titel in de voetsporen treedt van Charles Leclerc en George Russell.
In tegenstelling tot die heren lonkt er echter niet meteen promotie naar de het hoogste niveau. Doordat Piastri anno 2021 nog in het rijdersprogramma van Alpine zit, dat team met Alonso-Ocon al voorzien is én geen klantenmotoren levert, moet Piastri op de reservebank plaatsnemen. Het is wellicht wat wrang dat zo'n talent moet toekijken, terwijl Nicholas Latifi en op dat moment Nikita Mazepin wel op de grid rondlopen, al houdt Piastri het zelf netjes: "Ik wil achter de schermen zoveel mogelijk leren en in 2023 wél fulltime F1-coureur zijn." Met de kennis van nu valt te zeggen dat het is gelukt, al konden we de manier waarop in Abu Dhabi 2021 nog niet bevroeden. Zo is Piastri tegen wil en dank hoofdrolspeler geworden van dé Formule 1-soap van 2022 (Piastrigate genoemd) en is het resultaat ervan dat hij inmiddels niet de kleuren van Alpine, maar juist die van McLaren verdedigt.
Meer achtergrondinformatie over die move en hoe Piastri daar zelf inmiddels naar kijkt, valt te lezen in dit artikel. Belangrijker is dat Piastri vanaf nu vooruitkijkt, naar een toekomst die er ogenschijnlijk best rooskleurig uitziet. Zo maakt de man uit Melbourne met afstand de beste indruk van alle rookies (Logan Sargeant en Nyck de Vries) en weet hij de hoog aangeslagen Lando Norris bij tijd en wijle aardig partij te bieden. Tijd voor een nadere kennismaking dus met de coureur die Melbourne op veertienjarige leeftijd achter zich moest laten om in Engeland een professionele racecarrière na te jagen. Acht jaar later staat de teller op zeven afgewerkte races in de koningsklasse van de autosport.
Oscar, de eerste zeven Grands Prix zitten erop, al bijna een derde van het rookiejaar. Van buitenaf lijkt het allemaal vrij soepel te gaan, maar hoe beoordeel jij je eerste maanden in de Formule 1?
Dat is altijd lastig over jezelf te zeggen hè [lacht]. Meestal ben ik zelf nog het meest streng voor mezelf en zegt het team 'vergeet niet dat je nog maar zeven races hebt gedaan en nog vrij nieuw bent in deze wereld'. Maar als ik zelf iets moet zeggen, dan ga ik toch voor een 7 op een schaal van tien. Ik ben op zich best tevreden met hoe de meeste dingen tot dusver zijn gegaan, al heb ik nog niet veel normale races gehad [lacht]. Monaco was misschien wel de meest normale tot nu toe, al was dat natuurlijk ook gekkenhuis in de regen! Maar in Bahrein viel ik uit, in Saudi-Arabië reed ik met schade, Melbourne was heel hectisch met al die rode vlaggen en mijn thuisrace, in Baku had ik een voedselvergiftiging en in Miami hadden we een brake-by-wire-probleem. Zo lijkt er iedere keer wel iets te gebeuren... Maar goed, de snelheid is er op zich wel en volgens mij kom ik steeds dichterbij. De trend is in ieder geval goed. Qua cijfer ga ik die 10 trouwens ook nooit halen. Zelfs als je na al die jaren Fernando [Alonso] zou vragen, dan zegt hij waarschijnlijk nog steeds dat het een 9,9 is!
Maar toch: als we jou vergelijken met de andere rookies, dan lijkt de overstap naar F1 je best makkelijk af te gaan. Kun je eens een kijkje achter de schermen geven, hoe anders is het? George Russell zei bijvoorbeeld dat het alleen qua data al een wereld van verschil is in F1.
Ja, in dat opzicht is er zeker veel anders. In F2 hebben we post-sessie wel wat data, maar zeker niet te vergelijken met F1. We hadden daar ook geen onboardcamera's, terwijl je hier van iedere coureur ieder rondje terug kunt kijken als je dat zou willen. Er is zoveel meer informatie beschikbaar en je moet ook met veel meer mensen samenwerken. Mensen die niet in de sport werken, zien dat vaak niet eens zo, maar het aantal engineers dat ik nu heb is qua hoeveelheid mensen al mijn hele F2-team bij elkaar! Dat zijn dingen waar je best even aan moet wennen. De races zelf moet je trouwens ook iets anders aanpakken. In het jaar dat ik Formule 2 reed, hadden we drie races per weekend en dus drie kansen om punten te scoren. Hier heb je er meestal maar eentje, dus als je de start verprutst, is eigenlijk het hele weekend om zeep. Dat is voor een coureur wel even wennen.
