Home

Jaap Fries: ‘Waar maak ik mij toch druk om op mijn leeftijd. Dat moet ik nog steeds afleren’

Vrij zijn is de kern van Jaap Fries’ bestaan. Vrijheid en avontuur vond hij als rondreizende beroepsmuzikant en ervaart hij nu op zijn oude dag nog met zijn scootmobiel, waarmee hij er zo vaak mogelijk op uittrekt. De 100-jarige zit vol vrolijke en opmerkelijke anekdotes en mag op Facebook graag grossieren in levenswijsheden.

‘Soms denk ik: waarom blíjf ik mij toch druk maken? Bijvoorbeeld om een poetsvrouw die de glazen stolp om mijn antieke klok weghaalt. Waarom doet u dat, vroeg ik. ‘Om de klok te kunnen stoffen’, antwoordde ze. Waarop ik zei: ‘Waar denk je dat die stolp voor dient?’ Na zo’n opmerking denk ik: waar maak ik mij toch druk om op mijn leeftijd. Dat moet ik nog steeds afleren.’

‘Wat je denkt, bepaalt hoe je iets beleeft. Gedachten maken je niet gelukkig, wel gewone dagelijkse belevenissen, zoals een praatje maken met iemand. En muziek maken of luisteren, dat activeert iets positiefs in je hersenen.’

‘Het leven is makkelijker als je het ziet als een toneelstuk en je rol speelt. Bepalend is natuurlijk of het je meezit of tegenzit. Mijn grote geluk is dat ik in de muziek ben terechtgekomen. Dat heeft mij zo veel plezier en leuke ontmoetingen bezorgd, en ik kon er ook nog mijn brood mee verdienen. Maar ik heb nog veel meer geluk gehad, zeker tijdens de oorlog. In 1943 vertelde een officier na afloop van een concert dat er de volgende dag een razzia zou zijn in Den Haag, om mannen van 17 tot 40 jaar op te pakken voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Ik verstopte mij onder de vloer in mijn ouderlijk huis. Inderdaad drongen de volgende dag SS’ers met geweren ons huis binnen. Ze doorzochten alle ruimten en haalden ook de vloerbedekking van de vloer om daaronder te kijken. Net op tijd zag een van hen een foto van mijn vader en zei tegen mijn moeder: ‘Uw man lijkt op de Führer’. Dat vonden ze machtig, en weg waren ze.

‘Ik hield het niet uit onder de vloer, na drie dagen ben ik mij toch gaan melden voor de dwangarbeid. Mijn moeder was bezorgd en gaf mij een deken en eten mee. Ik moest met de tram naar Delft, naar de universiteit – waar in een gebouw nog meer jonge mannen zich hadden verzameld. Op de gang kwam ik een meisje tegen met een band van het Rode Kruis om haar arm. Ze zei: ‘Wat sta je zielig te kijken, ben je bang uitgevallen? Ik kan je wel helpen.’ Ze deed mij een band van het Rode Kruis om, pakte een brancard en samen liepen we daarmee het gebouw uit, zij voorop. Buiten stonden grote kisten waar machines in hadden gezeten. Ik kroop in zo’n kist. Na anderhalve dag hield ik het niet meer vol. Ik stapte eruit en zag dat het gebouw verlaten was. Lopend ben ik naar huis gegaan. Het aardige meisje van het Rode Kruis heb ik nooit meer gezien.’

‘Ik was 12 jaar toen ik klaar was met de lagere school en mijn vader vroeg: wil je met mij mee of ga je doorleren? Ik hield niet van leren, dus ik antwoordde dat ik wilde werken. Mijn vader was huisschilder. Tot en met het eerste jaar van de Tweede Wereldoorlog ben ik huisschilder geweest. Het werd steeds moeilijker om aan werk te komen. Een vriend die beroepsmuzikant was, zei: ‘Kom met mij mee!’ Ik kom uit een muzikaal gezin. Mijn moeder kon heel mooi zingen en mijn vader speelde mandoline. Ik had gitaar en accordeon leren spelen. Ik kon bij revue-voorstellingen in circus Giezen in Den Haag optreden, voor de pauze Hawaii-muziek, na de pauze Zuid-Amerikaans. Mijn artiestennaam was Jack Fries. Ik trok, ook na de oorlog, het hele land door met mijn accordeon. Ik speelde allerlei soorten muziek: dixieland, rumba, walsen, vrolijke volksliedjes.

‘Vaak trad ik op in nachtbars, zoals Willy’s bar, het Witte Kasteel en in het Kurhaus, met toen bekende muzikanten als pianist Colea Serban en jazzmusicus Peter Schilperoort. Ik speelde in de Dutch Swing College Band en met artiesten als Lou Bandy, Kees Pruis, Nico Haak, Rita Corita, en Saskia & Serge. En met een trio op de veerboot van de Northsea Ferry van Rotterdam naar Hull en York, op vrijdag heen en maandag weer terug. Maar het liefst van alles speelde ik in restaurants met een orkestje zigeunermuziek. Deze muziek is zo romantisch. Overigens mag je niet zigeuner zeggen, dat is een scheldwoord.’

