Dit is een tijd vol achterdocht. Regeringen, instituties, rechters, wetenschappers, bedrijven, media - ze ontmoeten veel wantrouwen. Op zich kan argwaan een nuttige emotie zijn, een bewijs van een gezonde kritische instelling. Maar tegenwoordig loopt het gevaarlijk uit de hand.
Achterdocht wordt vaak gevoed door een gevoel van buitengesloten zijn. In het klein kan ik er ook last van hebben. Nadat ik 2010 mijn plek midden op de Volkskrant-redactie had verruild voor een solistisch bestaan als Amerika-correspondent, begon ik allerlei spoken te zien die aan verre vergadertafels aan mijn stoelpoten zaten te zagen. Ook de betrekkelijke afzondering van het pensioen werkt soms als een broeikas voor negatieve gedachten. Afstand schept achterdocht, afwezigheid maakt alles verdacht. Zo werkt het ook in het groot, in de maatschappij. In de overtreffende trap zelfs.
Arie Elshout is journalist. Hij schrijft om de week een wisselcolumn met Arnout Brouwers.
Complotdenkers, rechts-extremisten, coronawappies, Poetin-apologeten en anti-overheidsactivisten ageren tegen wat zij beschouwen als een kwaadaardige elite. Die wil hen niet zien of horen en neemt in achterkamertjes ingrijpende beslissingen over hun leven, is het verwijt. Het wantrouwen is totaal: als een radicaleringsmonster verslindt het elke nuance, elk vermogen tot relativering. Het is wij tegen zij.
De opkomst en val van de Amerikaanse televisiepresentator Tucker Carlson vormt interessant studiemateriaal. Hij was een gematigde conservatief. Bij het rechtse Fox News raakte hij in de greep van een ‘politiek van achterdocht’, zoals The New York Times-columnist Ross Douthat het noemt. Hij keerde zich tegen alles waar het westerse politieke establishment voor was en omgekeerd.
In Nederland is er Arnold Karskens van de omroep Ongehoord Nederland. Ook hij zet zich af tegen de gevestigde orde in politiek en media. Volkskrant-journalist Kustaw Bessems vroeg zich vorig jaar af hoe deze man, met wie hij bij de krant De Pers werkte, in de extreemrechtse hoek kon belanden. Hij was een lieve collega, maar ook iemand met ‘een groeiend miskend gevoel’. Dit laatste lijkt mij de crux.
Niks kan mensen zo doen verzuren en verbitteren als het gevoel miskend te worden. In dit geval het idee te worden afgewezen en uitgesloten door een dominante progressief-liberale orde. In een interview hekelde Carlson ‘de cultuur waarin iedereen die buiten deze gebaande paden denkt, gek is en een complotdenker’. Op zich begrijp ik dat sentiment. Wie stelling neemt tegen progressieve standpunten, loopt het risico dat hij niet louter zakelijk van repliek wordt gediend, maar ook al snel wordt verketterd.
Tegelijkertijd denk ik dat de achterdochtigen de tegenstander groter maken dan hij is. Karskens was een gerespecteerd oorlogsverslaggever. Carlson werkte bij CNN en het linkse MSNBC. Trump-strateeg Steve Bannon studeerde aan de Harvard Business School, broedplaats van de besten en de slimsten. Hun chagrijn over miskenning lijkt me deels ingebeeld.
Maar ze gingen er zelf in geloven en uit pure weerspannigheid radicaliseerden ze, Carlson bijvoorbeeld met racistische uitspraken. Het gevolg was dat ze ook werkelijk voor velen een outcast werden, wat ze weer sterkte in de gedachte dat ze gelijk hadden met hun klacht over uitsluiting. De selffulfilling prophecy.
Tucker Carlson ging dingen vertellen die hij persoonlijk anders zag. Naar buiten toe was hij spreekbuis van het trumpisme. Maar achter de schermen zei hij Trump een ‘duivelse kracht’, een ‘vernietiger’ te vinden, blijkens gerechtelijke documenten. Ook wist hij dat Trumps beschuldiging van verkiezingsfraude ‘echt mesjokke’ was. Maar hij en andere collega’s spraken Trump niet tegen voor de camera uit angst voor de Trump-aanhangers onder het Fox-kijkerspubliek. Onvergeeflijk. De ware kwaliteitstoets voor alle media, rechtse en linkse, is dat zij zo nodig hun kijkers of lezers durven tegen te spreken.
Ik herhaal: argwaan is op zich gezond. Het is een kwestie van gradatie. Progressieve standpunten moeten, net als alle andere, kritisch tegen het licht gehouden kunnen worden. Aan twee ijkpunten valt af te meten wanneer het fout gaat. Ten eerste: als gesproken wordt over ‘Het Establishment’ of ‘Het Systeem’ als zijnde gesloten grootheden met een geheim boosaardig plan. De dingen zijn echter nooit monolitisch en chaos komt vaker voor dan complotten.
Ten tweede: als er sprake is van een automatisme in de positiebepaling. Wie tegen het coronabeleid van de regering is, is vanzelf ook tegen haar politiek jegens Poetin. Die koppelverkoop is tegennatuurlijk, je beoordeelt dingen dan niet meer op hun eigen merites. Je wordt zo gevangene van je achterdocht. Daarmee belazer je ook vooral jezelf.
Source: Volkskrant