Je hebt natuurlijk een jaartje langs de zijlijn moeten toekijken. Dat was zeker niet jouw keuze, maar heeft het in bepaald opzicht wel geholpen? Of had je dit voor jouw gevoel ook al wel gekund als je meteen na je F2-titel was gepromoveerd?
In bepaalde opzichten was het wel anders geweest, denk ik. Om te beginnen weet ik door dat jaartje weer hoe verschrikkelijk veel ik van het racen zelf houd! Verder heb ik mij vorig jaar vooral op alle dingen buiten het racen proberen te concentreren. Dus leren hoe een F1-coureur leeft, dat was het doel, maar dan zonder het rijden erbij. Ik heb veel aandacht besteed aan het weekendschema van een coureur, hoe je omgaat met sponsoren en hoe je omgaat met de media. In F2 sprak je eigenlijk alleen maar met de pers als het goed ging, dus dat was makkelijk. In F1 is alles veel grootser en meer. Nu praat je met de media als het goed gaat, maar ook als het slecht gaat of als er helemaal niks gebeurt. Daar heb ik me vorig jaar vooral op gericht, waardoor ik er voor mijn gevoel nu veel beter aan gewend ben. Alleen het rijden zelf is er dit jaar bij gekomen, maar dat is ook net het leukste gedeelte. In dat opzicht ben ik nu beter voorbereid dan dat ik anders was geweest. De keerzijde is alleen dat je na een jaar niet racen wat roestig bent, bijvoorbeeld bij de starts. Die dingen waren waarschijnlijk weer beter gegaan als ik meteen vanuit de Formule 2 naar F1 had kunnen gaan. Zo zijn bepaalde dingen makkelijker geworden en andere juist lastiger.
Hoe belangrijk is jouw manager Mark Webber in dit alles? Wat is de belangrijkste les die hij je heeft meegegeven?
Mark is geweldig. Hij kent veel mensen in de paddock en heeft zelf natuurlijk ook een succesvolle carrière gehad. Het helpt heel erg dat je iemand aan je zijde hebt die alles al eens heeft meegemaakt en die precies weet wat het is. De belangrijkste les is toch wel dat hij me vertelde de Formule 1 niet te onderschatten, en dat ik ook niet moest onderschatten hoe groot de overstap zou zijn. Mijn persoonlijkheid is nogal relaxed, op sommige vlakken eigenlijk te relaxed voor Mark [lacht]. Dan is het extra fijn dat hij me deze dingen op het hart kan drukken, zodat het in de praktijk geen shock meer is. Dat is het dus belangrijkste, al geeft hij me ook kleine rijtips en komt hij met vragen aan de engineers waar ik zelf niet eens aan denk. Hij is nog steeds scherp en denkt als een coureur, waardoor hij het maximale uit mij kan halen.
Wat is op dit moment het belangrijkste verbeterpunt voor je?
Vooral om tijdens de raceweekenden iets eerder op snelheid te komen. In de kwalificatie zit ik vaak wel op een vergelijkbaar niveau met Lando, maar in Monaco was ik iedere training zes à zeven tienden langzamer. Voor je vertrouwen is het natuurlijk niet lekker om met zo'n achterstand de kwalificatie in te gaan. Tijdens de kwalificatie maak ik dan vaak wel de stap, al zou het fijn zijn als me dat eerder in het weekend lukt. Anders zijn de anderen op zaterdag aan het finetunen in welke bocht ze nog iets kunnen vinden en moet ik echt nog tienden vinden. Als ik die stap eerder kan zetten, maakt dat mijn leven iets makkelijker. Het maakt het leven voor de engineers ook makkelijker, omdat zij anders nog grote hoeveelheden tijd proberen te vinden terwijl ik dat als coureur ook nog aan het doen ben. Daar ligt mijn focus momenteel op, al wil je natuurlijk ook weer niet over de limiet gaan.
Nee, daarover gesproken: je bent nog helemaal niet gecrasht en in F2 en F3 eigenlijk ook niet...
Nee, de laatste keer dat ik vaststond in het gravel is waarschijnlijk 2019 geweest, in de Formule Renault. Dat sluit wel een beetje aan bij waar we het net over hadden: ik probeer een week Source: Motorsport