Home

‘Ze ripten hem en staken hem met een mes dood’

‘In de fietsenkelder onderin een flat in Maastricht lag een zwaar mishandelde vrouw in een plas bloed. Een van de flatbewoners had 112 gebeld. Het slachtoffer was onherkenbaar toegetakeld, had een opgezwollen gezicht en dichtgeslagen ogen. Een ambulance voerde haar af en mijn collega Frank en ik gingen buurtonderzoek doen.

‘De voordeur van haar flatwoning stond open. Binnen zagen we meteen dat het een gebruikershol was: rotzooi, een overvolle asbak, aluminiumfolie, lepels en kartonnetjes die junks gebruiken om heroïne te roken. Op de bank zat een klein, vrolijk meisje, een peutertje. Dat meldden we bij Jeugdzorg, die haar uit huis heeft geplaatst. Verder was er weinig bijzonders.

Over de auteur

Wil Thijssen is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant. Zij schrijft wekelijks de politieserie Die ene melding. Eerder was zij economieredacteur en reisjournalist.

‘In het ziekenhuis wilde het slachtoffer, Anouschka, geen aangifte doen. Ze zei dat haar pooier haar had mishandeld, maar noemde zijn naam niet. Daar bleef het bij. We werden vaker gebeld voor overlast in haar huis, dan had een van de junks iets gestolen, kwam er ruzie van en grepen we in. Langzaam wonnen we Anouschka’s vertrouwen.

‘In die tijd deden we onderzoek naar straatdealers vlak bij de Belgische grens. Eentje, Nazar, verbleef illegaal in Nederland. Hij was traag, deed alles op de fiets, en ook fietsen deed hij langzaam. We hielden hem vaak aan. Hij had nooit grote voorraden bij zich, altijd maar net genoeg voor een of twee dealtjes. Hij was ontzettend vriendelijk en ging steeds probleemloos met ons mee. Nazar was een goeierd, echt een goed mens, een zachtaardig persoon.

‘Toen we weer eens bij Anouschka gingen kijken, was haar woning schoon. Het rook er naar versgekookt eten en er stond fruit op tafel. We ontdekten dat Nazar bij Anouschka was ingetrokken. Hij had een kamertje in haar woning en in ruil daarvoor zorgde hij goed voor haar.

‘Anouschka leefde op. Ze nam zich voor: ik ga mijn dochter terugkrijgen. Ik ga mijn best doen, ik ga afkicken. Dat lukte haar niet, maar ze bleef het proberen.

‘Op een gegeven moment begon Anouschka te klagen dat ze van Nazar af wilde. Hij sloot haar op in haar slaapkamer als hij ging dealen, uit angst dat ze zijn voorraad zou rippen. Dus wij zeiden: ‘Dat kan niet, vriend. Je moet eruit.’ Dat ging weer heel makkelijk – hij deed nooit moeilijk. Hij vertrok naar een ander deel van Maastricht. Dat was buiten ons werkgebied, dus ik verloor hem uit het zicht.

‘Nadat Nazar was vertrokken, ging het bergafwaarts met Anouschka. Haar huis veranderde weer in een gebruikershol. Omdat ze een keer met haar sigaret op de bank in slaap was gevallen, brak er brand uit. Ze overleefde het en werd naar een afkickkliniek in Heerlen gestuurd. Hoe het daarna verder ging met haar, weet ik niet. Ik weet wel dat ze aan de drugs is bezweken.

‘Een hele poos later kwam een collega bij mij op de afdeling die vroeger bij mij in het team internationale drugshandel zat. Hij had een lijstje van mensen die werden gezocht of nog boetes hadden openstaan. We dronken samen koffie en ik zag Nazar ook op zijn lijstje, met een streep door zijn naam. ‘Zijn jullie bij Nazar geweest?’, vroeg ik, want ik dacht dat zijn naam was doorgestreept omdat ze hem hadden bezocht.

‘‘Nazar is dood’, zei die collega. ‘Hij is vermoord.’ Omdat Nazar illegaal was, was hij weer bij verslaafden in huis getrokken. Ze ripten hem en staken hem met een mes dood, wikkelden hem in worteldoek en vuilniszakken en zetten hem rechtop in de nis van een kerkmuur achter het struikgewas, een ontmoetingsplek van dealers en gebruikers.

‘Omdat niemand Nazar als vermist opgaf, stond hij daar vier weken tegen dat kerkje, totdat zijn lichaam begon te stinken. De daders brachten hem met een busje naar het Albertkanaal, waarin ze hem dumpten vanuit een opblaasbootje. Iemand had het gezien en het kenteken van het busje aan de politie doorgegeven. De waterpolitie heeft Nazar opgedregd. Heel tragisch.

‘Nu denk ik: hebben wij dat destijds allemaal wel zo goed aangepakt? Je probeert in elke situatie het beste te doen, maar wij dachten destijds, toen Anouschka soms door Nazar werd opgesloten: hij moet weg. Achteraf gezien zou Anouschka hem waarschijnlijk inderdaad hebben bestolen. Niet dat dat iets goedmaakt, natuurlijk. Maar hun levens verliepen het best in die maanden dat ze samen in de flat woonden. Hij zorgde goed voor haar, zij bood hem een dak boven zijn hoofd. Anouschka en Nazar probeerden elk op hun eigen manier te overleven. Zij met haar verslaving, hij als illegaal.

‘Ik heb niet de illusie dat zij van haar heroïneverslaving was afgekomen en hij een verblijfsvergunning had gekregen, maar als we hen bij elkaar hadden gelaten en de juiste instanties hen hadden begeleid, was dit verhaal waarschijnlijk toch anders afgelopen. Misschien had Anouschka dan haar dochtertje teruggekregen en waren ze binnen hun mogelijkheden gewoon gelukkig geweest.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next