Graafwagens rijden af en aan op het terrein waar de grootste fabriek voor autobatterijen in de Europese Unie moet verschijnen. Opnieuw gaat een graafarm de grond in. ‘De hele bodem is hier al weggehaald’, klaagt omwonende Éva Kozma (47). ‘Zestig centimeter vruchtbare landbouwgrond.’ Voor haar ligt een bouwput van meerdere hectares vol bedrijvigheid. Enikö Pásztor (65) legt net uit hoe hun stukje Hongarije aan het veranderen is, als een vrachtwagen zijn lading in een beek loost. ‘God weet wat daar gedumpt wordt.’
Dit is nog maar het begin. Premier Viktor Orbán heeft grootse plannen: Hongarije moet het centrum voor de productie van lithiumbatterijen in de Europese Unie worden. De EU wil vanaf 2035 auto’s met verbrandingsmotoren uitbannen. Orbán ziet een kans in de groeiende behoefte aan batterijen voor elektrische auto’s. Voor 2030 moeten in het land meer dan twintig batterijenfabrieken verrijzen, twee staan er al.
Later dit jaar begint de bouw van het vlaggeschip van de Hongaarse ambities: een fabriek van 7,3 miljard euro naast de oostelijke stad Debrecen, de grootste van zijn soort in de EU. Met een capaciteit van 100 Gigawattuur (GWh) kan ze een miljoen auto’s van batterijen voorzien. De afnemers zijn automerken als Mercedes-Benz (partner in de bouw van de fabriek), BMW en Volkswagen, die al in Hongarije zitten. Orbán schiep afgelopen jaren een gunstig klimaat voor autofabrikanten. De industrie is goed voor eenvijfde van de Hongaarse export.
Hongarije bouwt de batterijenfabriek niet zelf. Het land nodigt daarvoor het Chinese bedrijf CATL uit, de grootste producent van lithiumbatterijen ter wereld. China ontpopte zich afgelopen jaren tot marktleider op het gebied van batterijen voor elektrische auto’s. China specialiseert zich in de verwerking van lithium tot eindproduct en verwierf een dominante plek in een industrie die van groot belang is voor de energietransitie.
Maar als het aan de omwonenden ligt, komt de fabriek er niet. Nog voordat de bouw begint, stuit Orbán op hardnekkige weerstand. Mikepércs (5.300 inwoners), pal naast de geplande fabriek, verzet zich als een Gallisch dorpje tegen de komst van CATL. Inwoners zijn bang voor milieuvervuiling, droogten en buitenlandse arbeidsmigranten. De Hongaarse regering noemt de bezwaren ‘fake news’. Tegenstanders zouden zich tegen ‘het nationaal belang van Hongarije’ keren.
De ruime achtertuin van Enikö Pásztor vormt een schril contrast met de industriële woestenij naast haar woonplaats. Ze heeft haar eigen biologische tuin met bloemen en gewassen, in een kleine kas krioelen slakken. Iets verder staat een ambachtelijke waterput. ‘Ik kom uit een lange traditie van burgers in Debrecen die met één been in de stad en het andere op het platteland staan’, legt Pásztor uit. Twee jaar geleden verhuisde ze naar het landelijke Mikepércs.
De landelijke plannen van de regering vindt Pásztor ‘absurd’. ‘Twintig batterijenfabrieken in zo’n klein land. Waarom moeten wij alle batterijen maken voor elektrische auto’s? Waarom moeten wij met milieuvervuiling zitten zodat de lucht op andere plekken in Europa schoner wordt?’ Pásztor richtte samen met Eva Kozma een actiegroep op, ‘de Moeders van Mikepércs’. Bij Pásztor thuis sommen de twee vrouwen geagiteerd hun bezwaren op.
De uitstoot en het lawaai. De opoffering van vruchtbare grond voor een groot fabrieksterrein. De gevolgen voor het grondwater, in een regio die afgelopen zomer ook nog eens met verschroeiende droogte kampte. De Moeders grijpen hun bezwaren niet uit de lucht. Bij een bestaande batterijenfabriek in de stad Göd is vervuiling in het grondwater aangetroffen. Kort daarop verwijderden de autoriteiten de waterkwaliteitsmeter.
Het waterverbruik van een batterijenfabriek is groot, volgens de autoriteiten tussen de drie- en zesduizend kuub water per dag. Ondertussen wordt de capaciteit om water naar het fabrieksterrein te leiden, vergroot tot 40 duizend kuub per dag (de dagelijkse hoeveelheid drinkwater van het 200 duizend inwoners tellende Debrecen). Voor critici is dit een signaal dat de fabriek meer zal verbruiken. CATL zegt dat 70 procent van het water ‘grijs water’ is, gefilterd uit het riool.
Volgens bewoners is dit een rookgordijn, waarmee het bedrijf pas op de proppen kwam na protesten. Deskundigen mengen zich in de touwtrekkerij over het grondwater. Dat wordt hen niet in dank afgenomen. De directeur van het wateronderzoeksinstituut in Debrecen werd begin dit jaar uit zijn functie ontheven. Hij had in een publicatie aangetoond dat de fabriek meer water gebruikt dan CATL voorspiegelt en mogelijk milieuschade aanricht.
