Rutger Bregman zat een week geleden aan tafel bij Eva Jinek voor een rondje ongemakkelijke waarheden. De eerste was dat Formule 1-coureur Max Verstappen ‘gewoon’ belasting zou moeten betalen. Vanzelfsprekend stond Gewoon Nederland meteen klaar om het recht op belastingontwijking van een onsympathieke sportmiljonair te verdedigen. Minder aandacht kreeg een tweede opmerking, over de overcompensatie van Groningers.
Bregman benoemde dat er duidelijke signalen zijn dat er in Groningen flink wat mensen worden overgecompenseerd voor aardbevingsschade. Gedupeerden hoeven tegenwoordig de schade alleen nog maar te melden, en niet meer te bewijzen. Net als bij de toeslagenaffaire kan het geld dus bij de verkeerde terechtkomen. Kamerleden Pieter Omtzigt en Sandra Beckerman (SP) protesteerden en vertelden dat mensen met écht grote schade zich niet meer melden, omdat dat vernederend zou zijn. Het probleem is volgens hen niet de overcompensatie van de verkeerden, maar de ondercompensatie van de juisten.
De discussie raakt aan een terugkerend thema in de Nederlandse politiek; one-size-fits-all of maatwerk? Het eerste heeft als groot voordeel eenvoud in de uitvoering, en als groot nadeel het risico op verspilling van overheidsgeld. Het tweede heeft als groot voordeel dat iedereen in theorie krijgt waar hij recht op heeft, maar als groot nadeel dat dat in de praktijk vaak anders uitpakt. Hoewel ik, net als iedereen, een hekel heb aan verspilling van overheidsgeld, begin ik toch te denken dat one-size-fits-all op lange termijn de betere overheidsstrategie is.
Het onvermogen om maatwerk te leveren heeft affaires opgeleverd die tot veel grotere schade leiden dan overcompensatie zou hebben gedaan. Kijk naar ons waardeloze toeslagenstelsel; niet alleen een pleister op ons totaal oneerlijke belastingstelsel en feitelijk een subsidiering van ons bedrijfsleven, maar ook een grote mislukking door de rammelende uitvoering. En kijk naar Groningen waar tien jaar aanrommelen met maatwerk niets meer heeft opgeleverd dan groeiende woede en hoge rekeningen van consultants.
Ondertussen heeft one-size-fits-all vooral in coronatijd bewezen succesvol te kunnen zijn. De NOW wordt algemeen aanvaard als geslaagd, ook al hebben sommige ondernemers zich onterecht verrijkt en ook al zullen er alsnog bedrijven failliet gaan die toen al failliet hadden moeten gaan. Hetzelfde geldt voor de compensatie van de energieprijzen afgelopen winter; ook daar hoor je niemand meer over. Al lijkt de overheid soms nog niet helemaal overtuigd. Zo werd de STAP-regeling na verhalen over misbruik van cryptocowboy’s, zweefzwendelaars en andere oplichters maar helemaal afgeschaft, terwijl het overgrote deel van de gelden goed besteed werd.
Overheden kunnen niet langer slechts naar de eerlijkheid en efficiëntie van beleid kijken, maar zullen ook de kosten van negatieve beeldvorming op de korte en lange termijn moeten meewegen. Het zijn niet makkelijk te kwantificeren kosten, maar dat affaires als met de toeslagen en Groningen enorme maatschappelijke kosten hebben veroorzaakt, omdat ze het vertrouwen in de democratie en overheid ondermijnen, staat buiten kijf. Inzake Groningen gaat de overheid na lang dralen nu dan ook voor de afkoopstrategie, en praat overcompensatie en de omkering van de bewijslast goed met de term ‘ereschuld’.
Rationele denkers hebben terecht moeite met verspilling en onrecht, maar in tijden van populistische ondermijning van onze democratie is verspilling te begrijpen. De verhouding tussen de omvang van het onrecht en de maatschappelijke onrust is in een verveeld en verwend land als Nederland al snel zoek, dus is het logisch dat de overheid zich opstelt als de rijkaard in een scheiding met zijn golddigger: dan maar te veel betalen, ben je in ieder geval van het gezeik af.
Source: Volkskrant