‘Ik ben gezegend met een fotografisch geheugen. De verloving van prinses Juliana met prins Bernhard in september 1936 werd groot gevierd op straat in Den Haag. Ineens stond er een meisje voor mij. Ze droeg een zwarte plooirok met een witte blouse en een hesje met rood-zwart borduurwerk. Ze zoende mij op de mond. Ik was 13 jaar en tot die tijd had ik alleen een kus op mijn wang gehad van mijn moeder. We waren heel kuis in die tijd.’

‘Ik ben mijn grote liefde misgelopen. Net na de oorlog trad in Den Haag Nat Gonella op, een Engelse jazzmusicus die net zo bekend was als Neil Armstrong. Een bassist in zijn orkest bleek verhinderd en ik werd via zijn impresario gevraagd in te vallen. Na afloop van het optreden kwam de zangeres van de band naar mij toe. Een heel knappe meid met een prachtige stem. Haar naam weet ik niet meer. Het was liefde op het eerste gezicht. Bij ons afscheid hebben we gezoend. Ze zou mij een brief schrijven. Omdat ik geen Engels kon, zou een vrouw die ik accordeonles gaf, die voor mij vertalen. Later hoorde ik dat ze de brief uit jaloezie had verscheurd. Van de zangeres hoorde ik niets meer.

‘In 1946 ben ik getrouwd met Francien. Ik moet zeggen dat ik met dat huwelijk iets verkeerd heb gedaan. Ik was met een drummer toen we Francien op een zomerse dag in Den Haag in een open raam zagen zitten. Een mooie meid. De drummer zei: ‘Die kun je niet krijgen, denk maar niet dat ze zit te wachten op een arme muzikant.’ Wedden dat het mij lukt, reageerde ik. En ja, diezelfde dag had ik een afspraakje met haar gemaakt. We gingen samen naar de bioscoop. Dus ik schepte daarover op tegen mijn vriend en flapte eruit: ‘Wedden dat we ook gaan trouwen?’

‘Alleen om die weddenschap ben ik met haar getrouwd. Er zat geen liefde bij. Toch had ik geen betere vrouw kunnen trouwen, ze liet mij helemaal vrij, maar onze karakters pasten niet bij elkaar. Ze was stil, niet assertief en ook niet zo avontuurlijk als ik. Naar het buitenland op vakantie wilde ze niet. Ik was als muzikant veel weg, alleen op maandag was ik thuis. Francien was dus veel alleen, maar ze zei er nooit iets over. Welke vrouw accepteert dat?

‘Achteraf had ik nooit moeten trouwen. Niet dat ik ongelukkig was in mijn huwelijk, maar als je gelukkig bent als je vrij bent, dan moet je dat zo houden.’

‘Jaren later op een feestje met die drummer riep zijn vriendin, nadat ze wat drank op had: ‘Hoe kan het dat je met haar getrouwd bent om een weddenschap?’ Ik kon het niet ontkennen omdat die vriend erbij was. Francien hoorde het gesprek en zei eenmaal thuis dat ze het onbegrijpelijk vond dat ik zoiets had gedaan. ‘Je weet hoe dom mannen kunnen zijn’, was mijn reactie. Francien deed haar trouwring af en zei dat ze haar gevoel voor mij kwijt was.

‘Ik denk dat ik ook met haar trouwde omdat ik bang was om over te schieten. Maar ik was nog maar 23 jaar, veel te jong.’

‘Mensen zijn te groots en te luxe gaan leven. Alles draait om geld en een hoge productie, ook daardoor is de stikstofcrisis ontstaan. De grote boosdoener van deze tijd vind ik het mobieltje. Mensen hebben geen aandacht meer voor elkaar en hun omgeving. Je ziet mannen de hond uitlaten en vrouwen hun baby de borst geven met hun blik op een mobieltje. Zelfs op de fiets zijn ze bezig met dat ding. Als ik de wachtkamer van de huisarts binnenkom, zeg ik altijd: ‘Goedemorgen allemaal, zo’n ontvangst had ik niet verwacht!’ Dan kijken ze allemaal op van hun mobieltje en beginnen te lachen.

‘Er wordt veel minder gelachen dan vroeger. Iedereen kijkt zo ernstig. Dat komt misschien door al die ellende die ze de hele dag op hun mobiel zien. Om de mensen weer gelukkig te maken, zullen de lonen moeten worden verlaagd. Dan hebben ze niet genoeg geld om al die luxe spullen te kopen. Dan lukt het misschien ook nog om de natuur te redden. Mijn motto is: leef eenvoudig en wees jezelf.’

‘En elke dag een handje gewelde rozijnen en een lik pindakaas. Probeer maar.’

geboren: 14 mei 1923 in Den Haag

woont: zelfstandig, in Aalten

beroep: muzikant

familie: twee neven, drie achternichten en een achterneef

weduwnaar: sinds 2003

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next