Het verzet tegen de fabriek is niet zomaar een nimby (not in my backyard)-protest. Economen kraken de plannen van Orbán. De batterijenstrategie is luchtfietserij, stelt econoom Dora Györffy. De regering noemt de plannen een banenmotor en een noodzakelijke investering om de concurrentiepositie van het land te verbeteren. ‘Maar het batterijenplan heeft geen toegevoegde waarde voor de Hongaarse economie’, zegt Györffy in haar kamer van de Corvinus Universiteit in Boedapest. ‘We komen alles tekort: energie, water, arbeidskrachten, innovatie. Het enige wat Hongarije kan bieden, is plek om de fabrieken te bouwen.’
Waarom volhardt de regering dan in haar plannen? ‘Ze geloven dat de vraag naar batterijen toeneemt en dat wij dat moeten produceren. Het is megalomanie’, zegt Györffy. ‘Hongarije wil groot in íets zijn. En het land is zo gecentraliseerd dat als Orbán eenmaal iets in zijn hoofd heeft, het moet gebeuren.’ De regering lokte CATL volgens Chinese staatsmedia met 800 miljoen euro aan belastingvoordelen en infrastructuur naar Hongarije, terwijl de economie er beroerd voor staat. Er is nog een argument, zegt Györffy. ‘Geopolitiek. Dit is een verbond tussen China en de Duitse auto-industrie met Hongarije in het midden, profiterend van beide kanten.’
Márton Tompos, parlementariër voor oppositiepartij Momentum, maakt zich hier grote zorgen om. ‘Het is een geopolitieke troefkaart voor Orbán als hij onderhandelt met Brussel en Washington. Als hij zijn zin niet krijgt, gaat hij naar de Chinezen.’ Orbán flirt al met China sinds 2014, toen hij met de zogenoemde ‘Oostelijke Opening’ de banden met het Aziatische land aanhaalde. Tompos is daar fel op tegen. Hongarije is straks nog afhankelijker van de grillen van Beijing. De Chinese industrie en geopolitieke belangen zijn niet te scheiden, zegt Tompos. ‘Het is een eenpartijstaat, niets is onafhankelijk van de partij.’
‘We hebben al busjes met Aziatische werknemers gezien’, zegt Enikö Pásztor bezorgd. ‘We zijn niet voorbereid op de komst van andere culturen.’ De fabriek is goed voor negenduizend arbeidsplaatsen, maar de regionale arbeidsmarkt kampt met krapte. In een reactie laat CATL weten vooral Hongaren te willen aannemen. Het bedrijf denkt dat Hongaren naar de regio zullen verhuizen. Voor gespecialiseerde functies heeft het bedrijf Chinese werknemers. Inwoners zijn er niet gerust op, gezien de komst van arbeidsmigranten bij de bestaande batterijenfabriek in Göd. Pásztor wijst naar de Hongaarse regering. ‘Zij zeggen al jaren dat er geen migranten naar Hongarije moeten komen. De overheid heeft deze zaadjes zelf geplant.’
‘Hongarije is geen multiculturele samenleving’, voegt burgemeester Zoltán Timár toe, lid van regeringspartij Fidesz. En Mikepércs is te klein. ‘We hebben gewoon geen plek voor deze mensen.’ Wie zich in Hongarije verzet tegen de stoomwals van de regering, zoals de Moeders van Mikepércs, staat er doorgaans alleen voor: de lokale politiek schikt zich naar de landelijke partijlijn. Maar hier niet. Timár is uitgesproken tegenstander van de fabriek. Hij vindt het gevaarlijk. ‘In januari is in Frankrijk nog een warenhuis met lithiumbatterijen in brand gevlogen.’
Als Timár over straat loopt, groet iedereen hem. Hij is al meer dan twintig jaar burgemeester. In de kast van zijn kantoor prijkt een verjaardagskaart van Viktor Orbán. ‘Gefeliciteerd, mijn dierbare vriend’, staat er in gekalligrafeerde letters naast een portret van de premier. Niets bijzonders, vindt Timár. ‘Je hebt oog voor elkaar, als lid van dezelfde partij.’ Wat hij wel bijzonder vindt, én teleurstellend: hem is niets gevraagd. De fabriek verrijst weliswaar op land van de aangrenzende gemeente Debrecen, waar de burgemeester juist voorvechter is van de fabriek. Maar Timárs burgers zitten er het dichtst op.
De burgemeester is lang niet de enige die inspraak wil. Vorig jaar zomer werden de bouwplannen aangekondigd als een voldongen feit. Pas veel later, in januari, vonden twee inspraakavonden plaats. Die liepen uit op chaos. Boze bewoners buitelden over elkaar heen om luidkeels te klagen, de autoriteiten werden uitgemaakt voor rotte vis. De twee avonden maakten indruk: inmiddels is de wet rondom inspraakavonden aangepast zodat ze ook zonder publiek kunnen worden gehouden.
De woede van mondige middenklassers uit eigen kring is even wennen voor de regering. Normaal gesproken is de steun voor Fidesz in deze hoek van het land groot. Het idyllische Mikepércs, waar bewoners langs de sierlijke dorpskerk fietsen en ooievaars nesten in de elektriciteitspalen bouwen, is Hongarije zoals Fidesz het graag ziet: christelijk, met sterke traditionele wortels en grote families met jonge kinderen. ‘Jonge gezinnen uit de middenklasse trekken hierheen. Het geboortecijfer is hoog’, zegt burgemeester Timár.
‘Ze noemen ons huurlingen van Soros (de filantropische miljardair die al jaren een zondebok is in Hongarije, red.)’, zegt Pásztor. De rege Source: Volkskrant